Terug naar Vakkenhoek: Nederlands
Home Page: www.wjsn.nl


ELCKERLIJC
BRON: Literama, K.J. Van der Kerk en H.A. Poolland, Uitgeverij Van Walraven, Vaassen
Volledige tekst

De volledige titel luidt Den Spyeghel der Salicheyt van Elckerlijc. Dit spel is ontstaan aan het eind van de 15de eeuw. De tekst is ons overgeleverd in een wiegedruk of incunabel, d.w.z. een boek dat vóór 1501 is gedrukt. De auteur is niet met zekerheid bekend; men heeft wel gedacht aan Petrus van Diest, die dan te identificeren zou zijn met Petrus Dorlandus, een monnik uit een kartuizerklooster bij Diest in België.

Elckerlijc is een moraliteit of spel van sinne. De moraliteiten worden gekenmerkt door een moraliserende en didactische tendens.

Een ander belangrijk kenmerk is, dat er bijna alleen allegorische personen in optreden. Dit soort spelen is in de 15de en 16de eeuw veel door rederijkers geschreven.

In dezelfde tijd, dat bij ons Elckerlijc is ontstaan, werd in Engeland een soortgelijk spel uitgegeven, getiteld Everyman. Men heeft aangetoond dat het Nederlandse spel echter het oorspronkelijke moet zijn.

De inhoud: Het spel begint met een monoloog van God. Gezeten op Zijn troon beklaagt Hij zich over de mondigheid der mensen. Hoewel Hij Zijn Zoon ter wille van de mensen geofferd heeft, leven ze toch zondig verder, misbruik makend van het aardse goed, dat Hij hen gegeven heeft. Daarom besluit Hij Elckerlijc ter verantwoording te roepen.

(Elckerlijc betekent "iedereen"; hij is dus de allegorische voorstelling van de mens in 't algemeen.) God verzoekt de Doot deze taak te vervullen. Deze gaat onmiddellijk heen en dagvaardt Elckerlijc, die hevig schrikt. Hij is weliswaar geen door en door slecht mens, maar hij is nog lang niet klaar om zich voor God te verantwoorden. Voor 1000 pond tracht hij de Doot - natuurlijk tevergeefs - om te kopen. Daarna vraagt hij om uitstel. Op dit verzoek kan de Doot evenmin ingaan. Wel mag hij een reisgenoot meenemen, maar nog dezelfde dag moet hij gereed zijn.

Elckerlijc voelt zich zeer rampzalig en besluit Gheselscap (dit zijn z'n vrienden) te vragen met hem mee te gaan.

Gheselscap belooft hem te helpen, al moest hij in de hel gaan. Dan vertelt Elckerlijc hem, wat hem bedrukt. Als Gheselscap hoort, dat hij nooit weer zal keren van die reis, krabbelt hij terug. Hij had wel mee gewild naar de kermis of naar "die schone vrouwen". Ook had hij wel iemand dood willen slaan, maar naar "ons lieve Here" gaat hij niet.

Dan wendt Elckerlijc zich tot Neve en Maghe (dit zijn de familieleden). Ook zij zijn een en al hulpvaardigheid, maar als ze horen, waar de pelgrimage heengaat, trekken ze zich terug.

Vervolgens richt Elckerlijc zich tot het Goet (z'n aardse bezittingen), waartoe hij "geleyt heeft grote minne". Doch ook het Goet weigert, hem zeggend dat het juist verkeerd is geweest te veel aan het Goet, dat hem maar door God geleend is, te hechten.

Elckerlijc gaat naar de Duecht, die echter in bed ligt en geen voet kan verzetten. Ze geeft hem wel de raad zich tot haar zuster Kennisse (d.i. het berouw) te wenden. Die zal hem leiden naar een plaats, waar hij zich kan "suveren van smetten". Dan zal Duecht weer gezond worden en hem vergezellen.

Kennisse leidt hem tot Biechte in het "huys der salicheyden". Biechte geeft hem een "juweelken rene, dat penitentie" heet. In een refrein, bestaande uit drie strofen, verheerlijkt Elekerlijc nu God, Jezus en Maria. Hij kastijdt zichzelf en Duecht wordt weer gezond en zal met hem meegaan. Hij draagt het kleed van "berouwenissen". Ook neemt hij nog vier helpers mee : Vroetscap, Cracht, Scoonheid en Vijf Sinnen.

Hij maakt zijn testament en daarna worden hem de H. Communie en het Sacrament der Zielen toegediend door de priester, wiens waardigheid wordt geprezen door de Vijf Sinnen, terwijl Kennisse verklaart, dat er ook wel onwaardige priesters zijn, belust op geld en zinnelijk genot.

Elckerlijc begeeft zich met z'n begeleiders naar z'n graf. Schoonheid trekt zich, de put ziende, echter terug, evenals Cracht, Vroetscap en Vijf Sinnen. Alleen Duecht en Kennisse blijven bij hem tot het eind, als een engel z'n ziel ten hemel voert.

In de "Naeprologhe" resumeert de schrijver enkele essentiële dingen en onderstreept hij de moraal van het spel nog eens.

Opmerkingen :
De drie hoofdmotieven van deze moraliteit zijn: 1. leder mens moet eens sterven; hij kan niets van zijn aardse bezittingen meenemen. 2. Hij moet tegenover God rekening en verantwoording afleggen over zijn daden. 3. Gods barmhartigheid voor de zondige, maar berouwvolle mens is eindeloos.

We noemen de volgende goede en goedkope tekstuitgaven, verschenen bij de uitgevers: J.M. Meulenhoff Meulenhoff in de reeks Cahiers voor Letterkunde, W.E.J. Tjeenk Willink in de reeks Klassieken uit de Nederlandse Letterkunde, J.B. Wolters in de reeks Lyceumherdrukken en L.C.G. Malmberg in Malmbergs Nederlandse Schoolbibliotheek.