Terug naar Vakkenhoek: Nederlands
Home Page: www.wjsn.nl


VAN DEN VOS REINAERDE
BRON: Literama, K.J. Van der Kerk en H.A. Poolland, Uitgeverij Van Walraven, Vaassen
Volledige tekst

Dit dierenepos begint met een proloog van 40 verzen, waarin de dichter ("Willem, die Madocke maecte") het betreurt, dat Aernout de Reinaert niet heeft voltooid. Hij, Willem., zal deze levensgeschiedenis afmaken, waarbij hij gebruik zal maken van Franse boeken. De auteur verzoekt de onbeschaafde mensen hem niet te bevitten en niet voor onwaar te verklaren, waar ze zelf toch ook geen verstand van hebben. Hij vraagt dit voor haar, voor wie hij het gedicht maakte, een jonkvrouw die zeer beschaafd is. Hij wil dat alleen beschaafde mensen, die de eer betrachten, het gedicht zullen lezen. Het eigenlijke verhaal heeft de vorm van een proces: aanklacht, daging (driemaal), veroordeling. De executie blijft echter achterwege.

Op een pinksterdag laat koning Nobel (de leeuw) zijn hofdag bijeen roepen. Iedereen komt, behalve Reinaert: hij heeft teveel misdaan. Iedereen heeft zich over hem te beklagen, met uitzondering van Grimbeert, de das. Isengrijn, de wolf, vertelt dat zijn vrouw Hersint is verkracht, dat zijn kinderen zijn mishandeld en dat twee ervan blind zijn gemaakt. Het hondje Cortois klaagt in 't Frans: Reinaert heeft hem een worst ontstolen. Tibeert, de kater, zegt dat deze klacht verjaard is en dat Cortois de worst van hem gestolen had. Pancer, de bever, vertelt dat Reinaert aan Cuwaert, de haas, het credo zou leren en dat hij hem kapelaan zou maken. Als Pancer niet tussenbeide was gekomen, had Reinaert de haas de kop afgebeten.

Grimbeert pleit voor z'n oom. Reinaert heeft veel te klagen over Isengrijn, die hem bedrogen heeft en die Reinaerts vrouw, Hermeline, slecht heeft behandeld. Sinds de koningsvrede is Reinaert kluizenaar en vegetariër. Hij leeft voor de liefdadigheid en doet aan zelfkastijding.

Dan wordt de dode kip Coppe op een baar aangedragen. De haan Cantecleer beschuldigt Reinaert van deze moord op z'n vrouw; ook enige van Cantecleers kinderen zijn het slachtoffer geworden van Reinaerts vraatzucht. De koning stelt voor eerst Coppe te begraven en daarna Reinaert te dagen.

De middeleeuwse rechtspraak eiste, dat iemand drie maal zou worden ingedaagd; verscheen hij dan nog niet voor het gerecht, dan werd hij vogelvrij verklaard. Reinaert wordt achtereenvolgens ingedaagd door Bruun (de beer), Tibeert en Grimbeert.

Als Bruun aan Reinaerts slot Maupertuus komt, zegt Reinaert ziek te zijn geworden van de honing. Op Bruuns uitdrukkelijke verzoek begeven ze zich naar de vindplaats: de tuin van Lamfroit, de timmerman. De honing bevindt zich in de spleet van een eik, die open gehouden wordt door twee wiggwn. Bruun steekt kop en voorpoten in de spleet, Reinaert trekt de de wiggen weg en Bruun zit gevangen. Reinaert beschimpt hem en vertrekt. Lamfroit roept de hulp in van z'n dorpsgenoten en Bruun krijgt een flinke aframmeling. Hij rukt zich los, springt in de rivier en komt uitgeput aan de oever. Reinaert bespot hem en in ellendige toestand komt hij aan 't hof.

Tibeert zal het nu proberen. Reinaert biedt hem muizen aan, die in de schuur van de pastoor zijn. Tibeert raakt in een strik en begint te schreeuwen. Hij wordt afgeranseld en verliest een oog ; de pastoor weet hij echter een ernstige verwonding toe te brengen.

Grimbeert biedt aan om voor de derde en laatste maal Reinaert in te dagen. Reinaert gaat inderdaad met hem mee en biecht hem z'n zonden. Grimbeert geeft hem 40 stokslagen en de vos belooft beterschap.

Aan het hof wordt Reinaert aangeklaagd en veroordeeld tot de galg. Bruun, Isengrijn en Tibeert worden belast met de executie en gaan de galg oprichten. Intussen legt Reinaert een openbare biecht af, opdat andere na zijn dood niet van zijn misdaden zullen worden beschuldigd. Deze biecht draait uit op een beschuldiging van Tibeert, Grimbeert en Isengrijn, die het plan hadden de koning te vermoorden en Bruun koning te maken. Dit was mogelijk door een schat, die in het bezit was van Reinaerts vader. Doordat Reinaert de schat gestolen heeft, is de aanslag echter mislukt. De koning wil de schat hebben en is bereid de vos het leven te schenken. Reinaert vertelt dat de schat zich bij de Kriekeput bevindt. Hij kan de koning daarheen echter niet begeleiden, omdat hij al drie jaar in de ban is; hij zal een boetetocht ondernemen naar Rome en Palestina. Isengrijn en Bruun worden gevangen genomen en een deel van Bruuns huid dient Reinaert tot pelgrimstas.

De volgende dag vertrekt de vos, vergezeld door Cuwaert en de hofkapelaan Belijn, de ram. Ze komen te Maupertuus en Cuwaert gaat mee naar binnen. Reinaert bijt hem dood en stopt z'n kop in de pelgrimstas. Belijn mag deze "brief" aan de koning brengen en zeggen, dat hij geholpen heeft hem te schrijven. Reinaert verhuist met z'n gezin naar de wildernis.

Als de koning merkt dat de brief in werkelijkheid de kop van de haas is, is hij zeer vertoomd. Firapeel, het luipaard, gaat de onschuldige gevangenen, nl. Bruun en Isengrijn, bevrijden en zij verzoenen zich weer met de koning. Het is nu duidelijk, dat Reinaert allen weer grandioos heeft beetgenomen.

Opmerkingen:
Gebruik is gemaakt van de tekst uit het Comburgse handschrift, zoals die is afgedrukt in: Van den Vos Reinaerde, uitgegeven door dr. D.C. Tinbergen en dr. L.M. van Dis in de serie Van Alle Tijden (uitg. J.B. Wolters). Er is ook een uitgave verschenen in Malmbergs Nederlandse School bibliotheek, geannoteerd door dr. C. A. Zaalberg.
Naar alle waarschijnlijkheid is de Reinaert in de tweede helft van de 12de eeuw gemaakt door de jongleur Willem, die al een ander werk op z'n naam had staan, getiteld Madoc (dit werk is verloren gegaan). De Reinaert eindigt met een acrostischon; de laatste negen regels beginnen met de volgende letters: B I W I L L E M E; d.w.z. door Willem.
Dit werk is bedoeld als satire op a. de toestanden aan 't Vlaamse hof (let op de corruptie en hebzucht van Nobel, Bruun, Isengrijn en Tibeert) b. de geestelijkheid van die dagen (let op Belijn, die bij de koning een goede beurt wil maken door te laten zien, dat hij toch wel een brief kan schrijven) ; c. de burgerij (let op de satirische beschrijving van de dorpelingen die met Lamfroit Bruun gaan afrossen).