Terug

De emotietest ligt gevoelig door René Didde.
BRON: De Volkskrant, 26-1-2002 / 7W

Van topambtenaren tot nationale schaatsploeg, iedereen meet tegenwoordig zijn emotionele intelligentie. Een goede EQ-test legt de intelligentie van het hart bloot, zegt de ene wetenschapper. Onzin oordeelt de ander.

"Niet betrouwbaar en onwetenschappelijk", oordeelt drs. Theo Bögels, directeur van Pen Psychodiagnostics in Nijmegen (over de door de omroep BNN uitgezonden programma's over Emotionele Intelligentie). [ Voor meer informatie over Psychodiagnostics kijk desgewenst onder Psychodiagnostics ]

Bögels' bureau bezit de licentie om een volgens eigen zeggen wél wetenschappelijk verantwoorde EQ-test af te nemen. Voor de ontwikkeling ervan werkt hij samen met de Katholieke Universiteit Nijmegen en de Universiteit van Brussel. "Wij vergelijken de resultaten met de EQ van een doorsnee-groep Nederlanders. Dat zijn 1639 personen uit een zorgvuldig gekozen bestand, samengesteld door de Katholieke Universiteit Brabant. Het gemiddelde EQ van deze groep stellen we op 100 punten".

"Test" is eigenlijk een verkeerd woord, want het EQ vastgesteld op grond van een zelf in te vullen lijst van 133 vragen, die in vijf categorieën zijn te rangschikken. Het gaat om "intrapersoonlijke eigenschappen" (kijk op jezelf), "kijk op anderen", "aanpassingsvermogen", "stress-management", als ook "algemene stemming" (geluk, optimisme).

EQ blijft daarmee een nogal vaag begrip dat door Bögels wordt omschreven als "intelligentie van het hart". EQ draait om gevoel, om emotie, en geldt als tegenhanger van verstandelijke, cognitieve, intelligentie, uitgedrukt in IQ". Dit bekende intelligentiequotiënt brengt het "verstand van het hoofd" in kaart. IQ is een capaciteitstest die ruimtelijk inzicht, vermogen tot logisch redeneren, verbale vaardigheden en woordkennis meet.

Anders dan het IQ, dat piekt rond het 25ste levensjaar en daarna door afsterven van hersencellen vanaf het veertigste jaar afneemt, groeit het EQ tot het zestigste jaar. Bögels: "Dat komt doordat je steeds meer levenswijsheid opdoet". Ook blijken mensen met een hoger netto maandinkomen een hogere EQ te hebben. De gemiddelde score van vrouwen en mannen is gelijk. Vrouwen scoren beter op inlevingsvermogen en emotioneel zelfbewustzijn, terwijl mannen door de bank genomen assertiever, stressbestendiger en optimistischer zijn, aldus de Nijmeegse psycholoog.

Emotionele intelligentie werd in 1995 een hype door het boek Emotional Intelligence van Ben Goleman. Het boek vult het gat dat psychologen al vanaf de jaren twintig constateren, namelijk dat er meer in de wereld is dan verstandelijke slimheid. Persoonlijke en sociale intelligentie heten de nooit bekend geworden voorlopers van EQ.

In het kielzog van de hype van Goleman publiceerde de Canadees-Israëlische psycholoog Reuven Bar-On de EQ-test, zo vertelde Bögels vorige week op een lezing voor Studium Generale aan de Technische Universiteit Eindhoven. Bar-Ons vragenlijst wordt overal ter wereld toegepast. Honderdduizenden mensen hebben daardoor inzicht gekregen in hun "verstand van het hart".

Bögels onderwierp in Nederland de nationale schaatsploeg aan een EQ-test. "Anders dan teamsporters, die goed zijn in interpersoonlijke eigenschappen, scoren schaatsers vooral op intrapersoonlijke eigenschappen. Degenen die hun driften het beste weten te beteugelen, dat wil zeggen hun impulsen het beste beheersen, halen meer medailles".

Ook de directie van Microsoft-Nederland vulde de lijst in, net als 82 topambtenaren van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. "De software-firma scoorde gemiddeld 121 punten, en de ambtenaren 105", zegt Bögels. "Mensen uit het bedrijfsleven zijn emotioneel zelfbewuster. Daardoor functioneren ze beter en zijn optimistischer".

Volgens hem is de test bruikbaar om zwakke punten te analyseren, en iemand vervolgens op de gebreken te coachen. Bögels heeft ruim 150 mensen getraind, die de vragenlijsten mogen toepassen, en trucjes van invullers kunnen doorzien. Zelf vindt hij het onethisch om alleen de EQ-test te gebruiken in beoordeling van werknemers of sollicitanten. Garanderen dat het niet gebeurt, kan hij echter niet.

"EQ is geen concurrent van IQ", zegt Bögels, maar een aanvulling. "Het is als met autorijden. IQ is de kracht van de motor, terwijl EQ staat voor rijvaardigheid. Beide zijn onontbeerlijk het afleggen van een weg".

Op de Vrije Universiteit Amsterdam is prof. dr. Pieter Drenth niet gecharmeerd van de beeldspraak. [Zie voor meer informatie over Prof. Drenth: Informatie over de NIP ] "Veel vaardigheden van het rijgedrag, zoals kennis van de verkeersregels en inschatten van afstand en snelheid, vallen onder de verstandelijke vermogens, en verwijzen dus eerder, naar IQ dan naar EQ", zegt Drenth die Nederlandse IQ-testversies ontwikkelde.

De psycholoog heeft een vernietigend oordeel over EQ als wetenschappelijk begrip. "Het is een containerbegrip waar een ratjetoe van emoties, persoonseigenschappen en sociale kwaliteiten is gedumpt. De verspreider van het begrip EQ, Goleman, suggereert dat 30 procent van beroepssucces door IQ wordt bepaald en 70 procent door EQ. Dat laatste is onzin".

Het begrip emotionele intelligentie doet stabiliteit in het leven vermoeden. Niets is minder waar. EQ kan voortdurend veranderen, zoals de bedenkers zelf aangeven. Daarbij is de EQ-meting met zelfbeoordeling onbetrouwbaar.

EQ doet het niettemin goed in de markt, constateert Drenth, omdat het erg appelleert aan emoties van mensen. Iedereen kent wel het verhaal van de man die met slechts vier klassen lagere school een succesvolle businessman geworden is en een groot bedrijf leidt. Dat zou op een hoog EQ wijzen. Ook dat is onzin, betoogt Drenth. "Natuurlijk is IQ niet allesbepalend en spelen sociale kwaliteiten een rol. Maar veel is toeval of geluk, een oom als kruiwagen, een slimme, meewerkende vrouw of de stijging of daling van aandelen".

De IQ-specialist vindt IQ geen helder begrip. "Het lijkt een vaardigheid of capaciteit. Die moet je dan echter met een prestatietest meten en niet met zelfbeoordeling. Zo'n methode is eenvoudig te beïnvloeden. Als je een beetje slim bent, geef je gemakkelijk wenselijke antwoorden".

Drenth verdenkt de "EQ-beweging" daarom goedkoop mee te liften op de bagagedrager van de bekende IQ-testen. "Ik geloof niet in het nut van een EQ-test voor selecties, en zeker niet voor de beoordeling van personeel voor promotie of overplaatsing. Dat geeft onverantwoorde beslissingen".

Anders ligt dat bij individuele begeleiding en coaching. Dan kan een gesprek over de zelf-ingevulde EQ-Iijst wel zin hebben, zegt Drenth. Hij wil dan ook niet beweren dat de IQ-test zaligmakend is.

"Het lijdt geen twijfel dat een sociaal ingestelde, stabiele persoonlijkheid succesvoller is dan iemand die deze eigenschappen in mindere mate vertoont". Maar voor 90 procent van dergelijke EQ-aspecten bestaan al adequate psychologische schattingsmethoden, zegt Drenth.

"Laat ze maar eens wat studies aanbieden aan het Nederlands Tijdschrift voor Psychologie of het Journal of applied Psychology. Als ze worden geplaatst, kunnen we daarover discussiëren".

René Didde