Start: de eerste 2 lessen
Tijdens de eerste twee lessen in het vak Informatiekunde, dienen jullie een aantal zaken in de gaten te houden. Verondersteld wordt namelijk, dat jullie aan het begin van de derde les een aantal dingen weten en kunnen. Waar het om gaat, staat hieronder.
Wat je moet kunnen en weten na de eerste 2 lessen
Jij moet je computer opdrachten kunnen geven (commando's). Daarvoor gebruik je onder meer
je toetsenbord en je muis. Voor andere landen en andere talen heb je andere toetsenborden. Wat
voor toetsenbord jij hebt en wat je ervan moet weten staat onder:
Gebruik toetsenbord
De muis is soms een "drukknop", soms een "aanwijsstok" en nog veel meer. Wat je van de muis
moet weten staat onder Werken met de muis(knop)
Teksten schrijven kun je doen in Word, Excel, Paint, etc. maar je moet ook weten hoe je gekke
tekens maakt. Denk bijvoorbeeld aan de Duitse Umlaut of aan accenten in het Frans. Je hoeft ze
niet uit je hoofd te kennen, maar je moet wel weten HOE je ze maakt met de "Alt-knop". Kijk
daarom ook onder Combinaties met de Alt-knop. Minder belangrijk maar
wel handig zijn de sneltoetsen. Dit hoef je niet te weten of te gebruiken, maar voor leerlingen
die dat handig vinden: de informatie staat onder
Gebruik de sneltoetsen
Wel belangrijk is het gebruik van floppy's of diskettes. Hoe je daarmee om moet gaan, moet je
weten op het moment dat er toetsen worden afgenomen. Het resultaat van een toets of een opdracht
moet je dan op floppy zetten
OF je moet voor een toets of opdracht een bestand van een floppy halen. Kijk verder onder:
Gebruik van floppy's
Ook belangrijk zijn de 10 belangrijkste dingen die je in en met Word moet doen. Check even of
je ze alle 10 beheerst. Je zult ze binnenkort vaak nodig hebben. Zie onder:
10 dingen die je moet weten. Als er tijd over is maak dan ook de
opdracht die hier staat !