Terug naar Informatiekunde
Terug naar: Excel Module 2

EXCEL Opdracht 4

Ga naar Start - via de Start Knop en die vind je (meestal) links onderaan. Kies daarna voor "Excel".


Rekenen met de Bevolkingscijfers uit 2003.

Excel, Opdracht 4: Bevolkingscijfers uit 2003

  1. Zet alle gemeenten in Excel: de namen van de gemeenten komen in kolom A.
  2. In de kolommen B, C en D komen de aantallen te staan.
  3. Maak kolom G een stuk breder. Daar komt straks tekst te staan (jouw antwoorden op de vragen).
  4. Bereken nu voor alle gemeenten het aandeel vrouwen (percentages). Eerst voor gemeente "Aa en Hunze".
  5. Zet je antwoorden in kolom E; achter de gemeente-namen. [ bereken: 100 maal C3 gedeeld door D3 ]
  6. Er is wel eens gezegd, dat er weinig vrouwen wonen in kleine gemeenten op het platteland. Daarom zou een TV programma als "Boer zoekt Vrouw" zo'n succes zijn.
  7. Vraag 1: Kun je dat aantonen voor het jaar 2003? [ Eerst goed nadenken ]
  8. Sommige mensen beweren, dat er veel vrouwen wonen in de "rijke gemeenten".
  9. Vraag 2: Zou dat kunnen kloppen voor het jaar 2003?
  10. Vraag 3: Wat waren de kleinste" twee gemeenten van Nederland in 2003?
  11. Vraag 4: Wat waren de grootste vijf gemeenten in 2003?
  12. Bereken nu het totaal voor Nederland: aantal inwoners van Nederland in het jaar 2003.
  13. Zet je antwoord onderaan in kolom D (gebruik het reken menu).
  14. Vraag 5: Welk deel van de bevolking woonde in 2003 in de vier grote steden?
  15. Vraag 6: In welke van deze vier gemeenten is het aandeel vrouwen het grootst?
  16. Bereken in kolom B - onderaan - het totale aantal manlijke inwoners.
  17. Bereken in kolom C - onderaan - het totale aantal vrouwelijke inwoners.
  18. Zet naast deze aantallen het percentage vrouwen in kolom E.
  19. Voeg links een lege kolom toe (naast kolom A). In de lege kolom moet je meteen getallen zetten.
  20. Zet een 1 in de (nieuwe) kolom A, als er minder dan 26000 mensen in de gemeeente wonen.
  21. Zet er een 2 neer voor de overige gemeenten. Er zijn nu twee groepen gemeenten ontstaan.
  22. Bereken voor groep 1 het aandeel vrouwen. Doe dat ook voor groep 2. Wat is het verschil?
  23. Verander de 2 in kolom A in een 3, als een gemeente meer dan 100000 inwoners heeft.
  24. Wat is het aandeel vrouwen voor de gemeenten uit deze groep 3?
  25. Vraag 7: Kun je nu Vraag 1 wel beantwoorden? [ kijk naar je eigen antwoord op Vraag 1 ]
  26. Vraag 8: Wat zou je nog meer kunnen berekenen met deze bevolkingscijfers?
  27. Maak bovenin een grote lege cel en zet daarin een duidelijke titel (vet en gecentreerd).