Terug naar Informatiekunde

.......

De tekeningen links boven en rechts boven werden gemaakt met het programma MS Paint, dat ook op de school-computers aanwezig is. Het Paint-plaatje rechtsboven werd daarna gebruikt om de andere vier tekeningen te maken. De opdrachten voor "Paint" gaan over de tekening, die links boven staat (opdracht 1) en die rechts boven staat (opdracht 2).
Terzijde: Later werd het teken-programma Paint Shop Pro gebruikt om de andere plaatjes te maken. Via de optie "contouren" werd er een diepte aan toegevoegd (op vier verschillende manieren). Dit krijg je op school met het programma "Paint" niet voor elkaar.
OPDRACHT 1: Teken nu met het programma Paint het plaatje linksboven - gebruik alleen cirkels met een diameter van 99, 199, 349 en 399 pixels en kies voor lijndikte 5 pixels (= de dikste lijn).


N.B. voor beginners staat onder de tekeningen hoe je dit het beste kunt aanpakken.
OPDRACHT 2: Maak het volledige plaatje = het plaatje rechts boven. Je ziet dat er daar randen worden gebruikt voor de cirkels. Je hebt extra nodig: een cirkel met een diameter van 93, 193, 343 en 393 pixels. Gebruik bij deze tekening een lijndikte van 1 (= de dunste).


Extra uitleg voor beginners
Regels en hulpmiddelen