Return: Wiskunde
Home Page: http://wiskunde.wjsn.nl


Oefen Proefwerk H3 (Hoofdstuk 3)
Met de oefeningen die hieronder staan, kun je je voorbereiden op je Wiskunde Proefwerk (Hoofdstuk 3), als je gebruik maakt van de EPN Methode [ Getal en Ruimte, Nieuwe Boek, ISBN 90 11 08206 0 ].


Test Proefwerk Hoofdstuk 3
BRON: www.wjsn.nl . NOTA BENE: Gebruik voor jezelf steeds de zgn. KBTAS Leer Niveaus (van Bloom) om na te kunnen gaan wat je niet weet of kan en hoe dat komt. De onderstaande opgaven 1, 2, 3 en 4 zitten maximaal op niveau 3, de opgaven 5, 6 en 7 horen bij niveaus 3 en 4 en opgave 8 zit op de niveaus 4 en 5 !


Opgave 1.
Teken een assenstelsel en zet daar de 4 grafieken in van: y = x - 1 (lijn k), y = 2x + 2 (lijn l), y = 0,5x + 3 (lijn m) en y = -2x + 5 (lijn n). Gebruik verschillende kleuren [ of gewone lijnen, gestippelde lijnen e.d. ].


Opgave 2.
2.a. Teken de grafiek van: m = -750n + 1000.
2.b. Teken de grafiek van: q = 0,05p - 0,005.


Opgave 3.
Bij de lijn j hoort de formule y = 3x - 5 en bij de lijn k hoort de formule y = -2x + 7. Lijn l is evenwijdig aan lijn j. Lijn m heeft hetzelfde startgetal als lijn k.
3.a. De lijn l gaat door de oorspong. Geef de formule van lijn l.
3.b. De lijn m gaat door punt(-3,1). Geef de formule van lijn m.


Opgave 4.
Los de onderstaande vergelijkingen op.
4.a. 20x - 3 = 18x + 7
4.b. 0,5x + 2 = -1,5x + 8
4.c. 0,15x = 108x
4.d. 3(x - 1) = -7x + 97
4.e. 2,6x - 3,2 = 1,7x + 1,3
4.f. -(2x - 5) - 8 = 2(x + 7) - 1
4.h. 3(2,1 - 0,8x) + 0,9 = 1,8x + 2(0,3 - x)
4.i. 2¼x - 3½ = ¾x + 5¼
4.j. ¾(2x - 5) = -½(-5x + 8)
4.k. -¾(3 - ½x) = ¼(-3½x + 4)


Opgave 5.
Geef de formules van de lijnen p, q en r. Kijk hiervoor naar het assenstelsel dat rechts staat.


Opgave 6.
Suzan heeft een getal in gedachten. Zij vermenigvuldigt het getal met 5, telt er 10 bij op en deelt de uitkomst door 2. Zij vindt dezelfde uitkomst, als ze bij het oorsponkelijke getal 20 zou optellen.
6.a. Schrijf de vergelijking op, die bedoeld wordt.
6.b. Welk getal had Suzan in gedachten ?


Opgave 7.
Tom is twee maal zo oud als Frans. Samen zijn ze net zo oud als Hans. Hans is 10 jaar ouder dan Frans.
7.a. Schrijf eerst de vergelijking op.
7.b. Hou oud zijn de drie jongens ?


Opgave 8.
In de Himalaya vind je veel ravijnen tussen bergtoppen. Meneer Bharat laat een steen naar beneden vallen in een van de ravijnen. Hij berekent de hoogte van de steen (in meters) met de formule: hoogte = 180 - 5t2.
8.a. Op welke hoogte stond meneer Bharat toen hij de steen liet vallen ?
8.b. Hoeveel meters boven de grond was de steen na 2 seconden ?
Toevallig gebeurde er iets vergelijkbaars op de kleine planeet Pollux38. Meneer Ainax liet ook daar een steen vallen. Hij gebruikt daarvoor de formule: hoogte = k - 25t2. De steen van meneer Bharat bereikte de grond op hetzelfde moment als de steen van meneer Ainax.
8.c. Na hoeveel seconden bereikten de stenen de grond ?
8.d. Op welke hoogte stond meneer Ainax toen hij zijn steen liet vallen ? [ wat is k ? ]