Kennismanagement in de praktijk’, Thomas H. Davenport en Laurence Prusak, Contact, Amsterdam, 1998, ISBN 90 254 1317 x
"Het combineren van impliciete kennis" plus "Een overzicht van methoden om kennis van mensen te combineren". Door: Frank Bastiaans
In het boek ‘Kennismanagement in de praktijk’ van Davenport en Prusak wordt als methode voor het onttrekken van impliciete kennis aan werknemers een soort electronische discussie in gemeenschapsverband genoemd. Voor het vastleggen van impliciete kennis worden multimedia computers en de mogelijkheden van hypertekst op een intranet genoemd. Maar dan gaat het maar om een fractie van de kennis van een expert. Het overdragen van impliciete kennis gebeurt toch het beste via mentorschap of stages. Want mensen nemen het best leerstof op via verhalen. Volgens Karl Weick denken mensen eerder verhalend dan beredenerend of paradigmatisch. Kennis wordt het effectiefst overgedragen via een overtuigend verhaal dat elegant en enthousiast verteld wordt. Daarbij moet het voor de luisteraar of lezer wel mogelijk zijn verband te leggen met de eigen situatie. Via één of andere werkrelatie, als genoemd mentorschap of stage en partnerschap, vindt dat het beste plaats.
Een zelfgekozen mentor, stagebegeleider of partner vergroot de kans op kennisoverdracht omdat er dan vertrouwen en respect voor de kennisbron is. Maar meerdere kanalen voor kennisoverdracht vergroten de kans op succes. Naast overleg en andere vormen van persoonlijk contact zijn ook de kennisopslagplaatsen van belang. Daarin kan externe kennis worden opgeslagen, gestructureerde interne kennis en informele interne kennis. Wat commercieel gezien geen succes is gebleken zijn op regels gebaseerde expertsystemen. Kennisopslagplaatsen kunnen culturele rituelen en routines van een organisatie versterken, in combinatie met een technologie als die van Lotus Notes. Het is ook mogelijk de functionaliteit daarvan met Microsoft Outlook te benaderen, maar dat is omslachtig en eigenlijk niet te vergelijken.