Terug naar Vakkenhoek: Nederlands
Home Page: www.wjsn.nl


De gevolgen van het vervolgen
Kort Verhaal van: Mees Meerdervoort

De dichter liep op een late maandagochtend door het park in gedachten verzonken. Zo kon het gebeuren, dat hij niet in de gaten had, dat hij al een tijd lang gevolgd werd. Er liep een jonge vrouw behoedzaam achter hem aan, hem steeds in de gaten houdend echter zonder hem te dicht te naderen. Van tijd tot tijd bleef ze zelfs stil staan en verborg zich min of meer achter bomen of struiken. Duidelijk was dat ze niet opgemerkt wilde worden.
Een groot aantal andere personages slenterden eveneens door het park in ongeveer hetzelfde trage tempo. Ook zij stopten zo af en toe. Zonder uitzondering waren bedoelde personages in gezelschap van een hond. De een met een grote en de ander met een kleine hond al dan niet stevig aangelijnd. Ook kon men een aantal waarnemen, die zich met een hele "kudde honden" in het park waagden.
Het waren deze brave hondenbezitters die op een gegeven moment ieder voor zich in de gaten kregen, dat de bewuste jonge vrouw zich "vreemd" gedroeg. Dat was ongetwijfeld te herleiden tot hun eveneens trage tred, die deels veroorzaakt werd door het drentel- en speur-gedoe van de hondebeesten. Het leek wel of de beesten zo'n beetje overal moesten stoppen, ruiken en hun behoefte ergens te deponeren. Waar zij dat deden, was eigenlijk wel van enig belang, gelet op het recentelijk van kracht geworden hondenpoepbeleid van de gemeente, maar de brave dierenvrienden hadden er geen oog meer voor. In bosjes en zelfs in kuddes volgden zij de jonge vrouw en hun honden leken daar aanvankelijk ook in te participeren. vele minuten later echter begon een aantal grote, nogal harige honden steeds frequenter aan te geven, dat hun baasjes een wel zeer ongebruikelijke route aan het nemen waren. Zelfs toen bleef de reactie van de dierenvrienden geheel achterwege.
Voorgaande leidde er na van loop van tijd toe, dat de jonge vrouw zich bewust werd van toenemende blafgeluiden in haar directe omgeving. Haar aandacht was tot op dat moment volledig gericht geweest op de dichter, die ze zo vreselijk graag wenste te ontmoeten. Toen het geblaf en gekef een bepaald decibelniveau begon te overstijgen, was haar aandacht definitief weg. Voor het eerst sinds de wandeling was ze niet meer gericht op de dichter en diens schreden. Haar geslenter, gedrentel en het gedoe met bomen en struiken was daarmee ook voorbij.
Ze stond volledig stil en begon heel bewust om zich heen te kijken. Vol verbazing staarde zij in tientallen mensen- en hondenogen, die op hun beurt haar aanstaarden. Een willekeurige voorbijganger zou gedacht hebben aan de aanwezigheid van de een of andere tovenaar, die zojuist een soort "blijf-stil-staan-spreuk" had uitgesproken. Zo stonden de vele parkbetreders stil als waren zij aan de grond vast gelijmd met de beste lijm, die men kon vinden. Zowel de jonge vrouw als de brave dierenvrienden stonden daar zo een wijle; een wijle die overeen leek te komen met een eeuwigheid.
Het was een passerende, brutale, en luidruchtige vogel die uiteindelijk de zaak weer aan de gang kreeg. Door vlak boven de hoofden van de volksmassa kruisend en fladderend neer te scheren, werden een aantal personages plus diverse hondenbeesten uit hun "bevroren" toestand gehaald. Vrijwel direct daarna gingen een aantal parkbezoekers met hun aangelijnde dieren over tot de orde van de dag; zij keerden terug op hun overbekende schreden en maakten de wandeling af langs de voor de honden bekend routes. Dat had als gevolg dat alle anderen hetzelfde gingen doen; de jonge vrouw alleen achterlatend in grote verwarring. Zij is daar nog wel tien minuten blijven staan in opperste verbazing over hetgeen was voorgevallen. Na enige tijd kwam er dan toch enige beweging in haar benen en die brachten haar - als waren de benen de baas - naar de uitgang van het park.
Als door totale dronkenschap getroffen liep zij langs het laatste parkbankje het park uit. Op dat bankje zat de dichter uit te puffen van een voor hem rustige maar wel zeer plezierige wandeling. Bij het aanschouwen van de jonge vrouw die hem bijna half bewusteloos passeerde, bedacht de dichter in stilte, dat hij deze vrouw vreselijk graag wenste te ontmoeten. Aangezien de dichter niet slechts bekwaam was met de pen maar ook over een grote mate van daadkracht beschikte, verhief hij zich direct van de bank en zette de achtervolging in.
Een jonge vrouw liep op een vroege maandagmiddag door de straten van de stad in gedachten verzonken. Zo kon het gebeuren, dat zij niet in de gaten had, dat zij al enige tijd werd gevolgd. Er liep een dichter behoedzaam achter haar aan, haar steeds in de gaten houdend echter zonder haar te dicht te naderen.
Wordt vervolgd.