Terug naar Educatiehoek

BRON: Index, september 2000, nr. 8. Centraal Bureau voor de Statistiek

Geslaagde leerlingen door Dick Takkenberg
Grote verschillen in eindexamenresultaten naar etniciteit

De laatste jaren worden de examenresultaten van allochtonen leerlingen in het voortgezet onderwijs beter. Maar deze leerlingen hebben nog steeds een achterstand ten opzichte van hun autochtone medeleerlingen.

De slagingspercentages in het voortgezet onderwijs veranderen de laatste jaren niet veel. Voor het vbo en de mavo zijn zij steeds het hoogst: ruim boven de 90 procent. Een verklaring daarvoor is dat op deze schoolsoorten examen gedaan kan worden op verschillende niveaus. Zwakkere leerlingen kunnen daardoor kiezen voor een relatief eenvoudiger examen. Het vwo heeft sinds 1997 een slagingspercentage van 89 procent. De havo heeft de laatste jaren steeds het laagste slagingspercentage. Vergeleken met 1998 is het in 1999 echter opvallend gestegen, van 83 tot 86 procent.

Betere examenresultaten

De examenresultaten verschillen aanzienlijk naar etniciteit. De examenresultaten van allochtone leerlingen zijn duidelijk slechter dan die van autochtone leerlingen. Dat geldt voor alle schoolsoorten en het meest voor de niet-westerse allochtonen, al halen de laatste jaren de niet-westerse allochtone leerlingen op het havo en het vwo steeds betere examenresultaten. Voor het havo geldt dat voor leerlingen van Marokkaanse, Turkse of Surinaamse afkomst, op het vwo doen kinderen van Marokkaanse, Turkse of Antilliaans/Arubaanse afkomst het goed. Niet-westerse allochtone jongeren die in Nederland zijn geboren, de zogeheten tweede generatie, scoren hogere examencijfers dan de eerste generatie.

Op de scholen in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en 's-Gravenhage liggen de slagingspercentages in de regel lager dan op scholen elders in het land. Dat geldt in het bijzonder voor de niet-westerse allochtonen op mavo, havo en vwo. Vergeleken met 1998 gaan de examenresultaten in de vier grote gemeenten er in 1999 meer op vooruit dan in de kleinere gemeenten.

Taalachterstand

Leerlingen presteren bij het schoolonderzoek gemiddeld beter dan bij het centraal examen. Het gemiddelde cijfer voor het schoolonderzoek ligt bij alle schoolsoorten hoger dan voor het centraal examen, Bij de niet-westerse allochtone leerlingen' is dit verschil gemiddeld 0,3 tot 0,5 punt, bij de overige groepen leerlingen is het 0,0 tot 0,2 punt. Dit hoeft niet te betekenen dat er sprake is van duidelijke bevoordeling door leraren. Mogelijk is er bij het schoolonderzoek sprake van een grotere vertrouwdheid van de leerling met de gehanteerde terminologie en de wijze van vraagstelling door de leraar, en manifesteert een mogelijke taalachterstand van de niet-westerse allochtone leerlingen zich juist bij het centraal schriftelijk examen.

Ander vakkenpakket

Allochtone leerlingen kiezen andere vakken in het pakket. Niet-westerse allochtone leerlingen doen minder vaak examen in de B-vakken als wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie dan autochtone leerlingen. Op het vwo is het verschil in keuze voor B-vakken tussen niet-westerse allochtone en autochtone leerlingen het kleinst. Vergeleken met autochtone leerlingen hebben de geslaagde niet-westerse allochtone leerlingen een duidelijke voorkeur voor vakken als Frans, geschiedenis en economie. Op de mavo komt daar aardrijkskunde bij. Opvallend bij de autochtone leerlingen is de geringe populariteit van het Frans.


Terug naar Educatiehoek