Terug naar Vakkenhoek: Nederlands
Home Page: www.wjsn.nl


Het woeden der gehele wereld

Zakelijke gegevens

  1. Auteur: Maarten ‘t Hart
  2. Titel: Het woeden der gehele wereld, Wolters-Noordhoff, Groningen, 1998-druk: uitgegeven in de reeks van Grote Lijsters, 284 blz. (Oorspronkelijk: De Arbeiderspers, Amsterdam, 1993)
  3. Genre: Psychologische of ontwikkelingsroman. In de proloog komt de 2e wereldoorlog aan bod, wat ook invloed heeft op een de rest van het verhaal (oorlogsroman). Omdat de woonplaats in de jongere jaren van de hoofdpersoon ook veel invloed heeft (het dialect, plaatselijke ruzies tussen hervormden en andersdenkenden), vind ik hier ook kenmerken van een regionale of streekroman in zitten.

Hoewel ik vind dat het hier niet hoofdzakelijk om draait, zou je dit ook als een detectiveroman kunnen zien. Vanwege de oplossing rond de moordzaak en de ontdekking dat de ouders van de hoofdpersoon zijn echte ouders niet zijn, wat sterk in verband ligt met de moord.

Eerste reactie

  1. Keuze: Ik heb voor dit boek gekozen, omdat er meerdere vriendinnen waren die het mij hebben aangeraden.
  2. Inhoud: Ik vind het een heel goed en spannend boek. Als ik het boek net uit heb, ben ik opgelucht dat de ontknoping van het verhaal niet is uitgelegd. Beetje bij beetje kom je daar zelf achter en het zou zonde zijn als dat nog een keer uitgebreid aan het licht kwam.

Verdieping

  1. Samenvatting:

Proloog: Op dinsdag 14 mei 1940 proberen een Engelse vrouw en drie Joodse echtparen op een haringlogger naar Engeland te vluchten. De ontsnapping mislukt en de logger van schipper Vroombout wordt door de Duitsers opgeblazen, waarna de mensen op het schip in sloepen terug moeten roeien. De vluchtelingen worden overigens niet ontdekt.

In deel 2 kijkt de hoofdpersoon Alexander Goudveyl terug op zijn leven, dat voor het grootste deel in beslag genomen wordt door angst. Tijdens een kruishoop-campagne in 1956 op ‘t Hoofd (vissersdorpje waar de hoofdpersoon opgroeit), wanneer Alex, die bijzonder goed piano kan spelen, liederen moet begeleiden op zijn piano, wordt er achter zijn rug iemand doodgeschoten. Het blijkt de politieagent Arend Vroombout te zijn. Arend Vroombout nam het altijd op voor Alex wanneer deze gepest werd, omdat hij en zijn ouders anders waren dan de mensen op het dorp(ze waren hersteld en kwamen uit Rotterdam) en Alex kreeg geld van hem wanneer hij zijn geslachtsdeel liet zien. Na het schot draait Alex zich al piano spelende om en ziet dat de dader het pistool ook op hem richt, maar hij speelt gewoon door.

Alex blijft altijd bang dat de moordenaar die, zo dacht hij, ook hem bedreigde, hem alsnog zal vermoorden. Deze angst wordt aangewakkerd door een tekst uit de bijbel: ‘En het geschiedde op den weg, in de herberg, dat de Heere hem tegenkwam, en zocht hem te dooden.’ (Exodus 4, vers 24), waarvan Alex denkt dat dat ook op hem van toepassing is (later valt Alex af van het geloof van zijn ouders).

De rest van zijn jeugd blijft Alex met de vraag wroeten wie de moordenaar is en hij komt erachter dat deze iets te maken heeft het verlies van de haringlogger van Vroombout in 1940.

Alex gaat medicijnen studeren in Leiden en trouwt met Joanna, de dochter van dirigent Oberstein, één van de joden die zich in 1940 op de haringlogger bevond, en daarmee voor Alex één van de verdachten.

Omdat Oberstein in het buitenland woont, ontmoet Alex zijn schoonvader pas jaren later, op een dag in september (in deel 3), wanneer Alex alle vluchtelingen van de logger thuis heeft uitgenodigd. Oberstein is erg vijandig tegenover Alex en deze confronteert zijn schoonvader met de moord.

Wanneer Alex en zijn schoonvader een wandeling maken op die avond, wordt een hoop duidelijk voor Alex. Het blijkt zelfs dat zijn ouders zijn echte ouders niet zijn, maar dat Oberstein zijn vader is (alhoewel dit niet direct in het boek wordt verteld) en dat waarschijnlijk zijn pleegvader, waarvan hij dus altijd heeft gedacht dat het zijn echte vader was, de moord heeft gepleegd.

B. Onderzoek van de verhaaltechniek:

Plaats: Het verhaal speelt zich af in een streng christelijk vissersplaatsje aan de nieuwe waterweg, ’t Hoofd.

Tijd: Deel 1 speelt zich af op 14 mei 1940, wanneer de haringlogger vertrekt.

Deel 2 geeft de jaren weer tussen ongeveer 1950 en 1986; de lagere schoolperiode, de middelbare school, de universiteit en het conservatorium.

Deel 3 is het verhaalheden, een septemberdag in 1986; de ontknoping van het verhaal.

Centraal: Als jongen wordt Alex gepest en daardoor is hij vrij eenzaam. Hij draagt altijd een angst met zich mee die gebaseerd is op een tekst uit de bijbel, dat God hem zoekt te doden. Het is een stille, intelligente en vooral erg muzikale Verhaalfiguren: Alexander Goudveyl is de hoofdpersoon van dit boek. Zijn jeugd staat jongen. Pianospelen is heel erg belangrijk voor hem en hij wordt later ook componist.

Bijpersonen:

Vertelwijze: Er is sprake van een ik-verteller in zowel deel 2 als deel 3. De proloog is auctoriaal.

B. Op zoek naar de thematiek:

Moord is het belangrijkste thema. Het hele boek en Alex’ leven draaien om deze moord. Motieven hiervoor zijn: Het whodunitmotief (Alex vraagt zich voortdurend af wie de dader is en waarom deze de moord heeft gepleegd) en de voortdurende angst van Alex om vermoord te worden.

Een ander thema is eenzaamheid. Motieven hiervoor zijn: (1) Alex en zijn ouders zijn buitenbeentjes in het dorp. Ze zijn nooit echt geaccepteerd. (2) Alex is heel anders dan zijn (pleeg)ouders en heeft ook niet echt een goede band met hen. Zij stimuleren hem ook niet in wat hij wil en kan (muziek en intelligentie). (3) Alex is ook anders dan zijn leeftijdsgenoten, zowel in muzikale interesse als in intelligentie.

Het laatste thema dat ik wil noemen (alhoewel je er vast en zeker nog meer uit kunt halen), is muziek. Muziek neemt een belangrijke plaats in in Alex’ leven. Muziek speelt een verlichtende rol, waarin Alex zichzelf kwijt kan. Het gaat hierbij vooral om klassieke muziek met als voorkeur Bach.

Ook de titel is aan muziek ontleend, en wel aan een lied van Gabriel Fauré, waarin sprake is van de ‘querelles du monde’: Het woeden der gehele wereld. Ook wordt er over een cantate van Bach (nr. 80) gesproken, waarin Bach het woeden der gehele wereld oproept en weer bezweert. Ook Alex, onzeker, bang en slachtoffer van intriges, probeert van dit woeden der gehele wereld te ontvluchten d.m.v. muziek.

B. Plaats in de literatuurgeschiedenis

Het boek heeft niet zoveel te maken met de tijd waarin het is ontstaan, wel met de schrijver. Om daar wat meer duidelijkheid over te krijgen, zal ik eerst wat meer over de schrijver bekend maken.

Maarten ’t Hart is geboren in 1944 in Maassluis (even als ’t Hoofd aan de nieuwe waterweg). Hij groeit op in een streng gereformeerd milieu. ’t Hart doorloopt de HBS en studeert Biologie in Leiden. In 1971 debuteert hij met de roman ‘Stenen voor een ransuil’. Hij omschrijft zichzelf als iemand die een opgewekt karakter bezit, ook al is hij onhandig en schuw en wordt hij op de lagere school gepest, omdat hij anders is dan de andere. Hij houdt van leren, lezen, klassieke muziek, de natuur en van alleen zijn. Van sportverenigingen, feestjes en alles wat de meeste mensen leuk vinden moet hij niets hebben. Maarten ’t Harts vader is grafmaker en in het gereformeerde milieu waarin hij opgroeit is het absoluut niet vanzelfsprekend dat hij naar het lyceum gaat en verder studeert. In de tijd dat hij studeert, verwerpt hij definitief het geloof van zijn ouders.

Niet al het werk van Maarten ’t Hart is direct gebaseerd op autobiografische feiten. In een interview vertelt hij dat de hoofdfiguren in zijn romans afsplitsingen van hemzelf bezitten. Het zijn vaak wat onhandige, zachtmoedige figuren, die alleen agressief worden als iets hen emotioneel raakt. Ze houden van de natuur, waarin ze zich bij voorkeur alleen terug trekken, van klassieke muziek en literatuur. Ze zijn vaak gefascineerd door (onbereikbare) vrouwen en geven graag af op feministen. En hoewel ze er niets meer van willen weten, houden het geloof en het gereformeerde verleden hen nog altijd bezig.

Maarten ’t Hart behoort tot de literaire stroming van de Nieuwe Romantiek. Belangrijke motieven in zijn werken zijn: geloof, God, muziek, natuur, eenzaamheid, isolement, schuldgevoelens, liefde en relatie tussen ouders en kinderen.

Nog een aantal leuke bijzonderheden:

’t Harts alter ego is Maartje; hij baarde een aantal jaren geleden opzien door op het boekenbal als vrouw verkleed te verschijnen.

Zijn vriend en collega-schrijver Biesheuvel beweert dat ’t Hart steeds aan het schrijven slaat wanneer hij van een ziekelijke verliefdheid wil genezen; Zie Biesheuvels verhaal ‘De leeuw van Leiden’ in ‘De weg naar het licht’(1977).

Citaat: ‘Tussen mijn vijfde en mijn vijftiende las ik ongeveer 2500 boeken en sindsdien nog een zo’n 9500. (…) Wanneer ik een of twee dagen niet lees, krijg ik last van ontwenningsverschijnselen. Dan wordt ik onrustig en humeurig, terwijl ik van naturen altijd opgewekt ben.’ (NRC Handelsblad, 12-7-1991)

Het zal nu wel duidelijk zijn dat dit werk erg typerend is voor de schrijver. De thema’s gebruikt hij vaker en de hoofdpersoon is voor het grootste deel afgeleid van Maarten ’t Hart zelf.

Het verhaal gaat zelfs terug op een waargebeurd voorval: In 1956, pal voor kerstmis, werd in Maassluis (geboorteplaats ’t Hart) tijdens een groots opgezette evangelisatiecampagne op klaarlichte dag een politieagent doodgeschoten.

Irene de Vries

Klas: 5a

Datum: 11 februari 2001