|
Return: Wiskunde Home Page: http://wiskunde.wjsn.nl |
|
Hoeken meten met de Geo-driehoek |
Geo-driehoek (1)
|
De twee hoeken die hiernaast staan moet je meten. Als je naar de geo-driehoek kijkt, zie je direct hoe groot de hoeken zijn. Een geo-driehoek is altijd doorzichtig en dus kun je je eigen geo-driehoek op de twee hoeken leggen. Je kunt op die manier het aantal graden aflezen. Het antwoord is: de linker hoek is 45° en de rechter hoek is 90° groot. |
![]()
|
De meeste gradenbogen of geo-driehoeken bestaan inderdaad uit een cirkel OF uit een halve cirkel.
Het plaatje aan de rechter kant geeft een deel van een dergelijke geo-driehoek weer.
Er staan een aantal lijnen op, die de omvang van de hoeken weergeven. Tussen die lijnen kun
je nog veel meer lijnen trekken. Met een geo-driehoek moet je namelijk ook hele kleine
scherpe hoeken kunnen meten - dus ook een hoek van bijvoorbeeld een graad.
Grote (stompe) hoeken komen hierna aan de orde. |
Geo-driehoek (2)
|
Hoeken die groter zijn dan 90° moet je ook kunnen meten. Een voorbeeld van zo'n hoek
staat rechts. Die hoek is 135° groot. Je kunt gebruik maken van een gradenboog van een
kwart cirkel om die hoek te meten. Je meet eerst het deel dat 90° is en daarna zie je
dat je 45° over houdt. Op deze manier kom je er achter, dat de hoek 135° is. Want:
90° + 45° = 135°. |
|
De meest gebruikte geo-driehoeken bestaan uit een halve cirkel. Daarop staan alle hoeken vanaf
0 tot 180 graden. De tekening aan de rechter kant is hiervan een voorbeeld. Als je die tekening
zou verdubbelen (spiegelen), dan krijg je een echte cirkel. Daarop staan dan alle graden van
0 tot 360 graden. Veel mensen vinden deze "gradenbogen" het makkelijkste in het gebruik. Kijk
hieronder voor een voorbeeld. Toch worden "gradenbogen" en "geo-driehoeken" die uit een halve
cirkel bestaan, het meest verkocht. |
Geo-driehoek (3)
|