|
Return: Wiskunde Home Page: http://wiskunde.wjsn.nl |
|
Hoeken, methode 2: Graden |
Figuur 1
|
2. Het verschil tussen het hoogste punt en het laagste punt is 100 meter. Bij de onderste rechte lijn (= de horizontale lijn) zie je staan: 1000 meter. Het getal van 100 meter EN het getal van 1000 meter worden gebruikt om aan te geven hoe groot de hellingshoek is. |
3. Dat betekent dat een breuk gebruikt wordt met een teller van 100 en een noemer van 1000. Als teller neem je dus altijd de hoogte. De uitkomst kun je vereenvoudigen tot 0,1. Gebruik hiervoor een rekenmachine, als je het niet uit je hoofd kunt berekenen. |
4. Als je al de andere methode met hellingshoeken en procenten hebt bekeken, dan zul je deze berekening herkennen. De uitkomst die hoort bij de LINKER hoek is 0,1 oftwel 1 tiende. Dat getal hoort bij een hoek van bijna 6 graden - uitleg over "graden" staat hieronder. In Figuur 2 kun je een andere hoek vinden (ook hier wordt de LINKER hoek bedoeld). Als je het getal berekent dat bij die hoek hoort, kom je uit op 1. Controleer dat! Het getal "1" hoort dus bij een andere hoek. Deze hoek is groter en om precies te zijn: de hoek uit Figuur 2 is 45 graden. Het woord "graden" gebruiken wiskundigen niet (vaak). In plaats daarvan schrijft men het op als: de linker hoek = 45° |
Figuur 2
|
5. De LINKER hoek uit Figuur 2 is dus 45° groot. Om nu niet steeds het woord "linker" of b.v.
de "hoek rechts" te hoeven gebruiken, zijn er letters bij de hoeken gezet. Wiskundigen
gebruiken in dit geval hoofdletters, zoals A, B en C. |
Figuur 3
|
6. Hoek B = 90° en dat is een bijzonder geval. Dit soort hoeken noemt men "recht". Men spreekt
van "rechte hoeken" in dit geval. Dus een "rechte hoek" = 90°. Bij "rechte hoeken" kun je
denken aan de hoek tussen muren en vloer in een huis. Als men dat goed heeft gebouwd, dan
staan de muren rechtop. Ook de hoek tussen een muur en het plafond is recht, als het goed is. |
7. Het getal dat je had berekend, dat bij een hoek van 45° hoort is "1".
Zo'n getal kun je NIET vinden voor een hoek van 90°. Als je een omrekentabel hebt of een
goede rekenmachine, dan kun je dat checken. Voor bijvoorbeeld 88° vind je het getal
29, voor een hoek van 89° vind je 57 en voor 89 en een half zit je al op 115! Je zou dus
voor 90° op een oneindig groot getal uitkomen. |
8. Wat wel van belang is, de "afspraak" die wiskundigen hebben gemaakt. Onthoudt die goed: |
9. Als dit allemaal duidelijk is, dan kun je het beste eerst je GEO pakken oftwel de "gradenboog" die op je GEO zit. Het is in feite een soort kromme lineaal, waarmee je hoeken kunt meten in "graden". Start met een "rechte hoek". Als je die meet, dan moet je 90° vinden. Meet daarna de helft of gewoon hoek A uit Figuur 3. Jouw "meetinstrument" moet daar dus 45° aanwijzen. |
Opdracht |
Nota Bene |