Terug naar: Psychologie
Home Page: www.wjsn.nl
© 2004 - W alt's J ungle S tudio, N ederland - - > Mail: W J S N


Intelligenties, kwaliteiten, competenties: van individuen en van groepen
Volgens Howard Gardner beschikken alle mensen over een van de onderstaande kwaliteiten of competenties - sommigen zelfs over meerdere. Het zijn deze kwaliteiten of "vormen van intelligentie" zoals Gardner ze noemt, waarmee de kennis en vaardigheden van mensen getypeerd kunnen worden. Van belang is ook dat duidelijk gemaakt kan worden wat mensen willen en kunnen leren. Men dient namelijk onderscheid te maken tussen "intelligenties", die mensen willen en kunnen ontwikkelen en andere, die nauwelijks of veel minder "geleerd" of ontwikkeld kunnen worden.

De competenties of "kwaliteiten" komen in (nagenoeg) alle culturen voor en zijn dus universeel. Aan de hand van de indeling van Gardner kan men individuen typeren (hun kennis en vaardigheden), maar desgewenst ook de cultuur van gemeenschappen en volkeren. Men kijkt dan naar de output, naar het resultaat van het leren - naar "het geleerde". Dat kan door "neuzen te tellen": door na te gaan welk percentage over de bedoelde kennis en vaardigheden beschikt. Dat kan ook door te "turven": door de culturele en wetenschappelijke producten te "wegen" en te tellen.

Welke vormen worden door Gardner onderscheiden?

1. Muzikale intelligentie: zowel het kunnen zingen, het kunnen bespelen van een muziekinstrument als het kunnen componeren. Mooie voorbeelden uit de Griekse mythologie zijn het fluitspel van Euterpe, het minnelied van Erato en de koorzang van Terpsichore. In komedies en tragedies, waarbij de menselijke stem erg bepalend is, kan men dan ook Thalia en Melpomene vermelden.
In Portugal wordt wellicht direct Amalia Rodrigues genoemd, in Afrika de Soukous muziek uit de nachtclubs, op Trinidad denkelijk Mighty Sparrow, in India misschien wel vooral Hariprasad Chaurasia, terwijl veel Europeanen denkelijk de componisten van weleer zullen opsommen (Mozart, Bach, Beethoven) maar wellicht ook wel de vele, zeer muzikale zigeuners zoals Reinhardt e.a..
Andere voorbeelden zijn: de nieuwslezer, makers van hoorspelen, maar ook vele acteurs, actrices, toneelspelers, etc..

2. Lichamelijke-kinesthetische intelligentie: de bekwaamheid in het bewegen en gebruiken van het menselijk lichaam. De oude Grieken startten ooit met de voorloper van de huidige Olympische Spelen en brachten ook "muzen" voort als Erato (dans) en Terpsichore (reidans). Ook hier kunnen Thalia (komedie) en Melpomene (tragedie) genoemd worden.
In Afrika zal men hierbij atleten uit Kenya en Ethiopie naar voren schuiven als grootheden op de lange afstanden, op Bali zal men bovenal de bewegingsspelen en Balinese danskunst benadrukken, in China wellicht de helden achter de ping pong tafel of het indrukwekkende Chinese Staatscircus en in grote delen van Europa melden velen direct hun favoriete sporters of schilders als Rubens, Rembrandt van Rijn en Karel Appel. Andere voorbeelden zijn: de beeldhouwer, beeldend kunstenaar, maar ook vele acteurs, actrices, toneelspelers, etc..
Bekijk eventueel ook "Gelukkig(er) worden in 16 stappen" en dan met name het onderdeel beweging en sporten .

3. Naturalistische intelligentie : de kennis van en interesse in de natuur, de sterrenhemel en in feite de gehele natuurlijke leefomgeving van de mens. Op het terrein van de sterrenkunde dachten de oude Grieken aan Urania. Velen zullen Darwin noemen met onder meer een van zijn eerste "projecten" over de regenworm. In feite geen goed voorbeeld aangezien Darwin thuis hoort in de categorie "wetenschappers". Wel een goed voorbeeld: de Indianen uit Noord en Zuid Amerika. Veel Europeanen zullen echter ook hier wetenschappers als Van Leeuwenhoek, Boerhave of Mendel noemen. Het gaat hier dus onder meer over het domein van astronomen en biologen, maar eigenlijk over niet-wetenschappelijke mensen als vogelspotters, boeren, amateurs met sterrekijkers, e.d.. I.h.a. zal dit verschijnsel in de westerse wereld - en dan met name in de vele urbane centra - veel marginaler zijn dan in de agrarische, derde-wereld-landen. Bekijk eventueel ook "Gelukkig(er) worden in 16 stappen" en dan met name het onderdeel natuur .

4. Intrapersoonlijke intelligentie : zelfkennis, spiritualiteit en de eigen emoties kunnen uiten; dat staat centraal bij deze vorm. Indien deze competentie aanwezig is bij leiders en managers, dan kan gesproken worden van zgn. "emotioneel intelligent leiderschap". Zie b.v. Goleman . In dat geval zou dan ook de "interpersoonlijke intelligentie" (zie onder 5) in zekere mate aanwezig moeten zijn. Kijk evt. ook naar: Managers met hoog EQ . Velen zullen hierbij direct denken aan religieuze leiders zoals bijvoorbeeld de Dhalia Lama. Maar ook de individuele Tibetaanse monnik of de spirituele brahmaan uit India zou in theorie hieraan moeten voldoen. In het weinig spirituele westen, waar men nergens meer tijd voor heeft, is deze vorm van intelligentie denkelijk bij een groeiende groep mensen weinig ontwikkeld. Bekijk eventueel ook "Gelukkig(er) worden in 16 stappen" en dan met name het onderdeel reflectie .

5. Interpersoonlijke intelligentie : de vaardigheid en motivatie om met veel (verschillende) mensen om te kunnen gaan. Het accent ligt op (mondelinge) communicatie en sociale vaardigheden. Hierbij kan men denken aan de gangmaker op feesten en partijen, aan de bemiddelaar die een burenruzie weet op te lossen; veelal past dit profiel ook bij de docent, de dominee, de imam, de politicus, de trainer, de marktkoopman, de barkeeper, etc.. Anderen iets uitleggen - doceren dus - hoort hier ook bij. Vaak hebben mensen met de bedoelde vaardigheden iets van een podium-mens in zich. Vandaar dat ook zeker diverse verslaggevers en cabaretiers tot deze groep gerekend kunnen worden. Bekijk desgewenst ook "Gelukkig(er) worden in 16 stappen" en dan met name het onderdeel sociaal zijn .

6. Taalkundige intelligentie: de vaardigheid, de kennis en het gevoel voor taal, woorden en betekeniisen staat hier voorop. Indien deze competentie goed is ontwikkeld dan kunnen mensen eenvoudig en beknopt zaken weergeven en samenvatten. Het geheugen voor wat men heeft gehoord en gelezen is ook erg goed ontwikkeld. In de Griekse mythologie worden Polyhymnia (hymnen-dichtkunst) en Calliope (epos - heldendicht) ten tonele gevoerd. Het gaat dus om dichters zoals Shakespeare, Vondel en hedendaagse dichters zoals Ilja Pfeijffer en Gertjan Kock . Daarnaast betreft het ook schrijvers waaronder de schrijver van Gilgamesh , [ het oudste epos van de wereld; Soemerisch ], vele Chinese schrijvers, schrijvers uit India, de schrijver van het epos Illias (Homerus) tot en met de schrijvers van onze tijd zoals b.v. Jan Wolkers, Mees Meerdervoort e.v.a.. De voorsprong van veel westerse landen, die al dan niet aanwezig is, wordt opgehangen aan het feit dat er veel bewaard is gebleven. Dus "wie schrijft die blijft", is bij deze vorm van intelligentie van groot belang.

7. Logisch-wiskundige intelligentie: de vaardigheid om te rekenen en de nieuwsgierigheid en kennis om problemen te kunnen oplossen. De nadruk ligt op logisch kunnen denken. Dit is daarom het domein van de wiskundigen, van de logica en van filosofen van de oude stempel (vandaag de dag ligt de nadruk meer op "ethische vraagstukken"). In feite vallen hier alle wetenschappers onder. Voor velen is deze vorm van intelligentie identiek aan het bezitten van een hoge IQ. Kijk voor deze intelligentie quotient op de pagina Psychologie .
Deze vorm van intelligentie zien we vanaf de oude Egyptenaren [ de Papyrus "Rhind" ] in de Griekse Diophantus, bij de Hindoe Algebra uit India - zie bijvoorbeeld: de geschiedenis van de algebra - tot en met hedendaagse personen en beroepen zoals ingenieurs en onderzoekers en (vrijwel) andere wetenschappers. De eerste die deze vorm van intelligentie op een enorm voetstuk plaatste was de oud-Griekse denker en wiskundige Pythagoras . Met hem begon een nieuwe "vorm van denken" in termen van "waardevol - minderwaardig".
Denk behalve aan Pythagoras en Diophantus ook aan Descartes, Fermat, Einstein en dus ook aan Mendel, Darwin e.v.a.. Ook hier worden relatieve achterstand en voorsprong gekoppeld aan (schriftelijke) verslaglegging en overlevering. Het voorbeeld over de wiskunde in het oude Perzie maakt dat goed duidelijk: vele Iraniers houden en hielden zich bezig met talloze wiskundige problemen, maar helaas is niets bewaard gebleven (kijk: onderaan die pagina).

8. Ruimtelijke intelligentie : de kennis en vaardigheden die nodig zijn om adequaat met "ruimte" om te kunnen gaan. D.w.z. afstanden kunnen inschatten, plattegronden kunnen lezen, een goede visualisatie kunnen maken van hoe b.v. een kamer er uit gaat zien - na een verbouwing of na een grote verfbeurt. Kijk ook op: visuele waarnemingen .
Denk hierbij aan de tuinman, de landopmeter, schakers, dammers zoals Ton Sijbrands, maar ook aan de mensen die in Egypte de pyramides construeerden, de Taj Mahal, de tempels in Peru en vele anderen waaronder architecten, stedenbouwers, planologen, designers, etc.. Nieuwe grote architectonische projecten zijn echter sterk afhankelijk van (geld en) welvaart en zijn tegenwoordig vooral geconcentreerd in het rijke westen.

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....