Punten, Lijnen, Plaatsen, Assenstelsels en Grafieken.
1. Hoe vertel je iemand waar je staat ?
Voor het vak Aardrijkskunde (Geografie) gebruikt men kaarten van Nederland en België. Op
die kaarten worden rechte lijnen getrokken: van links naar rechts [ dat heet horizontaal ] en
van boven naar beneden [ dat heet verticaal ]. Zo krijg je "vakjes" en kun je precies aangeven
in welk vak Antwerpen of Rotterdam ligt.
Ook met dammen doet men dit. Zo kun je aangeven in welke vakje de damschijven staan. Mensen
gebruiken dit hulpmiddel om de
plaats
van iets aan te geven. Figuur 1 geeft een
stuk van een dambord weer.
|
Figuur 1

|
2. Geen vierkanten, maar punten
Voor het vak Wiskunde gebruikt met hetzelfde hulpmiddel. Bij dammen wil men een vakje of een
vierkant een naam geven, maar in de Wiskunde wil men
punten een naam geven
. Men wil graag zo precies mogelijk kunnen zeggen WAAR een
punt ligt. Figuur 2 is een voorbeeld. De vakjes zijn verdwenen: wiskundigen vinden dat
niet precies genoeg. Wat ze wel precies vinden, dat zijn punten. Het belangrijkste punt is het
punt, waar de horizontale en de verticale lijn samen komen. Dat heet de oorsprong. Verder kun je
overal horizontale en verticale lijnen trekken. Waar die elkaar kruisen [ = snijden ] ligt een
punt [ snijpunt ]. In Figuur 2 zou je dus een paar punten kunnen tekenen. Zie verder het
voorbeeld in Figuur 3.
|
Figuur 2

|
3. Punten en Snijpunten
In Figuur 3 zijn vier punten getekend. Je kunt heel precies zeggen WAAR die punten
liggen. Het onderste punt ligt op de plaats waar de onderste horizontale lijn [ as ] en de
linker verticale lijn [ as ] elkaar snijden [ in de
oorsprong
]. Het bovenste punt ligt precies op de kruising van twee andere
lijnen: op een horizontale lijn die door 2 gaat EN op een verticale lijn, die door 2 gaat.
Je kunt zo nog veel meer punten [ = snijpunten ] tekenen. Zo veel je maar wilt, dus ook
punten die op lijnen liggen tussen 0 en 1 in en tussen 1 en 2 in, etc.. De punten
namen
geven is nu erg eenvoudig. Het gaat op dezelfde manier als bij een dambord. Het onderste punt
zit bij 0 en 0 en het bovenste punt zit bij 2 en 2 [ meer uitleg staat hieronder ].
|
Figuur 3

|
4. Namen van Punten: hoe schrijf je dat op?
In Figuur 4 staan 2 punten. Je kunt heel precies zeggen WAAR die punten
liggen. Dat werd hierboven uitgelegd. Het enige dat je moet onthouden is HOE je de naam van
een punt op moet schrijven. De naam is eigenlijk de
naam van de plaats
. Je zet tussen haakjes: een getal links, een komma (,) en een
getal rechts. Het getal links hoort bij de getallen, die op de horizontale lijn staan. Het
rechter getal hoort bij de getallen, die op de verticale lijn staan. Je moet dus van links
naar rechts denken en daarna van onder naar boven. Nu weet je ook hoe je het onderste punt
in Figuur 3 moet opschrijven: gewoon als (0,0).
|
Figuur 4

|
5. Nog meer Punten. Punten verbinden
In de volgende Figuur staan opnieuw enkele punten. VRAAG 1: Wat is de naam [ = de plaats ]
van de punten uit Figuur 5 ? Het juiste antwoord staat hier .
Wat opvalt is, dat de punten op een rijtje liggen. Dat is ook zo bij de punten in Figuur
3. Je kunt dus een schuine lijn trekken, die door de punten gaat. Je kunt ook zeggen: we gaan
de punten met elkaar verbinden. Omdat je van links
naar rechts moet denken, is dat een stijgende lijn [ = een lijn die laag begint en
hoger eindigt ]. Die lijn is recht [ = er zitten geen bochten in ]. Dit soort lijnen horen
bij grafieken [ lijn-grafieken
]. De Figuren 6, 7 en 8 zijn ook grafieken [ hieronder ]. Daar
wordt uitgelegd wat grafieken zijn.
|
Figuur 5

|
6. Grafieken, Lijn-grafieken en een Assen-stelsel
In de Figuur hiernaast herken je denkelijk wel Figuur 3. Er is maar een verschil. In
Figuur 3 staan alleen de punten. In Figuur 6 is ook de lijn getekend, die de punten met elkaar
verbindt. Figuur 6 is een lijn-grafiek
, omdat: er een horizontale en een verticale as
gebruikt wordt, er de oorsprong wordt weergegeven [ = het snijpunt van die twee assen ] en er een lijn
wordt weergegeven, die enkele punten verbindt. Kijk nu opnieuw naar Figuur 2. Daar zie je ook
een horizontale as, een verticale as en de oorsprong. Die drie dingen samen vormen een assen-
stelsel. Figuur 2 is dus een assen-stelsel en Figuur 6 is een lijn-grafiek.
DUS: Assen-stelsel + Lijn door enkele punten = Lijn-Grafiek = Figuur 6.
|
Figuur 6

|
7. Nog meer Grafieken
In de Figuur hiernaast herken je Figuur 5. Je ziet dat Figuur 7 een lijn-grafiek is
en Figuur 5 niet. Ook hier zie je een lijn-grafiek, die bestaat uit een assen-stelsel en een
stijgende lijn. Omdat Figuur 5 ook een assenstelsel heeft + enkele punten, is ook die Figuur
een grafiek, maar het is geen lijn-grafiek. Er zijn dus een heleboel grafieken. Er zijn
grafieken met: een Assen-stelsel + punten, een Assenstelsel + een rechte lijn, een Assenstelsel +
een kromme lijn [ een lijn met bochten ], enzovoort. Om dit wat beter uit te leggen wordt
hieronder nog een grafiek weergegeven [ in Figuur 8 ]. Daar wordt ook iets meer informatie
gegeven over assen-stelsels.
|
Figuur 7

|
8. Grafieken en Assen-stelsels
Als je goed kijkt, kun je hiernaast in Figuur 8 ook een assen-stelsel herkennen. Je ziet
de horizontale en de verticale as. Waar die twee assen elkaar snijden, daar ligt de oorsprong.
Verder zie je een "kromme lijn". Dit is dus ook een grafiek.
Bij de assen staan geen getallen. Je weet dus niet WAAR bijvoorbeeld punt (1,2) en punt (2,3)
liggen. Dit soort grafieken geven een "globaal" beeld weer [ = niet precies dus ]. Deze
grafieken noemt men daarom "globale grafieken". Ook kun je zien dat het assenstelsel nu ook
links van de oorsprong werd getekend, maar ook onder de oorsprong. Dat is normaal, want zo wordt
een "volledig assen-stelsel" getekend. In de andere Figuren zag je dus maar een deel van
zo'n volledig assen-stelsel.
|
Figuur 8

|
....
....
....
....
....
....
....