Return: Wiskunde
Home Page: http://wiskunde.wjsn.nl

Pirahá-indianen kunnen niet tot één tellen.
BRON: De Volkskrant, 20-08-2005
De Braziliaanse Pirahá-indianen kennen geen telwoorden en geen fictie. Ze mogen alleen praten over wat ze zelf meemaken. Een unieke taal zonder abstracties
Door Peter Giesen

De Pirahá-indianen in het Braziliaanse Amazonegebied zijn bedreven jagers en vissers. Hun jagerslatijn wordt echter ernstig bemoeilijkt doordat ze niet kunnen tellen. Hun taal bevat geen woorden als 'één', 'twee' of 'drie'.
'Ze kennen alleen omschrijvingen als "tamelijk weinig" of "ietsje meer". Zo kunnen ze nog steeds opscheppen over hun vangst', zegt Dan Everett, hoogleraar linguďstiek aan de universiteit van Manchester. Hij beschrijft de taal zonder getallen in de najaarseditie van het tijdschrift Current Anthropology, die in september verschijnt.
De Pirahá vormen een klein volk van ongeveer driehonderd personen. Ze leven van de jacht, de visserij en het verzamelen van vruchten en noten. Landbouw kennen ze nauwelijks, evenmin als ontwikkelde vormen van nijverheid.
'Voor zover ik weet is het Pirahá de enige taal die geen telwoorden bevat', zegt Everett, aan de telefoon vanuit het Braziliaanse Belo Horizonte. 'Het komt overigens wel meer voor dat het aantal telwoorden zeer beperkt is. In Australië en Nieuw-Guinea zijn ook volkeren aangetroffen die alleen onderscheid konden maken tussen "een", "twee' of "veel".
Daarnaast hebben zulke volkeren vaak primitieve methoden om ten minste enig kwantitatief overzicht te houden, zoals het tellen op de vingers. Ook die vaardigheid missen de Pirahá. Everett heeft geprobeerd de indianen het tellen bij te brengen. Acht maanden lang trachtte hij ze elke avond tot tien te leren tellen in het Portugees. 'Dat gebeurde op verzoek van de Pirahá zelf, die het gevoel hadden dat ze vaak werden bedrogen door handelaren. Maar het bleek erg moeilijk. Alleen de kinderen maakten bescheiden vorderingen', zegt Everett. Toen de indianen merkten dat zij rekenkundig werden overvleugeld door hun kinderen, maakten zij snel een eind aan de avondklassen.

Weerzin
De Pirahá-cultuur kent volgens Everett een grote weerzin tegen abstracties. Het is alleen geoorloofd te praten over dingen die je zelf hebt gezien, of die door een levend iemand bevestigd kunnen worden. Een getal voldoet niet aan deze criteria. Het is een abstractie, een afspraak om het tellen een beetje makkelijker te maken.
Everett: 'Uiteindelijk leiden zulke culturele beperkingen tot cognitieve beperkingen. Getallen spelen geen rol in je cultuur, je groeit er niet mee op, je hebt niet de beschikking over de terminologie.
Omdat de Pirahá zo dogmatisch vasthouden aan de eis dat je alleen kunt praten over dingen die je zelf hebt ervaren zijn ook allerlei andere zaken taboe of onbekend. De Pirahá kennen geen fictie en geen scheppingsverhalen of andere mythen. Ze praten ook zelden over de toekomst, anders dan in heel simpele frasen als: 'ik ga straks de rivier op en een vis vangen'.
Ook woorden voor kleuren, zoals 'geel', 'rood' of 'groen', zijn taboe. Everett: 'Ze zijn wel in staat kleuren te onderscheiden, maar ze gebruiken beschrijvende frasen: een rode vogel is een "vogel die eruit ziet als bloed". Ze hebben trouwens een grote weerzin tegen rood, een kleur die in de jungle vaak gevaar betekent. Als ik een fles tomatenketchup meeneem, zullen ze die niet aanraken.

Geesten
Everett weet niet waar die weerzin tegen abstractie vandaan komt. 'Er zijn Amazone-volken die pas in 1967 ontdekt zijn. Een paar jaar later spraken ze Portugees en reden ze auto. De Pirahá zijn al tweehonderd jaar bekend, maar spreken nog altijd alleen hun eigen taal. Ik neem regelmatig Pirahá mee naar de stad, meestal voor medische behandeling. Dan zijn ze totaal niet onder de indruk, of zelfs maar geďnteresseerd. Onze geesten hadden ons dit ook kunnen geven las ze gewild hadden, zeggen ze dan.
De Pirahá-taal is voor Everett meer dan een curiosum uit het regenwoud. De taal is een interessant fenomeen voor linguďsten. Volgens invloedrijke taalkundigen, zoals de Amerikaan Noam Chomsky, bestaat er zoiets als een universele, aangeboren kerngrammatica. In alle talen zou het voorbeeld mogelijk zijn om zinnen binnen andere zinnen te maken. De Pirahá zijn hiertoe echter niet in staat. Ook hun onvermogen tot tellen is, zoals gezegd, uniek. Het onderzoek onder de Pirahá lijkt te bevestigen dat taal de aard en de inhoud van het denken bepaalt, zoals de linguďst Benjamin Lee Whorf al in de jaren dertig suggereerde. Everett heeft nu met andere linguďsten een beurs gekregen van de Europese Unie, om nieuwe linguďstische experimenten met de Pirahá uit te voeren. Tot de betrokken wetenschappers behoren ook medestanders van Chomsky.
Een complicatie is wel dat er slechts twee westerlingen zijn die het Pirahá spreken: Everett zelf en zijn echtgenote, die als dochter van Amerikaanse zendelingen in het Amazonegebied opgroeide. Daardoor stuiten zijn bevindingen soms op scepsis, zo zegt hij zelf.
Everetts onderzoek werd onlangs wel bevestigd in een artikel voor Science, geschreven door de psycholoog Peter Gordon van de Columbia University in New York. Ook Gordon was echter aangewezen op medewerking van Everett.