Oefen Proefwerk H4 (Hoofdstuk 4)
Met de oefeningen die hieronder staan, kun je je voorbereiden op je Wiskunde Proefwerk
(Hoofdstuk 4), als je gebruik maakt van de EPN Methode
[ Getal en Ruimte, Nieuwe Boek, ISBN 390 11 077067 ].
Tijd: voor VWO 30 minuten.
Test Proefwerk Hoofdstuk 4
BRON: www.wjsn.nl
Opgave 1.
De tabel hieronder gaat over de groei van een pasgeboren dinosaurus
met lengte in centimeters. Zet op de x-as de tijd (weken). Kies voor een x-as van 9 cm. Kies
voor een y-as, die korter is dan de x-as.
| Week |
0 |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
| Lengte |
120 |
123 |
125 |
124 |
130 |
140 |
148 |
159 |
163 |
170 |
1.a. Teken de grafiek, die bij de tabel hoort.
1.b. In welke week groeit de dinosaurus het meest? Hoeveel?
1.c. In welke andere week gebeurt er iets bijzonders? Wat is dat dan?
1.d. Wat zou de lengte kunnen zijn in week 20? Waarom denk je dat?
|
Opgave 2. Mevrouw Maas huurt een roeiboot. Ze maakt een lange boottocht op
de rivier de Waal. De grafiek hiernaast hoort bij die boottocht.
2.a. Welke snelheid in kilometers per uur haalt mevrouw Maas het eerste uur?
2.b. Hoeveel is dat in meters per seconde?
2.c. Maak een verhoudingstabel en zet daar alle gegevens in. Dus ook je antwoorden op
vraag 2.a en 2.b.
2.d. Wat zou er gebeurd kunnen zijn na ongeveer een uur varen?
|
|
|
Opgave 3. Hiernaast staat een slordige plattegrond van een stuk van de stad
Schuyl. Deze plattegrond is niet op schaal getekend. Ook de afstanden kloppen niet.
De kruispunten van de wegen worden genoteerd als A, B, etc.. De getallen op de wegen geven
de lengte weer in kilometers. De pijlen geven de verplichte rij-richting aan voor auto's.
3.a. Hoeveel km moet een automibilist rijden om van C naar E te komen?
3.b. En hoeveel km om van E naar F te rijden?
3.c. Teken een gerichte graaf, die bij de plattegrond hoort.
3.d. Bij de gerichte graaf hoort ook een afstandstabel. Die staat hieronder links.
Vul alle lege hokjes van de afstandstabel in.
3.e. Maak nu de echte plattegrond op schaal. Hieronder rechts is daarmee al een begin
gemaakt. Alles moet precies in een vierkant passen - met zijden van 8 cm.
|
|
| Afstand |
naar A |
naar B |
naar C |
naar D |
naar E |
naar F |
| van A |
. . |
5 |
8 |
. . |
. . |
. . |
| van B |
5 |
. . |
. . |
. . |
. . |
. . |
| van C |
14 |
. . |
. . |
. . |
. . |
. . |
| van D |
. . |
. . |
. . |
. . |
. . |
. . |
| van E |
. . |
. . |
. . |
. . |
. . |
. . |
| van F |
. . |
. . |
. . |
. . |
. . |
. . |
|
|
Opgave 4.
Hieronder staan vier grafieken. Geef aan welke grafieken
periodieke grafieken zijn en welke niet. Geef ook van de periodieke grafieken aan hoe groot
de periode is.
|
Opgave 5. Maak van de grafiek hiernaast een andere grafiek.
Het zakgeld dat ze allemaal samen per maand ontvangen bedraagt 2000 Euro. Gevraagd wordt
om er een staafgrafiek van te maken; ook wel staafdiagram of kolomgrafiek genoemd.
De verhoudingen zijn als volgt: Ramira: 17,5%, Amber: 8%, Ramses: 12,5%,
Thea: 18,5%, Pieter: 14,5% en Sinterklaas: 17%. Zorg ook voor commentaar (tekst) bij de
horizontale en verticale as!
|
|