Terug naar Informatiekunde
Terug naar Wiskunde

Opmerking vooraf
Maak je deze opdracht voor het vak
Informatiekunde, dan ben je bezig met een oefening voor het onderdeel Excel en met de vraag "hoe maak ik grafieken?"
Ben je bezig voor het vak
Wiskunde, dan is dit een oefening voor het maken van een Som-grafiek (of Verschil-grafiek). Door de opdracht uit te voeren en naar het resultaat te kijken, begrijp je wat er gebeurt. Duidelijk wordt dat je - om de Verschil-grafiek (of de Som-grafiek) uit onderstaand voorbeeld te kunnen maken - de hoogte (de y) van grafiek 1 moet aftrekken (of optellen bij) van de hoogte (de y) van grafiek 2.

Opdracht 9: Grafieken maken

De Voorbereiding
Ga naar de linker kolom (kolom A) en type het woord "Namen" in. Dat moet in de cel A1 komen. Ga nu naar cel A3 en type daar je eigen naam in. Type daaronder nog 9 namen van leerlingen. De namen moeten onder elkaar komen en de namen mag je zelf verzinnen. Er staat nu dus alleen informatie in kolom A.
Ga naar de cel B1 en type daar in "Inkomsten". Ga nu naar cel B3 en type een bedrag in dus bijvoorbeeld 100. Dat zijn zogenaamd je eigen inkomsten. Dat kan bijvoorbeeld het bedrag zijn dat je per week of per maand krijgt als zakgeld. Zet nu achter de andere 9 leerlingen ook bedragen neer. Kies steeds voor andere bedragen. Er staat nu informatie in kolom A en B.
Ga naar cel C1 en type in "Uitgaven". Ga daarna naar cel C3 en zet daar een bedrag neer, dat je per week of per maand denkt uit te geven. Je mag ook zomaar iets verzinnen. Doe hetzelfde voor de andere leerlingen. Er staat nu informatie in drie kolommen: in kolom A, B en C.
We gaan nu proberen om drie grafieken te maken. De eerste grafiek gaat over de Inkomsten, de tweede over de Uitgaven en de derde is een zgn. Verschilgrafiek. In die grafiek staat per leerling het verschil tussen Inkomsten en Uitgaven.

Grafieken maken
We beginnen nu met grafiek te maken van de Inkomsten (van kolom B dus). Ga naar cel B3. Hou de muisknop ingedrukt en beweeg de "cursor" naar beneden. Stop pas bij cel B12. Je hebt nu alle inkomsten van 10 leerlingen geselecteerd. Je kunt ook een kleurverandering zien. Excel weet nu welke cellen je bedoelt. Klik nu bovenaan op de knop Invoegen en kies daarna voor "Grafiek". Kies voor een "lijngrafiek". Klik daarna 2 of 3 keer achter elkaar op "Volgende" en daarna op "Voltooien". Je hebt nu een Inkomstengrafiek gemaakt (grafiek 1). Kijk nu of je ook een Uitgavengrafiek kunt maken (grafiek 2).
Hierna gaan we proberen of we een Verschilgrafiek kunnen maken. Excel moet hiervoor eerst rekenen. In kolom D moet nu achter elke leerling het verschil komen te staan tussen Inkomsten en Uitgaven. Ga naar cel D1 en type in "Verschil". Ga daarna naar cel D3 om met rekenen te beginnen.
Excel gaat voor je rekenen als je het =-teken intypt. Achter het =-teken moet een sommetje komen. Het sommetje dat je nodig hebt is niets anders dan B - C. Begin met cel D3 en type daar in: =B3-C3. De uitkomst staat nu in cel D3. Dat moet ook gebeuren voor de andere 9 leerlingen. Pas daarna kun je ook de Verschilgrafiek maken.
Als dat allemaal gelukt is, dan gaan we proberen om alles in EEN grote grafiek te krijgen. In je wiskundeboek vind je veel voorbeelden hierover. Je moet nu dus alle cellen selecteren die je nodig hebt, daarna kiezen voor "Invoegen" en dan voor "Grafiek". De cellen die je moet selecteren zijn de cellen B3 tot en met D12. Probeer het uit.
Hetzelfde kun je doen met een Somgrafiek. Doe net of de cijfers in kolom B en C allebei horen bij Inkomsten. Het sommetje dat je nu nodig hebt is dan: =B+C. Als je met de bovenste leerling begint, dan moet je in een lege cel in de derde rij intypen: =B3+C3. Voor de rest gaat alles netzo als bij de Verschilgrafiek.


Opmaak van Grafieken