Terug naar Vakkenhoek: Nederlands
Home Page: www.wjsn.nl


Hersenschimmen

1. Zakelijke gegevens

  1. Auteur: J. Bernlef
  2. Titel: Hersenschimmen, EM.querido’s uitgeverij b.v., Amsterdam, 1991-34e druk, 166 blz. (1e druk in 1984)
  3. Genre: Psychologische roman

2. Eerste reactie

  1. onderwerp sprak mij aan en ik was benieuwd hoe het geschreven was. Ik werk daarnaast ook met demente mensen en het Keuze: Ik wilde dit boek al een hele tijd lezen omdat ik er veel over gehoord had. Het leek me interessant om me op deze manier meer in hen te verdiepen.
  2. Inhoud: Als ik het boek net gelezen heb ben ik erg onder indruk. Sowieso vanwege de inhoud, maar ook om de manier waarop het geschreven is. Het is zo realistisch en dat voor iemand die zelf (waarschijnlijk) niet weet hoe het is om te dementeren. De geleidelijke manier waarop het gaat, beetje bij beetje, zodat je het zelf bijna niet doorhebt eerst is heel goed.

3. Verdieping

  1. Samenvatting: De 71- of 72-jarige Maarten Klein woont met zijn vrouw Vera in Gloucester, aan de oostkust van de Verenigde Staten, even ten noorden van Boston. In de jaren vijftig zijn ze uit Nederland naar Amerika geëmigreerd. Hun twee kinderen bleven in Nederland wonen. Maarten werkte tot zijn pensionering bij de Intergovernmental Maritime Consultative Organisation (IMCO), een instituut voor visserijonderzoek in Boston. Op een winterse dag kijkt hij uit naar de schoolbus met kinderen die elke morgen bij zijn huis stopt. Hij denkt terug aan zijn vader, die griffier bij de rechtbank was en thuis temperatuurgrafieken bijhield en aantekeningen over het weer maakte. Uit opmerkingen van zijn vrouw wordt duidelijk dat Maarten een beetje ver strooid begint te worden: het is zondag, dus de kinderen hoeven niet naar school. Hij denkt dat het ochtend is, maar het is al middag. Eerder vergat hij al zijn koffie op te drinken en voor Vera hout uit de schuur te halen, hoewel ze hem daar tweemal om had gevraagd. Hij zoekt de schuld van zijn vermoeidheid en concentratieverlies voorlopig bij de lange winter. Maarten piekert over zijn vergeetachtigheid en neemt zichzelf steeds voor zijn best te doen voor Vera en geen rare gedachtespinsels meer te maken. Er is iets mis, maar hij weet niet precies wat. Hij betrapt zich erop dat hij hardop in zichzelf praat. Woorden die hij alleen gebruikte op zijn werk duiken plotseling op in zijn conversatie met Vera. Zijn gedachten dwalen vaak door associaties af naar gebeurtenissen uit het verleden, vooral uit zijn jeugd, uit de Tweede Wereldoorlog en uit de tijd dat hij op kantoor werkte. Soms roepen de herinneringen handelingen op waarvan hij zich niet bewust is. Als hij terugdenkt aan het mislukte vlechtwerkje dat hij op de kleuterschool van stroken papier maakte, scheurt hij onbewust de krant aan repen. De juffrouw vroeg hem destijds de potlodendoos te halen en Maarten gaat hem zoeken, op een plank in het washok, waar hij met een stoel bijklimt. Als Vera hem daar vindt, beseft hij pas wat hij doet. Tijdens een wandeling met de hond Robert verliest hij zich weer in het verleden. In het meisje achter de bar van het café‚ waar hij even uitrust, herkent hij zijn eerste vriendin. Daarna komt hij in het antiquariaat waar hij kort daarvoor The Heart of the Matter van Graham Greene kocht.

Maarten kan zich het boek op dat moment niet herinneren, hoewel hij er thuis af en toe een stukje in leest. Als hij mijmerend verderdwaalt door de stad, vindt Vera hem, ze maakte zich ongerust toen de hond Robert alleen thuis kwam en is hem met de auto gaan zoeken. De symptomen van Maartens dementie worden duidelijker en heviger. Vera heeft de deur op slot gedaan toen ze even weg moest, maar Maarten breekt hem open om naar een IMCO-vergadering te gaan. Het gereedschap neemt hij mee in zijn aktetas. Hij gaat echter niet als vroeger met de trein naar Boston, maar loopt naar een vakantiehuisje, waarvan hij de deur ook forceert. Terwijl hij wacht op de anderen oefent hij zijn betoog, waarin hij zijn twijfel uitspreekt over de zin van de organisatie, die aan de hand van computerprognoses aanbevelingen doet over vangstquantums. Dan realiseert hij zich de situatie en gaat hij op weg naar huis; hij vergeet echter zijn tas.Vera is bij dokter Eardly geweest. Hij heeft haar aangeraden met Maarten foto's te bekijken om de herinneringen te ordenen. Maarten herinnert zich tot in de details het verhaal bij een foto uit zijn jeugd, maar kan andere gebeurtenissen, zoals het bezoek van zijn kinderen uit Nederland drie jaar geleden, niet plaatsen. Later weet hij dat weer, maar als de deur wordt gerepareerd kan hij zich het niet herinneren dat hij hem heeft opengebroken. Op het bezoek van dokter Eardly reageert Maarten met een redevoering, die imponerend bedoeld is. Daarna realiseert hij zich met machteloosheid, woede en angst dat hij niet meer helemaal meester is over de taal: hij moet zinnen soms eerst vanuit het Nederlands in het Engels vertalen voordat hij ze kan uitspreken en heeft moeite met het benoemen van voorwerpen. Steeds meer vermengt Maartens verleden zich met zijn dagelijks leven. Maarten verwart Vera met zijn moeder en zijn huis met dat van zijn grootouders.
Wat zijn vrouw hem het ene moment vertelt, kan hij direct daarna weer vergeten zijn. Als zij weg is, slaat Maarten een ruit in om de hond binnen te laten. Daarna vergeet hij het gas uit te zetten. Bij het volgende bezoek van de dokter ziet Maarten hem als een tegenstander in een moeilijke onderhandeling. Hij gaat hem verbaal te lijf met een vergaderstrategie van zijn ex-collega Karl Simic. Als de dokter hem een kalmerende injectie wil geven slaat hij hem de spuit uit handen. Op dat moment waant hij zich in de oorlog. Omdat de toestand gevaarlijk wordt, komt de gezinshulp Phil Taylor inwonen om op Maarten te letten. Deze vergeet steeds wie zij is en waarom ze er is, en verwart haar met zijn pianolerares van vroeger en met een vriendin van zijn dochter. Als hij tweemaal in een nacht door het huis dwaalt, geeft Phil hem een injectie.

Maarten wordt wakker doordat hij in zijn bed heeft gepoept. Vera en Phil maken de riemen los waarmee hij was vastgebonden en wassen hem in het bad; Maarten krijgt daarbij een erectie. Pas als hij het aanraakt beseft hij vol schaamte dat het zijn geslacht is dat boven water uitkomt.

Maarten ontsnapt nog een keer uit het huis en komt na een wandeling door de duinen terecht in het zomerhuisje waar hij eerder zijn aktetas had laten staan. De vuurtorenwachter ziet hem lopen en brengt hem terug naar huis in zijn jeep, waardoor Maarten hem houdt voor een Amerikaanse soldaat tijdens de bevrijding. Even later komt dokter Eardly, die Maarten voor een soldaat in burger houdt. Als de dokter hem een kalmerende injectie wil geven denkt hij dat hij wordt verdacht van collaboratie. Als Maarten wakker wordt, maakt hij een vuur in de open haard en verbrandt hij uit het album de foto's waarop hij is afgebeeld. Hij herkent zichzelf niet meer. Vera en Phil binden hem op een stoel vast. Ook hen herkent hij niet meer. Dan wordt hij in een ziekenwagen naar een inrichting gebracht. Er dringen nog maar flarden van buiten tot Maarten door; zijn wereld is gekrompen tot zijn onsamenhangende, maar soms plotseling heldere gedachten, waarin de taal een belangrijke rol speelt. Het boek eindigt met een mededeling die hij nog wel opvangt, al beseft hij niet dat die van Vera komt: zij vertelt hem dat de lente op het punt staat te beginnen.

B. Onderzoek van de verhaaltechniek:

Indeling: Hersenschimmen is onderverdeeld in meerdere stukken, enkel door wit van elkaar gescheiden. Er zijn geen hoofdstukken. Sommige stukken beginnen met een schuin gedrukte regel. Dit geeft het begin van een nieuwe dag aan.

Perspectief: Het verhaal geschreven in een ik-perspectief. Je ziet verhaal vanuit de ogen van Maarten. Je ziet dus het dementeringsproces door de ogen van de dementerende zelf, waardoor de taal en gedachtes steeds verwarrender worden. Op het laatst verandert het perspectief waarin Maarten in de hij-, jij- en soms zelfs ook het-vorm over zichzelf spreekt (het verhaal is hierdoor soms erg verwarrend). Het ik-perspectief in het begin is een belevend-ik.

Tijd: Volgens het principe van de schuine regels zou het boek negen dagen in beslag nemen. Voor mijn gevoel echter beslaat het verhaal een veel langere tijd. Alleen al omdat het verhaal dan onrealistisch snel zou gaan. Het dementieproces verloopt echt niet in negen dagen. Bovendien woont naar mijn idee de verpleeghulp Phil best een tijdje bij Vera en Maarten in huis en anders zou dat maar enkele dagen zijn. Mijn verklaring hiervoor is daarom dat niet alle dagen beschreven zijn. Het verhaal is wel chronologisch, al blikt Maarten erg vaak terug naar zijn verleden.

Plaats: Het verhaal speelt zich af in en rond het huis van Maarten in Gloucester in de Verenigde Staten. Ik denk dat de ruimte naast een beeldvormende ook een sferische functie heeft, omdat de winter en de sneeuw het isolement van Maarten nog meer versterken ('..door de sneeuw lijkt alles zo op elkaar.'). Ik denk dat de ruimte (Amerika) door de schrijver ook met opzet is gekozen, omdat Maarten hierdoor steeds meer terugvalt op zijn jeugd en de Nederlandse taal.

Ook dit versterkt het isolement van Maarten.

Taalgebruik: Hersenschimmen bevat geen moeilijk taalgebruik. Er is afwisselend gebruik gemaakt van de tegenwoordige en verleden tijd, waardoor heden en verleden door elkaar lopen. Je 'beleeft' het verhaal vanuit Maarten's standpunt door de, af en toe, brokkelige tekstfragmenten. Met name aan het einde van het verhaal gebruikt Maarten korte, onsamenhangende zinnen en woorden. Het is daarbij dan nog maar de vraag, of Maarten de gebeurtenissen naar waarheid vertelt.

Personages:

Maarten Klein (hoofdpersoon): Nederlandse afkomst, wonend in Amerika. Hij zegt van zichzelf dat hij heel erg verlegen is. Maarten komt erg sympathiek over. Al snel in het verhaal wordt duidelijk dat wat Maarten verteld niet altijd even betrouwbaar is. Door de reacties van Vera en de gesprekken die ze over hem voert, krijg je te weten wat er eigenlijk echt aan de hand is. Maartens verhaal wordt gecorrigeerd door haar verhalen. Maarten houdt veel van zijn vrouw en zijn hond. Hij heeft een grote hekel aan de winter. Maarten verandert heel erg gedurende de beschreven (negen) dagen.

Vera Klein (bijpersoon): Deze persoon wordt van buitenaf door Maarten beschreven, je komt niet echt te weten wat ze zelf denkt. Wat Maarten over haar vertelt is eigenlijk altijd wel positief. Toch lijkt ze soms wat geïrriteerd en vervelend te reageren op de veranderingen die Maarten doormaakt. Maar uit gesprekken die ze met anderen voert blijkt dat zij zich vreselijk ongerust maakt om Maarten en ze zich volkomen machteloos voelt.
. Kitty en Fred Klein: De kinderen van Maarten en Vera Klein.

. Robert: De hond van Maarten en Vera Klein.

. Dr. Eardly: De huisarts van Maarten.

. Ellen Robbins: Een goede kennis van Maarten en Vera. Weduwe van Jack Robbins. Phil Taylor (bijpersoon): Een vrouw van rond de twintig jaar. Ze komt om Maarten te verzorgen en weet goed hoe ze met hem om moet gaan. Verder kom je niet veel over haar karakter te weten.

. Karl Simic: was een nogal stille (ongelukkige?) collega van Maarten die uiteindelijk zelfmoord pleegde. Maarten denkt nog vaak aan hem en voelt zich een soort schuldig dat hij niet eerder vrienden met hem is geworden.

B.Op zoek naar de thematiek:

Het thema van dit boek is de toeslaande dementie, die in dit boek de hoofdpersoon treft. Verder gaat het boek over hoe de man met zijn dementie omgaat, hoe hij zich ertegen verzet, hoe hij het tegenover zichzelf ontkent. Twee oude mensen die al een halve eeuw samen leven vervreemden totaal van elkaar. Motieven hiervoor zijn de vergeetachtigheid, het tijdbesef, het gedeeltelijk leven in het verleden (hierbij blijkt dat er bepaalde dingen meer indruk op hem hebben gemaakt dan andere, zoals zijn werk, de oorlog en zijn vader, hij denkt dan ook vooral over en aan deze dingen), onzekerheid, verwarring, isolement, zintuiglijke waarnemingen, taal, het niet meer in de hand hebben van seksuele gevoelens, de incontinentie en de verpleging.

De titel: "Hersenschimmen" is een antwoord op een vraag in het boek. Die vraag luidt: "In het leven terug?... maar waar is zo iets gebleven?... is er wel zo iets?... of was gewoon alles inbeelding van het hoofd?... hersenschimmen?". De dementerende denkt niet meer helder, allerlei gebeurtenissen uit het verleden zijn slecht schimmen geworden.

Het motto:"A touching dream to which we all are lulled But wake from separately." kan worden gezien als een korte samen-vatting van het boek. Het betekent: Een mooie droom waar iedereen wordt ingewiegd En elk apart uit wakker wordt. Het betekent zo ongeveer dat als een gelukkig mens ziek wordt, hij zich zal realiseren hoe kwetsbaar hij is. Dan zal hij niet naïef genoeg zijn om rustig door te kunnen leven. Uiteindelijk staat ieder mensenleven los van de andere levens. Het leven staat in het teken van de dood.

B. Plaats in de literatuurgeschiedenis:

Informatie over de schrijver: J. Bernlef is het pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman, geboren in 1936 in het Noordhollandse Sint-Pancras en opgegroeid in Amsterdam en Haarlem. Na zijn H.B.S.-A is hij een half jaar student aan de Politiek-Sociale Faculteit van de Universiteit van Amsterdam. Gelijktijdig werkt hij in een boekwinkel. Tijdens zijn militaire dienst debuteert hij met het korte verhaal Mijn zusje Olga. Tussen 1958 en 1960 reist hij heen en weer tussen Zweden en Nederland. Hij schrijft Stenen Spoelen en Kokkels, voor beide werken krijgt hij de Reina Prinsen Geerligsprijs (1959). Samen met G. Brands en K. Schippers richt hij het tijdschrift Barbarber op. Voor zijn dichtbundel Morene (1961) krijgt hij in 1962 de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam.

Vanaf 1970 is Bernlef betrokken bij het toneel en worden er enkele toneelstukken van hem opgevoerd (Sterf de moord 1973, In verwachting 1974). In 1977 is hij een van de oprichters van het tijdschrift Raster. Hij publiceert nog enige romans: Sneeuw (1973), Meeuwen (1975), De Man in het Midden (1977), Onder IJsbergen (1981) en Hersenschimmen (1984). Voor zijn totale oeuvre krijgt Bernlef in 1984 de Constantijn Huygensprijs.

Het werk is dus niet per definitie typerend voor de schrijver. Misschien heeft hij wel iemand in zijn omgeving gehad die aan het dementeren was, maar hij in ieder geval niet. Hij zal wel onderzoek er naar gedaan moeten hebben om dit verhaal zo in detail te beschrijven.
Het verhaal past goed in de tijd. Alhoewel dementie waarschijnlijk altijd wel is voorgekomen is het zeker nu een veelbesproken onderwerp. Ook in verband met euthanasie (ik zal die verslag en boek ook voor mijn mondeling gebruiken).

4. Beoordeling

Ik ben erg onder de indruk van dit boek. Vindt het heel mooi. Het onderwerp is interessant, maar ik vind het vooral interessant vanwege de manier waarop het is geschreven. Er is namelijk iets heel goed beschreven wat nooit iemand beschrijft omdat ze het niet meemaken en als ze het meemaken zijn ze niet meer in staat om het te beschrijven. Ik vraag me dan ook af hoe dichtbij dit bij de realiteit komt, maar naar mijn idee en gevoel wel dichtbij.

Wel een groot minpunt vind ik de tijd waarin het geschreven is. Negen dagen is gewoon onrealistisch (ik moet ook toegeven dat ik zelf niet eens doorhad dat het maar 9 dagen waren, daar kwam ik pas achter toen ik verslagen van anderen las) en dus geloof ik dit niet….
Het ergste aan het dementerende proces lijkt mij de momenten waarop je weet dat je aan het dementeren bent, maar er niks tegen kan doen. Maarten heeft zo z’n heldere momenten, waarin hij beseft dat hij moment wordt en dat lijkt me het enge. Er is geen duidelijke lijn te trekken van ‘nu ben ik dement’.

Het lijkt me ook heel erg voor de partner van de dementerende, in dit geval Vera, om te zien dat iemand die je door en door kent, waar je heel veel van houdt en je halve leven mee samen hebt geleefd dit gebeurd. En om te zien dat je zo van elkaar vervreemd.

Ik vind dit dus een heel goed boek, dat aan iedereen aan te raden is. Je krijgt, ondanks dat je niet helemaal weet in hoeverre het klopt, wat meer begrip voor wat er gebeurt bij een dement iemand.

Irene de Vries, 6a

4 februari 2002