|
Return: Wiskunde Home Page: http://wiskunde.wjsn.nl |
|
Hoeken, methode 1: Hellingshoeken |
Figuur 1
|
2. Het verschil tussen het hoogste punt en het laagste punt is 100 meter. Bij de onderste rechte lijn (= de horizontale lijn) zie je staan: 1000 meter. Het getal van 100 meter EN het getal van 1000 meter worden gebruikt om aan te geven hoe groot de hellingshoek is. |
3. Dat betekent dat een breuk gebruikt wordt met een teller van 100 en een noemer van 1000. Als teller neem je dus altijd de hoogte. De uitkomst kun je vereenvoudigen tot 0,1. Gebruik hiervoor een rekenmachine, als je het niet uit je hoofd kunt berekenen. |
4. Op verkeersborden die je in Oostenrijk en bijvoorbeeld in Zwitserland tegen komt,
staat altijd een percentage zoals 5% of 10%. Daarmee wordt de hellingshoek
aangegeven. De breuk die je net hebt berekend was 0,1 en dat is gelijk aan 10%.
Dus de hellingshoek uit Figuur 1 is 10 procent. |
Figuur 2
|
5. Er is in beide figuren nog een hellingshoek, die je zou kunnen berekenen. Hiervoor zijn
Figuur 1 en Figuur 2 gedraaid. Samen staan ze in Figuur 3. Ook hier noemen we de LINKER hoek
weer de hellingshoek. In Figuur 3 staan dus twee hellingshoeken. |
Figuur 3
|