Terug naar Educatiehoek

BRON: CBS, Kwartaalschrift Onderwijsstatistieken, 1994-II

De regionale herkomst van studenten aan universiteiten
W. Jansen Heijtmajer

Inleiding

In dit artikel wordt nagegaan wat de regionale herkomst is van studenten aan de universiteiten. De meeste universiteiten hebben specifieke herkomstgebieden, van waaruit een groot deel van hun studenten afkomstig is.

De herkomstgebieden van inschrijvers en aanmelders zijn vrijwel identiek en ten opzichte van 1985 en 1988 nauwelijks veranderd.

Aanmelding en inschrijving

Van de bijna 49 duizend studenten, die zich aanmeldden voor de universiteit (van hun eerste voorkeur) voor het studiejaar 1992/'93, schreef slechts 62 procent zich ook daadwerkelijk in bij die universiteit (tabel l).

Er zijn grote verschillen tussen de universiteiten. Bij de universiteiten in Limburg en in de Randstad, behalve de Technische Universiteit Delft, ligt het percentage van de aanmelders dat zich inschreef rond of onder het gemiddelde. Bij de Technische Universiteiten en de Landbouwuniversiteit Wageningen ligt het percentage (ver) boven het gemiddelde.

Tabel 1
Aanmelders en inschrijvers, studiejaar 1992/'93

----------------------------------------------------------------------------
wo-          Instelling   Onderwijs-       Aan-     Inschrij-  Inschrijvers
lokatie      naam         aanbod           melders  vers       als % van
                                                               aanmelders
----------------------------------------------------------------------------
Leiden         RUL        algemeen/breed    5234      2769         53
Rotterdam      EUR        algemeen/breed    4749      2570         54
Amsterdam      UVA        algemeen/breed    7285      4113         56
Maastricht      RL        algemeen/breed    2426      1353         56
Utrecht        RUU        algemeen/breed    7392      4393         59
Amsterdam       VU        algemeen/breed    3964      2505         63
Groningen      RUG        algemeen/breed    4974      3351         67
Nijmegen       KUN        algemeen/breed    3217      2152         67
Tilburg        KUB        algemeen/breed    2609      1848         71
Delft          TUD        specifiek/smal    3076      2238         73
Wageningen     LUW        specifiek/smal     817       602         74
Enschede        UT        specifiek/smal    1445      1143         79
Eindhoven      TUE        specifiek/smal    1630      1289         79

Nederland                                  48818     30326         62
----------------------------------------------------------------------------

De percentages verschillen naar gelang de kenmerken van de instellingen: met de vestigingslokatie (regio) én met het onderwijsaanbod. Hierbij is ten aanzien van het onderwijsaanbod de tweedeling tussen specifiek (smal) en algemeen (breed) van groot belang.

Ligging en 'breedte' van de universiteit beinvloeden omvang herkomstgebied

Van een groot deel van de studenten is de woonplaats op het moment van aanmelding bekend (meestal het ouderlijk huis). In die gevallen is de afstand tussen de woonplaats van de student en de vestigingslokatie van de universiteit berekend.

De gemiddelde afstand (hemelsbreed) bedraagt 51 km. voor aangemelde studenten (voor mannen 52 en voor vrouwen 50). Voor studenten die zich aanmeldden bij de universiteiten in Noord- en Zuid-Holland, exclusief de TUD, bedraagt de gemiddelde afstand nog geen 38 km. Voor de RUG en de LUW is dat het dubbele en voor de RL en de UT is de afstand zelfs nog groter (ca. 85 km.). Zie tabel 2.

Tabel 2
Gemiddelde afstand tussen de woonplaats van de student en de lokatie van de
universiteit voor aanmelders, inschrijvers en afvallers 1)

----------------------------------------------------------------------------
Instelling    Lokatie      Gemiddelde afstand woonplaats-instelling
naam                       Aanmelders    Inschrijvers   Afvallers
----------------------------------------------------------------------------
 UVA          Amsterdam       34,0           37,5          28,9
 EUR          Rotterdam       36,2           40,3          30,4
 RUL          Leiden          37,5           43,6          30,1

  VU          Amsterdam       37,9           40,3          31,9
 RUU          Utrecht         51,3           53,4          47,3
 KUB          Tilburg         53,7           55,7          47,7
 KUN          Nijmegen        54,0           56,7          47,3
 TUE          Eindhoven       56,5           56,2          58,7
 TUD          Delft           64,2           66,9          53,5
 LUW          Wageningen      73,3           75,0          67,5
 RUG          Groningen       73,3           77,8          61,1
  RL          Maastricht      84,9           88,9          78,8
  UT          Enschede        86,4           88,0          78,7

              Nederland       51,1           55,6          42,1
----------------------------------------------------------------------------

De gemiddelde afstand geeft de 'omvang' van de herkomstgebieden van de verschillende universiteiten aan. In de regio West zijn de herkomstgebieden en dus ook de (gemiddelde) afstanden relatief klein, behalve die van de TUD.

Universiteiten met een specifiek/smal onderwijsaanbod - zoals de TUD - worden gekenmerkt door een relatief groot herkomstgebied en dus ook door een relatief grote afstand (zie ook tabel 2).

Ook de lokatie van de universiteit binnen het eigen herkomstgebied is bepalend voor de af te leggen afstand en de bereikbaarheid. Een centrale ligging houdt in een betere bereikbaarheid voor meer studenten in tegenstelling tot een decentrale ligging.

Afvallers wonen dichterbij dan inschrijvers

Er is sprake is van een 'afstandstoename' in de periode tussen aanmelding en daadwerkelijke inschrijving, behalve bij de TUE (tabel 2). Bereikbaarheid is kennelijk van groter belang bij de aanmelding dan bij de daadwerkelijke inschrijving.

De afstand die de 'afvallers' hadden moeten afleggen, bedraagt 42 km. Dat is gemiddeld 13 km. minder dan de studenten die zich wel inschrijven. Deze 'afstandstoename' hangt samen met het opkomstpercentage en wordt dus door een specifieke groep van aanmelders veroorzaakt. Deze specifieke aanmelders wonen relatief dicht bij de instelling van eerste voorkeur (tabel 3).

De verschillen tussen de instellingen zijn aanzienlijk. De (procentuele) afstandstoename bij de RUL bedraagt maar liefst zestien procent, en is ook bij de EUR en de UVA aanzienlijk. De bedoelde specifieke groep van aanmelders woont voornamelijk in de Randstad en meldt zich aan bij de EUR, UVA en de RUL. De relatieve omvang van deze groep is mede bepalend voor de lage opkomst, waarmee vooral de vermelde instellingen in de randstad geconfronteerd worden.

Tabel 3
lnschrijvers als percentage van de aanmelders en procentuele afstandstoename 1)
tussen aanmelding en inschrijving per universiteit voor studiejaar 1992/93

----------------------------------------------------------------------------
Instelling      Lokatie       Inschrijvers als %         Afstands-
naam                          van de aanmelders          toename 1)
----------------------------------------------------------------------------
                                                         %
                                                         -------------------
RUL             Leiden                53                 16,3
EUR             Rotterdam             54                 11,3
UVA             Amsterdam             56                 10,3
 VU             Amsterdam             63                  6,3
RUG             Groningen             67                  6,1
KUN             Nijmegen              67                  5,0
 RL             Maastricht            56                  4,7
TUD             Delft                 73                  4,2
RUU             Utrecht               59                  4,1
KUB             Tilburg               71                  3,7
LUW             Wageningen            74                  2,3
 UT             Enschede              79                  1,9
TUE             Eindhoven             79                 -0,5
                Nederland             62                  8,8
----------------------------------------------------------------------------
1) Procentuele afstandstoename in periode tussen aanmelding en inschrijving.

Technische toelichting

Voor de zgn. nodale gebieden waaruit het herkomstgebied bestaat, wordt een oriëntatiegetal berekend en wel als volgt:
Oriëntatiegetal = (r/s) x 100, met:

  • 1) r = % studenten uit nodaal gebied X dat zich aanmeldt voor instelling Y.
  • 2) s = % studenten uit Nederland dat zich aanmeldt voor instelling Y.
  • Een oriëntatiegetal van 100 komt overeen met het landelijk gemiddelde. De nodale gebieden met een oriëntatiegetal vanaf 100 worden tot de herkomstgebieden gerekend.
Terug naar Educatiehoek