Terug naar: Management en Organisatie
Home Page: www.wjsn.nl
Dé bedrijfscultuur bestaat niet
De cultuur binnen een organisatie vormt bij veranderingen of fusies een belangrijke oorzaak
voor succes of mislukking. Het veranderen van een organisatiecultuur blijkt niet zo eenvoudig,
weet psycholoog Caroline Dusschooten.
Door: Leonoor Meijer
BRON: De Volkskrant, Werk & Leven, 26 november 2004.
Mensen zijn gewoontedieren. Het maakt geen verschil of ze innovatief of ondernemend zijn,
of ze bereid zijn veel risico's te nemen. Ieder mens hecht aan eigen gewoonten en aan een
eigen omgeving. Dit maakt dat veranderprocessen in bedrijven en overheidsorganisaties vaak
spaak lopen.
Caroline Dusschooten is onlangs gepromoveerd op een onderzoek naar de relatie tussen
persoonlijkheid, persoonlijke waarden en organisatiecultuur. De psycholoog werkt al vele jaren
als organisatie-adviseur en merkte tijdens haar werk dat veranderingsprocessen, fusies en
reorganisaties vaak stroef verlopen. Ze is gaan onderzoeken waarom.
Dusschooten: 'Je vraagt van mensen, die bij een organisatie zijn gaan werken omdat ze zich
in de huidige cultuur lekker voelen, dat zij een cultuurverandering doormaken. Maar creatieve
mensen kiezen juist vaak bewust een innovatieve organisatie om voor te werken.
Prestatiegedreven mensen kiezen vaker voor een meer resultaatgericht bedrijf.
Om van een innovatief bedrijf een resultaatgericht concern te maken is dan ook geen
sinecure'. Want de cultuur, zo blijkt uit onderzoek van Dusschooten, creëren we zelf. Een
organisatie is de optelsom van z'n mensen. De cultuur moet groeien, bepaalde waarden,
moeten dominant worden. Om dat te bereiken is een continu proces nodig bij iedereen; van
management tot werkvloer.'
Een sprekend voorbeeld waarbij een veranderingsproces door de leiding van het concern werd
gewenst, maar uiteindelijk vastliep: Enkele jaren geleden verwachtte de NS-leiding van het
treinpersoneel dat zij niet meer door het hele land inzetbaar zouden zijn, maar vaste trajecten
zouden rijden.
Het mondde uit in een prestigestrijd tussen leiding en werknemers. De laatsten weigerden het
zogeheten rondje rond de kerk' te gaan rijden. Na vier stakingen is het rooster toch ingegaan,
op voorwaarde dat de ondernemingsraad een alternatief mocht ontwikkelen. Dat rooster heeft
het 'rondje rond de kerk' vervangen.
Dit voorbeeld geeft aan dat een nieuw beleid niet altijd makkelijk kan worden doorgevoerd.
Een snelle conclusie zou kunnen zijn dat het opleidingsniveau van invloed is op de hoeveelheid
veranderingen die medewerkers aankunnen: hoe hoger de opleiding en het functieniveau, des
te meer veranderingen iemand aankan. Toch is dat onjuist, stelt Dusschooten.
'Mensen die niet voorbereid zijn, gaan eerder op hun achterste benen staan bij aangekondigde
veranderingen. Ze voelen zich bedreigd en denken: kán of wil ik dit wel, of kom ik wellicht op
straat te staan? Vaak heeft het er ook mee te maken dat er veel te weinig gesprekken met
hen zijn gevoerd, of zélfs het jaarlijkse functioneringsgesprek is uitgebleven. Dan komt de
verandering als donderslag bij heldere hemel.'
Beoogde veranderingen, stelt de psycholoog, zijn hoger in de organisatie echter wel vaak
onderdeel van het gesprek. Het kader is er al maanden mee bezig en heeft zich de gewenste
nieuwe cultuur al enigszins eigen gemaakt. Ze schieten dan vaak de fout in door te denken
dat de veranderingen in het bedrijf aan de medewerkers zijn gemeld door het met een folder
en een persbericht één keer te vertellen.
Dusschooten betoogt dat een cultuurverandering in een organisatie soms jaren het gesprek
van de dag moet zijn binnen management, tussen kader en medewerkers, tussen
medewerkers onderling. Dan pas vindt het z'n plek tussen de oren van álle medewerkers.'
Het zijn met name de leidinggevenden die met ander gedrag veranderingen kunnen laten
slagen. Dusschooten: 'Nu zie je nog heel vaak dat bestuurders zeggen: dit is wat wij
verwachten en dan volgt een waslijst met nieuwe organisatiewaarden.'
Managers moeten oog durven hebben voor de onderlinge verschillen tussen afdelingen binnen
een organisatie, dat ieder bedrijf allerlei subculturen in zich draagt. Zelf heeft Dusschooten
onderzoek gedaan bij een grote beheerder van bungalowparken. Haar bleek al snel dat bij de
afdeling 'schoonmaak en onderhoud' een veel sterker resultaatgerichte cultuur heerste dan bij
de badmeesters, die de cultuur vooral typeerden als beheersmatig vanwege de strakke
veiligheidsprocedures en milieuregels.
De psycholoog vindt dit niet meer dan logisch. 'Dé cultuur bestaat niet, en dé veranderaanpak
dus ook niet. Dat maakt dat leidinggevenden maatwerk moeten bieden en geen
eenheidsworst moeten verkopen.
Als Dusschooten als adviseur wordt ingehuurd om een reeks veranderingen te begeleiden in
een bedrijf of organisatie, stelt ze bijvoorbeeld teams samen vanuit allerlei onderdelen van het
bedrijf, laat hen actief samenwerken en aangeven hoe zij zelf willen en kunnen veranderen.
'Je ziet bijna altijd dat mensen zelf vaak veel ideeën hebben. Op de werkvloer is natuurlijk ook
het meeste contact met klanten. Zij krijgen als eersten te horen dat een product niet meer
aanslaat, of dat er behoefte is aan iets anders.'
Op het eerste gezicht oogt de aanpak erg tijdrovend, maar dat is onzin: 'Hoeveel tijd verlies je
niet met het herstellen van opgelopen achterstand als je verkeerd bent gestart?'
Als voorbeeld noemt Dusschooten het Europese waardendebat, zoals premier Balkenende dit
voert. 'Hij reist Europa door met een lijstje van Europese kernwaarden. Dat werkt dus niet.
Mensen voelen zich aangetast in hun eigen waarden. Direct komt een afwijzende reactie van
een Italiaanse politicus en een Franse filosoof. Hoezo Europese waarden, zijn die van ons niet
goed genoeg?'
Leidinggevenden in veranderprocessen doen precies hetzelfde, zegt de promovenda. 'Zij
begrijpen het verzet eigenlijk niet; er is toch een prachtige visie geschreven, er ligt toch een
prima-beleidsstuk over onze nieuwe cultuur? En nu stagneert het proces.'
Wat ze zou willen zeggen tegen Balkenende, en tegen veel managers: het gaat niet om het
creëren van kernwaarden, maar om één gedeeld spirit. 'Dat is wat mensen aan een
organisatie bindt. De Europese landen weten heus wel dat zij samenwerken omdat ze samen
sterker staan. Dat is de gedeelde spirit, maar daaronder kunnen allerlei verschillende culturen
blijven bestaan. Dat stimuleert ook nog eens de dynamiek, flexibiliteit en creativiteit. Tja,
bazen vinden het natuurlijk wel makkelijk: één boodschap voor iedereen in de organisatie.
Maar de werkelijkheid is complexer.'
Caroline Dusschooten-de Maat: Mensen maken het verschil - De relaties tussen persoonlijkheid, waarden en organisatiecultuur. Van Gorcum; 252 pagina's, ISBN 90 232 4061 8