|
Terug naar Vakkenhoek: Nederlands Home Page: www.wjsn.nl |
|
MAX HAVELAAR
of de koffieveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij
Multatuli
BRON: Literama, K.J. Van der Kerk en H.A. Poolland, Uitgeverij Van Walraven, Vaassen
Max Havelaar verscheen in 1860. De auteur was Eduard Douwes Dekker; als pseudoniem
koos hij Multatuli, d.w.z. ik heb veel gedragen.
Het boek werd opgedragen aan zijn vrouw, Everdine Huberte Baronesse Van Wijnbergen. Het is
geschreven in een voor die tijd zeer fris en levend Nederlands en valt op door zijn
oorspronkelijke compositie. In de eerste hoofdstukken is Batavus Droogstoppel, makelaar in
koffie te Amsterdam, aan het woord; hij wil een boek over koffie schrijven (zie de ondertitel
van het boek). We leren Droogstoppel kennen als een bekrompen, materialistisch en
fantasieloos mens. Aangezien zijn principe is: "waarheid en gezond verstand", heeft hij geen
enkele waardering voor poëzie. Als volontair is bij hem in huis Ernest Stem, zoon van een
bevriende relatie, uit Hamburg. ("Hij schijnt vlug en bekwaam, maar ik geloof dat hij
schwärmt.")
Een vroegere schoolmakker van Droogstoppel, Sjaalman, zendt de makelaar een pak manuscripten,
met het verzoek er het een en ander van uit te geven. (Droogstoppel spreekt schamper van
"Sjaalman", want hij is "een schoolkameraad die een sjaal draagt in plaats van een jas, en
die niet weet hoe laat het is".) De jonge Stern zal uit het pak dié manuscripten
overschrijven, die Droogstoppel voor zijn boek kan gebruiken. Wel zal de makelaar af en
toe een hoofdstuk tussenvoegen, "om aan 't boek een solide voorkomen te geven".
Bij het vijfde hoofdstuk (de indeling in hoofdstukken is van Jacob van Lennep) begint het
eigenlijke verhaal. Dit is het relaas in romanvorm van wat Douwes Dekker zelf is overkomen.
Aan het eind van het boek neemt Douwes Dekker zelf het woord en zegt hij dat de strekking
van zijn roman tweedelig is: hij eist een betere behandeling van de inlanders en eerherstel
voor zichzelf. Om
dit te bereiken draagt hij zijn boek op aan "Willem den Derden, Koning, Groothertog,
Prins ..... meer dan Prins, Groothertog en Koning ..... Keizer van 't prachtig rijk van
Insulinde dat zich daar slingert om den evenaar, als een gordel van smaragd......"
Wat is Max Havelaar overkomen ? In 1855 wordt Max Havelaar door de Gouverneur-Generaal benoemd
tot assistent-resident van Lebak. Dit geschiedt tegen de voordracht van de Raad van Indië in;
de toestanden in Lebak (Zuid-Bantam) zijn slecht en de G.G. ziet in Havelaar iemand met hart
voor de inlanders.
Begin 1856 komt Havelaar met zijn vrouw Tine en z'n zoontje Max in zijn standplaats
Rangkas-Betoeng aan; op 22 jan. houdt hij de beroemde toespraak tot de hoofden van Lebak,
waarin hij gewag maakt van de slechte toestanden te Lebak. Havelaars voorganger, Slotering,
had er al over geschreven; hij was echter gestorven. (Havelaar meende ten onrechte dat hij
vergiftigd was.) Oorzaak van de misstanden is de Regent, een inlands vorst. Hij eigent zich
bezittingen van zijn landgenoten toe en laat hen onbezoldigd voor zich werken. Havelaars
onmiddellijke superieur, de Resident van Bantam, Slijmering genaamd, is op de hoogte van deze
wantoestanden, maar doet er niets tegen. Havelaar richt vermaningen tegen de Regent, echter
zonder resultaat. (De Regent werd slecht gehonoreerd en moest een uitgebreide hofhouding
onderhouden.) Havelaar verneemt bij geruchte, dat zijn voorganger vergiftigd is door de
schoonzoon van de Regent. Hij verzoekt de Resident de inlandse vorst naar Serang te roepen
en zijn medestanders gevangen te zetten. De inlanders zullen dan vrijuit kunnen spreken.
De Resident schrikt zeer van dit in zijn ogen overijlde optreden en reist naar
Rangkas-Betoeng. Havelaar en Slijmering komen niet tot overeenstemming; de eerste wil
handelend optreden, de tweede wenst de zaak te sussen. De Gouverneur-Generaal wordt in de
zaak gekend en Havelaar wordt overgeplaatst; hij krijgt een officiële afkeuring in een
kabinetsmissive. Hij accepteert dit niet en vraagt ontslag. Dit wordt hem terstond verleend
op 4 april 1856. Hij tracht zijn handelwijze persoonlijk te verdedigen bij de
Gouverneur-Generaal. Deze staat op het punt om naar Nederland terug te keren en wenst
Havelaar niet in audiëntie te ontvangen.
Einde van de roman. De laatste bladzijden neemt Douwes Dekker zelf het woord (zie hierboven).
De feiten zijn door de auteur zeer nauwkeurig en waarheidsgetrouw weergegeven.
De meeste personen uit de roman zijn historisch, zodat de Max Havelaar niet alleen een
tendensroman is, maar ook een sleutelroman. Slijmering is in werkelijkheid Brest van Kempen,
de Gouverneur-Generaal is Duymaer van Twist, Havelaars voorganger Slotering is Carolus,
controleur Verbrugge is Van Langeveld van Hemert, Duclari is Collard. De Indische figuren
worden bij hun werkelijke naam genoemd; alleen de personen
uit het verhaal "Saïdjah en Adinda" zijn verzonnen. Dit verhaal is ingevoegd als illustratie
van de kwalijke praktijken der inlandse hoofden en het niet optreden van het Ned. bestuur.
Na zijn ontslag is, Douwes Dekker naar Europa teruggekeerd; op een hotelkamertje in Brussel
ontstond in 1859 de Max Havelaar. De eerste uitgaven zijn verzorgd door Jacob van Lennep,
aan wie Multatuli zijn rechten had overgedragen. Het succes dat Multatuli van zijn boek had
verwacht, is aanvankelijk niet gekomen, mede door de dure uitgave (vier gulden per exemplaar),
die Van Lennep in beperkte oplage liet verschijnen. Verder had Van Lennep hier en daar iets
uit de tekst weggelaten. Een en ander is hem door Multatuli zeer kwalijk genomen; een proces
is gevolgd. Aan het eerste hoofdstuk gaat nog een "Onuitgegeven Toneelspel" vooraf. De
beschuldigde, Lothario, moet ondanks de vele bewijzen van zijn onschuld hangen. De
uitdrukking "Barbertje moet hangen" is dus eigenlijk niet juist: Lothario moet hangen.
Opmerkingen:
P. Spigt heeft in De Nieuwe Stem (1960) geponeerd, dat de Amsterdamse makelaar in koffie
Robert Voûte model heeft gestaan voor Droogstoppel.
Gebruik is gemaakt van de tekstuitgave, die verzorgd is door dr. G.W. Huygens
(Donker-pockets 23, Rotterdam, Ad. Donker).
Voor de compositie van Max Havelaar zie J.J. Oversteegen in Merlyn, oktober
1963, blz. 20-45, en de dissertatie van A.L. Sötemann, De structuur van Max Havelaar,
Utrecht 1966.
Vragen:
1. Wat heeft de geschiedenis van Barbertje met de inhoud van het boek te maken ?
2. Onder welke namen treedt de schrijver op ?
3. Wat weet je over de stijl van Havelaars toespraak ?
4. Waarom is dit boek zo typerend voor de Romantiek ?