Terug naar Educatiehoek

BRON: CBS, Kwartaalschrift Onderwijsstatistieken, 1998-II

Meer vrouwen dan mannen in het hbo


C.M.N. Gordijn en rs. M.J. Roessingh

Dit studiejaar zijn er anderhalf procent meer studenten in het hoger beroepsonderwijs (hbo) dan vorig jaar. Voor het eerst in vijftien jaar studeren er meer vrouwen dan mannen. Het aantal geslaagden is met een half procent gedaald.

Hbo groeit nog steeds

Het aantal studenten in het hbo is opnieuw gegroeid en bedraagt in 1997/’98 ruim 280 duizend (tabel 1). De groei vond vooral plaats in de sectoren gezondheidszorg, economie en sociaal-agogisch onderwijs. Sinds 1990 zijn bijna alle sectoren gegroeid. Het aantal studenten bij het sociaal-agogisch onderwijs is bijna anderhalf keer zo groot geworden. Ook de sector economie is sterk gegroeid: in 1997/’98 studeren hier ruim 30 procent meer studenten dan in 1990/’91. Alleen de sector kunst is gekrompen, en wel met 20 procent.

Vrouwen veroorzaken groei hbo

In 1997 studeren er 20 procent meer vrouwen aan het hbo dan in 1990, bij de mannen is de toename slechts 6 procent (tabel 4 en 5). Sinds 1993 is de groei in het hbo zelfs alleen veroorzaakt door de toename van het aantal vrouwelijke studenten. Het aantal vrouwen is de laatste jaren zo sterk toegenomen, dat er nu meer vrouwen dan mannen studeren.

Er zijn nog steeds sectoren met voornamelijk vrouwen en sectoren met vooral mannen. In de sector gezondheidszorg studeren vooral vrouwen: 80 procent van de studenten is daar vrouw. Bij de opleiding logopedie is zelfs 98 procent van de studenten vrouw. Ook bij het sociaal-agogisch onderwijs studeren veel vrouwen, gemiddeld zo’n 75 procent. Bij het technisch en agrarisch onderwijs studeren vooral mannen. Bij techniek is slechts 15 procent van de studenten een vrouw en bij het agrarisch onderwijs 33 procent.

Alleen meer studenten bij voltijd onderwijs

Het aantal voltijd studenten is in 1997/’98 22 procent groter dan in 1990 (tabel 2), terwijl het aantal deeltijd studenten in die periode met 18 procent afnam (tabel 3). Het voltijd sociaal-agogisch onderwijs heeft nu 80 procent meer studenten dan in 1990; het deeltijd onderwijs is hier 15 procent afgenomen. Bij de sector economie vindt alleen groei plaats in het voltijd onderwijs met 40 procent. Het deeltjd onderwijs in deze sector blijft op het niveau van 1990.

Het voltijd pedagogisch onderwijs is eveneens behoorlijk toegenomen met bijna 30 procent, terwijl er 30 procent minder deeltijd studenten zijn. Bij het agrarisch en het technisch onderwijs studeren momenteel ongeveer evenveel studenten als in 1990. Het aantal deeltijd studenten bij het agrarisch onderwijs is echter de laatste zeven jaar verdubbeld. Bij het technisch onderwijs zijn nu 10 procent minder deeltijd studenten. Bij de sector kunst is het aantal studenten bij zowel het voltijd onderwijs als het deeltijd onderwijs afgenomen; voltijd zijn er 15 procent minder studenten en het deeltijd kunstonderwijs is gehalveerd.

Veel meer geslaagden dan in 1990

In 1996/’97 waren er ongeveer tweehonderd geslaagden minder dan een jaar eerder (tabel 6). Toch was het aantal geslaagden in het voltijd hbo in 1996/’97 anderhalf keer zo groot als in 1989/’90, terwijl het aantal voltijd studenten in die periode maar met 20 procent toenam (tabel 2 en 7). Vooral in de sector economie waren erg veel geslaagden: ruim tweeënhalf keer zoveel als zeven jaar eerder. Het aantal voltijdstudenten economie nam in die periode maar met 40 procent toe. Het is wel zo dat in 1989/’90 het aantal geslaagden relatief laag was door de verlenging van de cursusduur van drie naar vier jaar.

Bij de sector sociaal-agogisch onderwijs verdubbelde het aantal geslaagden de laatste zeven jaar. Dit wordt mede veroorzaakt door de invoer van een nieuwe structuur bij het sociaal-agogisch onderwijs, waardoor er tijdelijk minder geslaagden waren in 1989/’90. Bij het technisch onderwijs steeg het aantal geslaagden met 40 procent, terwijl het aantal studenten ongeveer gelijk bleef. Bij de sector gezondheidszorg gaat het minder goed. Terwijl het aantal voltijd studenten in zeven jaar met 9 procent toenam, nam het aantal geslaagden met 17 procent af.

Vrouwen succesvoller in het hbo

Bij de hbo-studenten zijn er nu iets meer vrouwen dan mannen (tabel 4 en 5). Bij de geslaagden zijn er al sinds 1992/’93 meer vrouwen dan mannen (tabel 9 en 10). Bij de grootste sector in het hbo, het economisch onderwijs, schommelt het percentage vrouwelijke studenten de laatste jaren rond de 42. De groep geslaagden in de sector economie bestond in 1996/’97 al voor 48 procent uit vrouwen. In het verleden waren de verschillen nog extremer. Zo was bijvoorbeeld in 1957/’58 53 procent van de geslaagden een vrouw, terwijl bij de studenten in die periode het percentage vrouwen rond de 38 varieerde.

Technische toelichting

De gegevens zijn afkomstig uit het Centraal Register Inschrijvingen Hoger Onderwijs van de Informatie Beheer Groep in Groningen. De cijfers over 1997/’98 zijn voorlopig. Aan de instellingen is onder meer gevraagd naar het aantal studenten in 1997/'98 verdeeld naar:
- voltijd- of deeltijdonderwijs;
- studierichting;
- geslacht.

Ook is gevraagd naar het aantal geslaagden in 1996/'97 verdeeld naar deze drie kenmerken.
Het aantal studenten is inclusief auditoren en coöp-studenten en exclusief extraneï. Ook niet-bekostigde studenten en studenten verloskunde zijn in de cijfers inbegrepen; bij gegevens die het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft gepubliceerd zijn deze groepen studenten buiten beschouwing gebleven. Coöp-studenten zijn aangemerkt als voltijdstudenten.

De categorie auditoren is met ingang van het studiejaar 1996/’97 komen te vervallen. Auditoren hadden, evenals studenten, het recht om zowel onderwijs te volgen als examen te doen. Deze groep werd gevormd door personen die hun inschrijvingstijd als student hadden overschreven.
Coöp-studenten zijn studenten die gedurende de duur van de opleiding werken en leren afwisselen.
Extraneï hebben uitsluitend het recht om examens of onderdelen daarvan af te leggen.


Terug naar Educatiehoek