Terug naar Vakkenhoek: Nederlands
Home Page: www.wjsn.nl


KARAKTER, Roman van zoon en vader
F. Bordewijk
BRON: Literama, K.J. Van der Kerk en H.A. Poolland, Uitgeverij Van Walraven, Vaassen

In dit verhaal staan tegenover elkaar de zoon Jacob Willem Katadreuffe en de vader, deurwaarder A.B. Dreverhaven. De strijd tussen deze twee mensen wordt in de Inhoudsopgave gesymboliseerd: drie maal is er een hoofdstuk "Katadreuffe en Dreverhaven". In deze hoofdstukken is de vader de sterkere. Het laatste hoofdstuk is echter getiteld "Dreverhaven en Katadreuffe": de zoon heeft de vader overwonnen door één karaktereigenschap "wilskracht". Doordat deze ene karaktereigenschap zo sterk (éénzijdig) is ontwikkeld, ontbreekt in Katadreuffe het gevoel van liefde voor de medemens, waardoor hij in het bijzonder de vrouw Lorna te George verliest.
Katadreuffe is het onwettig kind van de achttienjarige dienstbode Joba Katadreuffe, die door Dreverhaven - "het zwaard zonder genade voor iedere schuldenaar die hem in handen viel" - is verkracht. Joba weigert te trouwen, "zij had een sterke wil". Ze kent aan Dreverhaven geen vaderrechten toe. De bevalling is zwaar geweest, maar Joba komt het te boven. Dreverhaven stuurt geld, maar zij stuurt het per omgaande post retour.
"De twaalfde keer schreef zij er dwars overheen: Wordt altijd geweigerd". Een aanzoek van de bokschipper Harm Knol Hein wijst ze af. "Zij was een weinig sprekende, straffe, onbuigzame, harde moeder, maar zij was goed." Jaren van armoede breken aan, "de jonge Katadreuffe herinnerde zich deze jaren als diep zwart". De jongen is driftig en durft te vechten. Met kunstnaaldwerk weet Joba wat geld te verdienen, bovendien heeft ze een kommensaal. Na de lagere school heeft Jacob Katadreuffe verschillende baantjes, later begint hij een sigarenwinkeltje.
Jan Maan, een nieuwe kommensaal, komt bij hen inwonen. Katadreuffe leest veel: degelijke lectuur, "het liefst was hem een oud Duits lexicon waaraan de laatste delen ontbraken". Zijn ontwikkeling neemt een aanvang. Dreverhaven tracht zijn zoon te harden: het faillissement met het sigarenwinkeltje is zijn werk.
Samen met Mr. de Gankelaar bezoekt hij Katadreuffe. Joba verschrikt slechts even. Dreverhaven is gevreesd bij het volk: "de wet in haar volle onmenselijke strengheid was één met Dreverhaven." De bezittingen van Katadreuffe moeten verkocht worden, maar het is te weinig. Mr. de Gankelaar bezorgt Katadreuffe een baantje op het kantoor van Mr. Stroomkoning. Het is een groot advocatenkantoor: vijf naamborden hangen naast de deur. Katadreuffe aanschouwt de "vijf zonnen": "Toen stond er in Katadreuffe iets op."
Hij is één en twintig jaar; zijn plan is gemaakt: hij wil óók advocaat worden. Als hij het kantoor bezoekt om het faillissement te behandelen, verschijnt zijn vader, die hij nimmer heeft gezien. Een juffrouw licht hem in: "Zorg maar dat u uit de klauwen blijft van die bloedhond."
De kommensaal Jan Maan sluit vriendschap met Katadreuffe. Jan Maan is communist, maar voor Katadreuffe "opende de leer van Lenin geen toekomst". Hij vertelt Jan Maan van zijn grootse plannen, over Joba spreken ze altijd met elkaar in termen van "zij" of "haar".
Mr. de Gankelaar is het meest getroffen door de soort boeken (o.a. het lexicon tot T) van Katadreuffe: daarom helpt hij de jonge man voor wie hij grote sympathie gevoelt.
De medewerkers op het advocatenkantoor passeren de revue: onder hen is juffrouw Te George, secretaresse van Stroomkoning. Verder is daar de chef van het lagere personeel, Rentenstein.
Katadreuffe gaat op kamers wonen bij de conciërge Graanoogst. De tijd van hard werken breekt aan: tot na middernacht is hij bezig zichzelf hardop te dicteren in een verkort schrift van eigen vinding. Eerzucht is de basis van al zijn werk. Door zelfstudie komt hij verder: eerst de eenvoudige dingen, daarna de talen en staatsexamen.
De ontmoeting tussen de vader en de zoon zijn de hoogtepunten in het boek: Dreverhave is de deurwaarder van Mr. Stroomkoning sinds het scheepsbeslag ; hij bezoekt af en toe het kantoor.
Rentenstein vertelt Katadreuffe de geschiedenis van het scheepsbeslag: een Italiaanse boot moest worden gevorderd. Door een list komen ze aan boord: het schip moet rechtsomkeert maken, wordt aan de ketting gelegd en bewaakt door het monster Den Hieperboree (bijnaam: de Kolengrijper).
De eerste ontmoeting vindt plaats op het bureau van Dreverhaven: opnieuw heeft de vader - via Mr. Schuwagt - het faillissement aangevraagd. De zoon bezoekt de vader om de zaak te regelen; de vader maakt echter geen uitzondering: hij is debiteur, hij moet betalen. Dan volgt de scène met het grote, geopende dolkmes.
De volgende dag heeft Katadreuffe een gesprek met Stroomkoning: deze helpt hem geldelijk. Na de faillissementsaanvrage wordt dertig gulden van zijn salaris ingehouden: de Gankelaar regelt de zaak aldus met de curator.
De tweede ontmoeting vindt eveneens plaats op het bureau van Dreverhaven. Katadreuffe heeft zijn schulden reeds afbetaald, hij komt nu geld lenen bij zijn vader voor de studie: tweeduizend gulden. De zoon wil de vader trotseren ! Voor het staatsexamen gaat Katadreuffe in Leiden studeren. Hij mag nu ook een kantonproces behandelen op voorstel van De Gankelaar. Katadreuffe wordt opvolger van Rentenstein, die geldt heeft verduisterd (schulden bij Dreverhaven).
De derde ontmoeting tussen vader en zoon volgt, nadat Dreverhaven en Schuwagt ten derden male een verzoek tot faillietverklaring hebben ingediend (achttien gulden-affaire van boeken door De Gankelaar gekocht). Het verzoek wordt afgewezen. Ze ontmoeten elkaar op straat: Dreverhaven biedt hem weer het dolkmes aan, Katadreuffe laat het in een straatput vallen. De vader, woedend, neemt zijn zoon mee naar zijn bureau. Bij deze ontmoeting lijkt de vader nog de sterkere, maar er is reeds een wending.
Voor het staatsexamen slaagt hij: op het kantoor wordt hij hartelijk gelukgewenst (nieuw Duits lexicon).
Juffrouw Te George neemt ontslag: zij kan de spanning die in haar onuitgesproken verhouding met Katadreuffe is ontstaan, niet meer aan. Katadreuffe is slechts bezield door één doel: een zesde naambord met zijn naam erop. Hij heeft enkele ontmoetingen gehad met Lorna te George, houdt ook van haar, maar dat ene neemt hem volkomen in beslag.
In een apart hoofdstuk "Dreverhaven" leren we deze man volkomen kennen. Vader en zoon staan tegenover elkaar in een rechtszaakje, waar zij als pleiters elkaar ontmoeten: "Zij wonnen geen van beiden."
Katadreuffe ontmoet later Lorna in het park. Zij is nu mevrouw Telger. Hun gesprek is vriendelijk. Katadreuffe begrijpt dat hij het menselijke in zijn mens-zijn heeft verzaakt: "Ik zal nooit met iemand anders trouwen. U was een incident in mijn leven, een wit incident, hèt incident, dat vergeet ik niet, dat kan ik eenvoudig niet." Later, als Katadreuffe zijn moeder inlicht over de secretaresse van Stroomkoning, vat Joba het bondig samen: "Zo, dan ben je een grote ezel geweest."
De laatste ontmoeting tussen vader en zoon. Katadreuffe is inmiddels advocaat geworden, de vader probeert nog eenmaal zijn zoon te "wurgen": Mr. Schuwagt heeft bezwaar gemaakt tegen toelating als advocaat op vier gronden. De bezwaren worden nietig verklaard: de beëdiging vindt plaats: Hij zag aan de voorgevel vier zonnen. Hij las: "Mr. J.W. Katadreuffe, advocaat en procureur."
"Die avond ging Katadreuffe voor een laatste afrekening naar zijn vader." De "afrekening" is typerend voor Katadreuffe: koel, zakelijk, hard: "Ik erken u niet meer als mijn vader, u bestaat niet meer voor mij." Vier mensen hebben zijn leven begeleid: Jan Maan, Lorna te George ("de vrouw wier warmte hij had versmaad"), "Haar" (let op het testament) en de vierde mens ("hij had die boom geveld").

Opmerking:
Gebruik is gemaakt van de editie uit de Nimmer Dralend Reeks, 9e druk, Den Haag, Nijgh en Ditmar. Zie voor dit boek ook het essay Het geclausuleerde beest door Th. Govaart (Hilversum, Antwerpen, 1962).

Opdracht:
Bordewijk geeft zijn personen typerende namen, die een zekere betekenis hebben voor de dragers (draagsters). Zo heeft men in Katadreuffe het begrip "Katastrofe" willen zien: de rampspoed is dan de éénzijdigheid in zijn karakter, waardoor hij Lorna te George verliezen moet.
Ga ook de overige namen na, in het bijzonder die van Jan Maan, Stroomkoning en Dreverhaven.

Vraag:
Dreverhaven tracht zijn zoon voortdurend te dwarsbomen. Welke bedoeling heeft hij daarmee ?