Terug naar Informatiekunde

Thuisnetwerken,
samenvatting van een artikel van Marc van den Berg, april 2002

1. Type verbinding

Als u een breedbandverbinding heeft met het internet, dan kunt de internetverbinding gebruiken voor meer dan één computer of vanaf verschillende plekken in huis. U heeft de keuze uit vier mogelijkheden.

Als u een gewone inbelvoorziening heeft via een analoog modem of ISDN is een thuisnetwerk wel mogelijk, maar de beperkte bandbreedte maakt dit minder bruikbaar. Bovendien moeten deze gebruikers zich realiseren dat de kosten van het gebruik van een internetverbinding, waarvoor per tijdseenheid betaald moet worden, hoog kunnen oplopen wanneer dat gebruik toeneemt door meerdere computers van de toegang gebruik te laten maken. U heeft weinig keuze: alleen onderstaande mogelijkheid 1 is voor ISDN-gebruikers bruikbaar.

2. Vier mogelijkheden

De vier mogelijkheden zijn:

  1. twee computers op een internetverbinding - dus ook een laptop
  2. meer computers op verschillende plakken in huis
  3. internettoegang delen (op hetzelfde moment internetten)
  4. een thuisnetwerk aanleggen

2.1. Twee computers op een internetverbinding

U kunt vrij simpel een ‘hub’ (verdeeldoosje, vanaf 40 Euro) aan uw ADSL/kabel-modem koppelen. Op de hub kunt u dan de korte verbindingskabels aansluiten die naar de twee computers (of naar de computer en de laptop) gaan.

U kunt nu niet tegelijkertijd van Internet gebruik maken. Als u dat toch wenst, dan zult u voor mogelijkheid 3 of 4 moeten kiezen. Zie paragraaf 2.3 en 2.4..

 

2.2. Meer computers op verschillende plekken in huis

Als u de interverbinding alleen vanaf wisselende plekken in uw huis wilt kunnen gebruiken dan zijn er een aantal mogelijkheden. De mooiste oplossing is een klein draadloos netwerk. Koop een ‘wireless access point’ en sluit dat aan op het ADSL/kabel-modem en plaats een draadloze ethernetkaart in uw laptop. U kunt nu met uw laptop gaan en staan waar u wilt binnen een straal van zeker enkele tientallen meters. Deze oplossing is zeer elegant maar kent enkele nadelen: 1) ze is nog tamelijk duur (vanaf € 300), 2) lang niet alle draadloze netwerkproducten werken probleemloos (de techniek is nog vrij jong), en 3) een draadloos netwerk stelt hogere eisen aan de beveiliging, omdat zowel meeluisteren als inbreken relatief eenvoudig is.

Bekabeling zelf aanleggen - enkele tips
  • Gebruik een goede kwaliteit ethernetkabel van het type: UTP, categorie (‘cat’) 5.
  • Leg de kabels niet strak en maak bochten zo ruim mogelijk. Knik de kabel nooit.
  • Werk kabels zoveel mogelijk weg in muren of wanden, of in kabelgoten. Plakgoten bieden in veel ‘bewoonde’ situaties een uitkomst. Plak ze bij voorkeur net boven de plint (horizontaal) en achter de gordijnen (verticaal).
  • Leg netwerkkabels nooit vlak langs stroomkabels, en zeker niet in dezelfde goot. Aanleg in combinatie met telefoniekabels mag wel.
  • Laat geen losse kabels in goten verdwijnen of er uit tevoorschijn komen; begin en eindig altijd met een wandcontactdoos (connectortype RJ45).
  • De ‘T’ van UTP staat voor ‘twisted’, en inderdaad zijn alle draadparen in een dergelijke kabel om elkaar gedraaid. Houd die draaiing zoveel mogelijk in stand, ook bij het afmonteren van contactdozen. Idealiter loopt de draaiing door tot maximaal 1 cm. van het einde van de kabel.
  • Aansluitkabels zelf maken is een stuk goedkoper dan ze te kopen, en u kunt ze precies op maat maken, maar u heeft wel een speciale ‘crimp’ tang nodig (vanaf ongeveer 30 Euro) en wat concentratie en geduld. Maak een ethernetkabel nooit korter dan 1 meter.

Minder flexibel, maar goedkoop, veilig en betrouwbaar is het om gewoon netwerkkabels aan te leggen naar de plekken waar u wilt kunnen werken. Zie het kader ‘Bekabeling zelf aanleggen’. U kunt het ADSL/kabel-modem met behulp van een korte verbindingskabel steeds opnieuw verbinden met de vaste kabel die naar de werkplek van uw keuze voert.

U kunt echter dit ‘omstekkeren’ vermijden door een zo eenvoudig mogelijke ‘hub’ (verdeeldoosje, vanaf € 40) aan uw ADSL/kabel-modem te koppelen. Deze variant werd hierboven al besproken in paragraaf 2.1. Op de hub kunt u dan permanent de korte verbindingskabels aansluiten die naar de aansluitpunten van uw vaste kabels gaan.

 

2.3. Internettoegang delen

Wilt u met meer dan één computer tegelijkertijd gebruik kunnen maken van internet, dan geldt hetzelfde als hierboven beschreven werd in paragraaf 2.1 en 2.2. Zowel de draadloze als de draadgebonden variant is mogelijk. MAAR er is echter één verschil: omdat u meer dan één computer tegelijkertijd gebruikt, moet elke computer voorzien zijn van een ander internet-adres (IP-adres). IP-adressen moeten uniek zijn en kunnen niet worden gedeeld. Omdat een hub slechts een ‘domme’ verdeelkast is, kunt u niet meer volstaan met de standaard netwerkinstelling waarmee uw ADSL/kabel-modem automatisch één IP-adres krijgt toegewezen, want het modem zou dat adres aan alle aangesloten computers doorgeven. Omdat het modem geen twee of meer IP-adressen kan doorgeven zult u de computers in uw huis zelf moeten voorzien van een uniek IP-adres en de netwerkinstellingen van die computers dus moeten wijzigen. U kunt IP-adressen niet vrij kiezen; u dient ze aan te vragen bij de ADSL-helpdesk.

Uw computer een vast IP-adres geven, is mogelijk op de volgende manier:
Start | Instellingen | Configuratiescherm | Netwerk
De juiste netwerkverbinding selecteren (LAN)
Internet protocol (TCP/IP)
Eigenschappen
IP-adres opgeven
Computer Herstarten

Dit dient u voor beide aangesloten computers te doen, waarbij de opgegeven IP-adressen dus moeten verschillen.

Firewall
Wie langdurig of zelfs permanent op het internet is aangesloten moet extra aandacht besteden aan de beveiliging van de aangesloten computers. Bijvoorbeeld door een waakhond tussen thuiscomputers(s) en internet te plaatsen in de vorm van een firewall. Een firewall bewaakt, filtert, verspert, waarschuwt, dit alles naar keuze en met of zonder uw tussenkomst. Gespecialiseerde firewalls in een apart kastje zijn tamelijk duur en vereisen veel technische kennis. Een software firewall die draait op uw computer(s) kan uitkomst bieden, voor thuisgebruik zijn ze zeker goed genoeg. Maar vergis u niet: een kind kan hier de was niet doen. Wie een firewall installeert moet zich verdiepen in enkele elementaire zaken met betrekking tot netwerkgebruik (adressen, protocollen, poorten). Een van de betere software firewalls is ZoneAlarm, verkrijgbaar in een gratis en een Pro-versie. www.zonelabs.com

2.4. Een thuisnetwerk aanleggen

Wilt u met meerdere computers gelijktijdig op internet EN ook tussen die computers bestanden kunnen uitwisselen of gezamenlijk een printer of scanner gebruiken, dan ontkomt u niet aan de aanleg van een thuisnetwerk. In tegenstelling tot mogelijkheid 3 voorziet u uw computers thuis van ‘eigen’ IP-adressen, die niet naar buiten bekend worden gemaakt. De buitenwereld ‘ziet’ alleen het IP-adres van uw ADSL/kabel-modem, en niet wat zich daar achter bevindt. Dat komt omdat tussen uw netwerk thuis en het netwerk van uw internet service provider of kabelexploitant een ‘router’ wordt geplaatst.

Routers

Een router verbindt netwerken met elkaar door van elk datapakketje het adres te controleren en op basis daarvan zo’n pakketje naar het juiste netwerk te sturen. Pakketjes die voor intern gebruik bedoeld zijn, bijvoorbeeld van uw huiskamercomputer naar de computer of printer boven, worden niet gerouteerd en komen daardoor nooit ‘naar buiten’. Een router schermt daardoor netwerken ook van elkaar af en vervult daarmee een belangrijke rol in de beveiliging van uw thuisnetwerk.

Routers kunnen bestaan uit een apart kastje of uit software. U sluit een router rechtstreeks aan op het ADSL/kabel-modem. Gebruikt u een software router, dan sluit u de computer waar deze software op draait aan op het modem en heeft u een tweede netwerkkaart nodig voor uw ‘binnennet’. Deze computer moet dan wel altijd aan blijven staan, anders is de router, en daarmee ook de internetverbinding, uit de lucht.

Software router
Er bestaan diverse goede software routers voor het Windows platform. De bekendste is wellicht WinRoute - www.kerio.com
Gebruikers van Windows 2000 of Windows XP zijn sneller klaar. Deze Windows’ versies bevatten zelf een software router, ICS genaamd: Internet Connection Sharing. Op talloze Windows sites, waaronder die van Microsoft zelf kunt u informatie over het gebruik en de configuratiemogelijkheden van ICS vinden.

Een router als apart kastje is vaak handiger, maar wel wat duurder. Kiest u voor deze oplossing neem dan een router met ingebouwde ‘switch’ (de moderne variant van een hub) zodat u geen losse hub meer nodig heeft. Goede routers met ingebouwde 4-poorts switch zijn te koop vanaf zo’n € 200. U kunt daar uw ADSL/kabel-modem en vier computers op aansluiten. Is dat niet voldoende dan kunt u óf een router annex switch met meer dan 4 poorten kopen, of op een van de poorten weer een hub aansluiten. Er zijn ADSL-routers, kabelrouters, ISDN-routers en combinaties, let daar goed op bij aanschaf.

Het toekennen van interne IP-adressen voor uw thuisnetwerk kunt u meestal door de router laten doen. De router treedt dan op als server voor ‘DHCP’: dynamic host configuration protocol. De meeste ‘home routers’ (ook wel ‘residential gateways’ genoemd) kunnen dat.

Routers zijn buitengewoon eenvoudig te installeren, maar het gebruik ervan vergt wel enige kennis van toepassingen, protocollen, adressen en poorten. Normaal gebruik van internet zoals webtoegang en e-mail gaat meestal direct goed, maar voor zaken als streaming video en videoconferencing, online gaming e.d. moet u vaak wat veranderen aan de standaardinstellingen van de router. De betere leveranciers hebben de hiervoor benodigde informatie meegeleverd of minstens op hun websites staan, vaak in de vorm van een ‘FAQ’; een overzicht van frequently asked questions.

File- en printserver

U kunt een thuisnetwerk aanleggen mét of zónder een aparte file- en printserver. Het voordeel van een file- en printserver is dat u één centraal punt heeft waar u centrale bestanden kunt opslaan en de printer (of scanner) kunt aansluiten. Met de toenemende integratie van de thuiscomputer met audio- en videoapparatuur kunt u daarbij ook denken aan bereikbaarheid van een verzameling van beeld- en/of geluidbestanden, bijvoorbeeld uw mp3-collectie, of de verzamelde familiefoto’s. Zolang de file- en printserver aanstaat zijn dergelijke bestanden door alle op uw thuisnetwerk aangesloten computers te raadplegen. Uiteraard kan de toegang geheel open gelaten worden of nauwkeurig per bestand en per persoon worden geregeld.

Kiest u voor het inrichten van een file- en printserver dan ligt het voor de hand om deze computer te laten fungeren als router, en er het ADSL/kabel-modem op aan te sluiten.

Voordelen van een thuisnetwerk met file- en printserver (A):

Nadelen van een thuisnetwerk met fileserver (B):

Peer to peer

Een netwerk zonder zonder aparte file- en printserver wordt ‘peer to peer’ netwerk genoemd, een netwerk van gelijkwaardige computers. Ook in zo’n netwerk kunt u bestanden en printers delen, maar hier geldt des te sterker: u kunt alleen delen wat beschikbaar is. Heeft u, zoals vaak het geval zal zijn, één printer thuis en staat de computer waaraan deze printer verbonden is uit, dan is er in het netwerk geen printer beschikbaar. Hetzelfde geldt voor bestanden op de harde schijf van een van de computers.

Het delen van bestanden en printers doet u in een peer to peer-netwerk door op elke computer het netwerkprotocol ‘File and printer sharing for Microsoft Networks’ toe te voegen, kies:

Start | Instellingen | Configuratiescherm | Netwerk | Toevoegen | Protocol | Microsoft | File and printer sharing for Microsoft Networks.

U hoeft hieraan verder niets te configureren. U moet alleen nog in de Windows verkenner aangeven welke printer of map (directory) u wilt delen (UK: ‘sharing’). U doet dat via het menu dat u krijgt als u de betreffende map of printer selecteert en vervolgens op de rechter muisknop klikt. U kunt dat op één, op enkele, of op alle computers in uw netwerk doen, afhankelijk van hoeveel voorzieningen (UK: ‘resources’) u wilt delen in het netwerk.

Heeft u een computer in huis die duidelijk de ‘hoofdcomputer’ is, bijvoorbeeld de computer op uw werkkamer, dan is het raadzaam om daar de printer aan te koppelen en op deze computer de mappen met de in het eigen netwerk te delen bestanden te plaatsen. Als u een aparte router gebruikt hebben alle computers in uw netwerk sowieso toegang tot het internet, alleen de bereikbaarheid van gedeelde mappen en printer is afhankelijk van de hoofdcomputer. Een goed alternatief voor een volledig aparte file- en printserver.

Voordelen van een thuisnetwerk zonder file- en printserver (C):

Nadelen van een thuisnetwerk zonder fileserver (D):

 

Zie voor nadere uitleg van gebruikte afkortingen en termen bijvoorbeeld www.whatis.com.