Terug

Leiderschap

NRC-redacteur Ferry Versteeg schreef op 23-10-1999 een boeiend artikel over James O’Toole, een deskundige op het terrein van leiderschap. Een echte leider is iemand die volgelingen heeft. Daar gaat O’Toole van uit. Als je grip wilt krijgen op leiderschap en op de effecten ervan, dan kun je onder meer kijken naar het gedrag van deze volgelingen (1). Tevens kun je gaan kijken naar de output, naar de financiele resultaten van een organisatie (2). Het is mogelijk deze twee zaken te meten. Als derde punt noemt O’Toole het vermogen van de bedrijfstop om de zaak aan te sturen (3). Hierop ligt het accent als de organisatie zich in rustig vaarwater bevindt. Als vierde punt noemt hij het adaptief vermogen van de bedrijfstop (het vermogen tot aanpassen), dat vooral van belang is in een minder stabiele omgeving (4). Ook voor de laatste twee punten heeft O’Toole een meetinstrument ontwikkeld.

De kwaliteit van leiderschap (en van organisaties) kan nu dus relatief objectief gemeten worden. Het is mogelijk om vier kwantificeerbare kwaliteitskenmerken te benoemen. M.a.w. men kan aan bedrijven incl. de bedrijfstop vier scores toekennen, die corresponderen met de vier bovengenoemde terreinen. Het lijkt mij geen gek idee om hiermee een start te maken. Vooral het punt "gedrag van volgelingen" (punt 1) zal veel medewerkers en de OR moeten aanspreken. Als dat punt expliciet wordt opgenomen in de bedrijfsstrategie, dan heeft men a.h.w. de zorg voor personeel en daarmee ook zaken als arbeidssatisfactie verankerd in het organisatiebeleid. Na enige tijd zou de meting herhaald kunnen worden. Kortom als een periodieke meting mogelijk is, dan zou iemand die uit moeten voeren, dunkt mij. Dat kan het Kern Ministerie zijn, maar men zou het ook (deels) zelf kunnen doen en de uitkomsten gebruiken om bij te sturen. Men zou ook een stap verder kunnen gaan en de uitkomsten openbaar kunnen maken. Als bekend wordt dat de scores omhoog gaan, dan zou dat een stevige impuls zijn voor het Kern ministerie en voor het personeel (meer volgelingen en vaker gewenst gedrag van de volgelingen). Het effect van het openbaar maken van dalende scores, kan ik niet echt inschatten. Vandaar dat het wellicht verstandig is om wel de metingen te verrichten, maar ze niet openbaar te maken. Zolang men dan maar wel (de juiste) maatregelen neemt, als de scores gaan afnemen.

Een leuk idee, een onhaalbaar idee, een idee om uit te werken ?


Terug