Terug naar Psychologie

Uw sociale intelligentie getest door Suzanne Weusten.

BRON: NEXT!, Tijdschrift voor managers, februari 2000.

hebt een leuke maar enerverende baan. Vandaag is het een gekkenhuis, u moet van alles en nog wat regelen, en u wilt het ook nog allemaal goed doen. Terwijl u greep probeert te krijgen op de enorme berg werk die zich heeft opgestapeld, komt een collega langs. Ze gaat op uw bureau zitten en begint een vertrouwelijk gesprek over uw beider chef, met wie ze een vervelende aanvaring heeft gehad. Het ziet er niet naar uit dat ze haar verhaal binnen vijf minuten heeft afgerond. Het zweet breekt u uit, u kunt alleen maar denken aan die berg werk die voor u ligt. Wat nu?

Wie een goed inzicht heeft in de effectiviteit van de drie opties, kan een hoge score verwachten op de SQ-test, een multimediale Sociale Intelligentietest, ontworpen door Paul van der Maesen de Sombreff in samenwerking met de afdeling Werving, Selectie & Loopbaanontwikkeling van de Belastingdienst. Het zal duidelijk zijn dat niet elke reactie even effectief is. Het gaat immers niet alleen om uw belang op de korte termijn, namelijk ongestoord verder werken, maar ook om de relatie met uw collega op de lange termijn. Als zij zich afgewezen voelt, zal dat merkbaar zijn in de sfeer en de samenwerking op uw afdeling.

Dit is maar één scène uit de SQ-test; de totale test bestaat uit achttien probleemsituaties op het werk, variërend van een conflict met een leidinggevende, tot een moeilijk gesprek met een klant of een collega. Het duurt ongeveer een uur om de test te maken. Bij elke probleemsituatie moet u de effectiviteit van de oplossing waarderen. Uw scores worden vergeleken met een normgroep van experts, mensen van wie verondersteld mag worden dat ze sociaal intelligent zijn. Hoe hoger u scoort, hoe hoger uw sociale intelligentie.

Waarom een multimediale SQ-test?

Het belang van sociale en communicatieve vaardigheden voor succes op het werk is evident, maar ondanks die grote waardering is er nog steeds geen betrouwbaar instrument om sociale intelligentie te meten. Sociale intelligentie is een onderdeel van emotionele intelligentie. Emotionele intelligentie is het vermogen om je eigen emoties en die van anderen te begrijpen en ermee om te gaan. Sociale intelligentie is het begrijpen en omgaan van emoties van anderen. In het verleden hebben psychologen hun tanden stukgebeten op deze materie. Er bestaan wel eenvoudige testjes zoals het beoordelen van plaatjes met gezichtsuitdrukkingen. Welke emotie hoort bij welke uitdrukking? Of een audio-tape waarvan de inhoud is weg gefilterd. Welke emotie spreekt eruit? Maar een degelijke test die ook nog voorspellende waarde heeft, is nooit gemaakt. Niet omdat de kennis er niet is, maar omdat het te moeilijk en duur is. Sociale situaties zijn moeilijk in woorden weer te geven. Wie een levensechte test wil maken, moet herkenbare situaties laten zien en niet een kille omschrijving presenteren. Selectie-psychologen nemen daarom vaak hun toevlucht tot assessment centers, maar dat is relatief kostbaar en tijdrovend. De ontwikkelingen in de informatie-technologie hebben de mogelijkheden van testen via de pc dichterbij gebracht. Als afname, scoring en rapportage automatisch verlopen, wordt de test sneller en goedkoper.

Wat meet de SQ-test en hoe is hij opgezet?

De test meet het inzicht in de emoties, motieven, waarden en belangen van andere mensen en het in praktijk brengen van dat inzicht. De opzet van de SQ-test is eenvoudig: via een videofilmpje krijgt de geteste persoon verschillende probleemsituaties voorgeschoteld. Alle situaties zijn levensecht en herkenbaar, bijvoorbeeld een klant die een offerte van een adviseur afwijst of een manager die een van zijn medewerkers ten onrechte iets verwijt. Bij elke situatie krijgt de persoon een aantal mogelijke reacties gepresenteerd die hij moet beoordelen op een vijfpuntsschaal: van niet effectief tot zeer effectief. Is een agressieve boze reactie op een lastige klant bijvoorbeeld effectief of juist niet? En werkt een onderdanige houding tegenover een dominante chef niet of wel?

Alle situaties worden voorafgegaan door een korte instructie. De persoon kan zelf zijn tempo bepalen en steeds met de muis aanklikken als hij een nieuwe situatie in gang wil zetten.

Wat is de theoretische basis van de SQ-test?

Een van de psychologische basis-principes: gedrag lokt gedrag uit, is door Leary uitgewerkt tot de Roos van Leary. De roos heeft twee dimensies: boven-onder en samen-tegen. 'Boven' wil zeggen: actief, initiërend, beïnvloedend, beheersend en 'onder' wil zeggen: passief, afhankelijk, onderdanig, conformerend. 'Samen' wil zeggen: aardig, sympathiek, meewerkend, en 'tegen' wil zeggen: onaardig wantrouwend, intolerant. Volgens Leary lokt samen-gedrag samen-gedrag uit, en lokt tegen-gedrag tegen-gedrag uit. Dit is het symmetrie-principe. Wie zich aardig en coöperatief opstelt, kan meestal rekenen op medewerking. Boven-gedrag roept onder-gedrag op, en ondergedrag roept boven-gedrag op; dit is het principe van de complementariteit. Een initiatiefrijke daad leidt tot navolging, een hulpeloze opstelling roept een reddingsactie op. Maar die reacties zijn niet altijd effectief. Wie afhankelijk reageert op een competitieve, dominante chef die onredelijk is, kan zijn eigen belangen wel vergeten. Veel effectiever is het om dan vriendelijk dominant te reageren, een reactie die niet meteen vanzelfsprekend is. In conflictsituaties blijkt het meestal beter te zijn om anti-complementair te reageren.

Waarvoor is de SQ-test bedoeld?

De SQ-test is vooral bedoeld als selectie-instrument, maar hij kan ook inzicht geven in iemands persoonlijke stijl, in de manier waarop iemand omgaat met anderen, bijvoorbeeld teruggetrokken en bescheiden, of dominant agressief. In totaal zijn er acht interactiestijlen (zie de zgn. Roos van Leary).

Wat is de zwakke kant van de test?

De test staat nog in de kinderschoenen. Betrouwbaarheid (blijft de test na een tweede meting stabiel) en validiteit (meet de test wat hij pretendeert te meten) zijn nog niet bepaald. Bovendien is er een extra moeilijkheid. Wat in de ene organisatie een effectieve reactie is, hoeft dat in de andere organisatie helemaal niet te zijn. Met andere woorden: sociaal gedrag is afhankelijk van de ORGANISATIE-CULTUUR. Een softe benadering zal in een harde, zakelijke en directe organisatie-cultuur niet gewaardeerd worden. Op dit moment zijn er alleen gegevens beschikbaar van medewerkers van de Belastingdienst. Om werkelijk uitspraken te kunnen doen over effectiviteit van sociaal gedrag in verschillende bedrijfs-CULTUREN, moeten de makers van de test eerst gegevens hebben van andere bedrijven en organisaties. Tot die tijd wordt uw score op de SQ-test afgezet tegen de scores van medewerkers van de Belastingdienst.


Zie verder: http:/www.vandermaesen.com/sqtest.html

Email adres:advies@vandermaesen.com


Terug