Return: Wiskunde
Home Page: http://wiskunde.wjsn.nl

Instap Toets WISKUNDE: Doelgroep: leerlingen uit 1 havo/vwo.
OPMERKING/ADVIES voor docenten: Afname van deze Instap Toets was in de 80-er jaren mogelijk aan het begin van het schooljaar (bij binnenkomst). In 2004 is dat niet meer mogelijk. ADVIES: Afname van deze toets: twee maanden na het begin van het schooljaar. Tijd: 40 minuten (minimaal).


Instap Toets WISKUNDE:
BRON: www.wjsn.nl

1. HOOFDREKENEN


tijd: 16 minuten
Geen rekenmachine en ook geen kladpapier gebruiken. Ook de tussen-stappen in de berekening mag je niet opschrijven. Immers: gemeten wordt je niveau in hoofd-rekenen.

1. Opgaven Antw.
1.01. 7 x 17 ..
1.02. 25 x 8,5 ..
1.03. 9437 + 997 ..
1.04. 99 x 34 ..
1.05. Achtste deel van 35 x 64 ..
1.06. 28 : 4 + 56 : 8 ..
1.07. 1,5 x 1,5 ..
1.08. 2757 - 164 - 36 ..
1. Opgaven Antw.
1.09. 0,25 : 0,5 ..
1.10. 24,24 : 12 ..
1.11. 0,7 x 0,08 ..
1.12. (12 + 15) : 3 ..
1.13. Negende deel van 40 x 27 ..
1.14. 37,5% van 400 Euro ..
1.15. 700,00 Euro - 1,75 Euro ..
1.16. 1/2 + 1/3 ..

2. UITGEBREID REKENEN


tijd: 16 minuten
Hier moet je laten zien hoe je aan je antwoord komt. Je moet dus alles opschrijven: de hele berekening en de tussen-stappen. Gebruik de ruimte onderaan als kladpapier EN de achterkant van dit blaadje. Ook voor deze deel-toets (Nr. 2) geldt: geen rekenmachine gebruiken.

2.1.

Een aquarium dat met water gevuld moet worden, zetten we onder de kraan. Het aquarium is 4 dm breed, 75 cm lang en 0,65 m hoog. Als er elke minuut 13 liter water uit de kraan stroomt, hoe lang duurt het dan voordat het aquarium helemaal vol is ?

2.2.

Een verkoper moet een getal met 3 vermenigvuldigen, maar hij vergist zich en hij deelt het getal door 3. Het antwoord dat hij heeft gevonden is 28 te klein. Hoe groot was het oorspronkelijke getal ?

2.3.

Bereken: 143032 : 38 - 13 x 11,5


3. MEERKEUZE VRAGEN


tijd: 8 minuten

Bij de meerkeuze vragen mag je wel kladpapier gebruiken; geen rekenmachine. Gebruik de ruimte onderaan als kladpapier EN de achterkant van dit blaadje.


3.1. Sorteer de volgende breuken van klein naar groot. Welke is nu de middelste ? Omcirkel A, B, C, D of E.

A
B
C
D
E
1/3
3/10
31%
0,03
0,303

3.2. Iemand begint met tellen bij 19 en gaat door tot 89. Het uitspreken van elk getal duurt 1 seconde. Hoe lang duurt het tellen ? Omcirkel A, B, C, D of E.
min = minuut EN sec = seconde !

A
B
C
D
E
1 min +
10 sec
1 min +
29 sec
1 min +
11 sec
1 min
1 min +
19 sec

3.3. Hiernaast staat een magisch vierkant. Er moeten 9 getallen in staan, maar er zijn er 5 weggelaten. De getallen in magische vierkanten kun je optellen op drie manieren: horizontaal, verticaal en schuin (diagonaal). De uitkomst van elke optelling is altijd hetzelfde. Vul de 5 ontbrekende getallen in; zet ze in het magisch vierkant.

13
.. ..
..
10
..
9
..
7