Terug naar Vakkenhoek: Nederlands
Home Page: www.wjsn.nl


De Donkere Kamer van Damokles

  1. Zakelijke gegevens
  1. Auteur: Willem Frederik Hermans

  2. Titel: De donkere kamer van Damokles, G.A. van Oorschot, Amsterdam, april 1985-27e druk, 334 blz. (1e druk november 1958)

  3. Genre: Dit boek is een oorlogsroman
  1. Eerste reactie
  1. Keuze: Een vriendin raadde het mij aan dit boek te lezen, daarom heb ik het gekozen.
  2. Inhoud: Net nadat ik het boek had gelezen was ik best wel onder de indruk. Ik vind het een goed en mooi boek. Ik voelde er ook echt iets bij. Zo heb ik het hele boek door een ontzettend groot medelijden voor de hoofdpersoon gevoeld en een haat tegen zijn vrouw.
  1. Verdieping
  2. A. Samenvatting:

    Henri Osewoudt, de hoofdpersoon, woont in voorschoten, waar zijn ouders een tabakszaak hebben. Als Osewoudt nog op de lagere school zit, vermoord z'n moeder haar man en dus zijn vader. Hierna worst Osewoudt ondergebracht bij zijn oom Bart Nauta, in Amsterdam, waar hij zijn verdere jeugd zal doorbrengen. Al op jonge leeftijd wordt Osewoudt door zijn volle nicht Ria, die zeven jaar ouder is, ingewijd in de liefde. Op de middelare school maakt Osewoudt geen vrienden, en is eigenlijk alleen bezig met zichzelf. Hij beoefent de judosport, waardoor zijn voeten vergroeien. Hij ziet eruit als een monster, een rechtopstaande pad met bolle wangen en wit zijdeachtig haar dat hij zo kort mogelijk laat knippen. Hij krijgt geen baard en heeft een hoge (vrouwen)stem. Ook Ria is lelijk; haar haar heeft de kleur van pakpapier, zij heeft een lange spitse onderkaak en haar tanden zijn te lang. Als Osewoudt 18 jaar oud is, trouwt hij z'n nicht en zet de vroegere tabakszaak van z'n vader voort, om z'n moeder zo ook te kunnen blijven verzorgen.

    Osewoudt is afgekeurd voor militaire dienst, maar is wel bij de Burgerwacht. Als de oorlog uitbreekt, moet hij op wacht staan bij een postkantoor. Luitenant Dorbeck, op wie Osewoudt als twee druppels water lijkt, geeft hem een filmrolletje, dat ontwikkeld moet worden. Later komt hij weer terug met nog meer films, die ook ontwikkeld moeten worden en opgestuurd aan E. Jagtman. Na het ontwikkelen krijgt Osewoudt niets dan zwarte vlekken te zien. Hij durft de foto's niet terug te sturen, koopt een Leica en maakt zelf foto's van militaire objecten.

    Enige tijd later geeft Dorbeck Osewoudt de opdracht naar Haarlem te komen. Daar ontmoet hij Dorbeck en Zewuster. Met de laatste gaat hij naar de Kleine Houtstraat, waar ze in een huis twee mensen neerschieten. De zoon van de drogist uit Voorschoten heeft hen gevolgd.

    Osewoudt ontwikkelt het filmpje dat hij in 1940 van Dorbeck had gekregen. Op een van de foto's staat Dorbeck met twee vriendinnen.

    Er valt een brandend vliegtuig op het huis van Jagtman, waardoor de hele familie Jagtman omkomt. In 1944(Dorbeck heeft 3 jaar lang niets van zich heeft laten horen) krijgt Osewoudt een brief van Dorbeck met het verzoek de foto's op te sturen naar een postbusnummer. Osewoudt gaat kijken wie de foto's uit de bus haalt; dat blijkt een heilsoldate te zijn. Een paar dagen later wordt hij opgebeld door Elly Meier, die zegt dat ze uit Engeland is overgekomen. Ze toont hem een van de foto's die hij aan Dorbeck had opgestuurd. Hij brengt haar naar oom Bart. Terug in Den Haag hoort hij van Moorlag, een student die bij Osewoudt in huis woont, dat de Duitsers hem in zijn huis opwachten en dat Ria en zijn moeder gevangen zijn genomen. Hij gaat met Moorlag naar Leiden, waar een student valse persoonsbewijzen maakt voor hem en Elly. Zijn haar wordt zwart geverfd door Marianne, een ondergedoken joodse studente. Osewoudt duikt enige tijd onder en gaat foto's ontwikkelen voor Labare. Hij beseft nu hoe hij veranderd is. Marianne gaat voor hem naar oom Bart met Elly's persoonsbewijs. Deze Elly is echter al verdwenen. Osewoudt gaat naar Amsterdam en vertelt aan oom Bart dat Ria en zijn moeder zitten. Oom Bart maakt hem verwijten.

    Osewoudt krijgt van Dorbeck opdracht naar het station in Amersfoort te gaan. Daar zal hij een vrouw ontmoeten in leidstersuniform van de Nationale Jeugdstorm. Samen gaan ze naar Lunteren, waar Lagendaal, die voor de Gestapo werkt, uit de weg moet worden geruimd. De aanslag lukt, maar op de terugweg wordt de vrouw aangehouden.

    In Amsterdam ziet Osewoudt zij vriendin Marianne weer. In de bioscoop ziet Osewoudt een oproep tot zijn eigen aanhouding. Als hij de zaal uitloopt, wordt hij gepakt. Tijdens het verhoor wordt hij zo gemarteld, dat hij naar het ziekenhuis moet. Hij wordt daaruit bevrijd door gemaskerde mannen, die hem naar Leiden brengen.

    Bij Labare ontmoet hij Marianne weer. 's Nachts worden ze door de Duitsers overvallen. Osewoudt weet te ontkomen, maar wordt later toch gearresteerd. In de cel zoekt de Duitser Ebernuss hem op, die beweert dat hij goedgezind is. Hij heeft ervoor gezorgd, dat Marianne, die een kind van Osewoudt verwacht, weer vrij is.

    Ebernuss houdt zich bezig met het probleem of Dorbeck, de dubbelganger van Osewoudt, bestaat. Daarom moet Osewoudt naar Amsterdam gaan, waar een clandestiene societeit is voor ondergrondse helden. Als Dorbeck bestaat, zal Osewoudt hem zeker ontmoeten. Ebernuss geeft Osewoudt zijn Leica en samen gaan ze naar Amsterdam. In de societeit is er een man van wie Osewoudt gelooft dat het Dorbeck is. Van hem krijgt hij giftige kristallen, die in Ebernuss' borrel doet.

    Dorbeck en Osewoudt gaan er samen in de auto van Ebernuss vandoor. In een leegstaand huis fotografeert Osewoudt zichzelf met Dorbeck in een spiegel. Dorbeck vertelt hem dat Ria samen woont met de zoon van de drogist die Osewoudt verraden heeft, toen hij de aanslag in Haarlem pleegde. Osewoudt krijgt een verpleegstersuniform. Dorbeck bericht hem dat Marianne in een kraamkliniek ligt. Daar aangekomen wordt hij naar een kelder gebracht waar hij het lijkje van zijn kind ziet. Een Duitse soldaat neemt hem mee in zijn auto. In Voorschoten doodt hij Ria en in Dordrecht de Duitser; daarna vraagt hij hulp aan een pastoor. Met de hulp van de illegaliteit en een arts komt hij in Breda aan. Hij meldt zich bij het hoofdkwartier van de Nederlandse Strijdkrachten. Daar arresteert men hem meteen, omdat men denkt dat hij een landverrader is. Hij wordt naar Engeland gebracht. Daar behandelt Selderhorst zijn zaak. Ossewoudt wordt van vele dingen beschuldigd en Dorbeck, die zal kunnen aantonen dat hij een verzetsheld was, is onvindbaar. Jagtman en Moorlag zijn dood en Marianne is in Israel. Oom Barts verklaring is zeer vaag, omdat deze schade heeft opgelopen in een concentratiekamp. Er is niemand meer die kan aantonen dat Osewoudt onschuldig is. Eindelijk wordt de Leica van Osewoudt gevonden. Hij ontwikkelt het filmpje, maar de foto met Dorbeck is mislukt. Henri rent naar buiten en wordt neergeschoten.

    B. Onderzoek van de verhaaltechniek

    De dondere kamer van Damokles wordt verteld door een personale verteller, waarbij het perspectief bij Osewoudt ligt.

    Het verhaal speelt zich af van 1932 tot eind 1945. De periode van zijn jeugd wordt kort en met veel tijdsprongen verteld, later gaat de tijd langzamer en wordt er gedetailleerder verteld.

    Osewoudt verblijft niet op een vaste plaats. Hij gaat vanVoorschoten, naar Leiden, Amsterdam, Haarlem enz. Hij bevindt zich ook nog even in Engeland. De ruimtes die worden beschreven zijn steeds kleine, benauwde, dondere ruimtes.

    Het taalgebruik is niet moeilijk, er komen veel uiterlijke nauwkeurige beschrijvingen van personen ruimtes en gebouwen voor en ook beschrijvingen van gedachtes en gevoelens van personen.

    De hoofdpersoon, Henri Osewoudt, is naar mijn idee een persoon waar je voortdurend medelijden mee kan hebben. Hij heeft een ongelukkig jeugd, trouwt met een volle nicht die zeven jaar ouder is en hem bedriegt en hij heeft geen vrienden. Hij is bijna geobserdeerd door Dorbeck en ziet deze als de goedgeslaagde versie van hemzelf. Dorbeck is zijn grote voorbeeld en hij doet dan ook alles wat Dorbeck hem vraagt. Als het er eindelijk op gaat lijken dat Osewoudts leven wat meer inhoud gaat krijgen (verzetswerk, een nieuwe vriendin etc.) valt ook dat weer tegen, omdat hij wordt opgepakt en ervan wordt beschuldigd een landverrader te zijn. Hij heeft niemand meer en zal uiteindelijk ook alleen sterven.

    C. Op zoek naar de thematiek

    Het boek bevat verschillende thema’s, zoals oorlog, eenzaamheid, het op jezelf aangewezen zijn, het achterhalen van de waarheid en het bewijzen van iemands onschuld.

    Motieven voor het thema oorlog zijn wel duidelijk, zoals de capitulatie, het verzet en het onderduiken.

    Motieven voor het thema eenzaamheid zijn een ongelukkige jeugd, geen vrienden, een vrouw die hem bedriegt en het eenzaam sterven. De gedachten van de hoofdpersoon op momenten dat hij niemand meer heeft, omdat iedereen dood is, worden ook vaak besproken.

    Motieven voor het op jezelf aangewezen zijn, zijn het veel zelfstandig moeten doen van verzetswerk, de eenzaamheid, het in je eentje bewijzen van je onschuld. Er wordt vaak zoiets gezegd als: ‘ook al heb je zoveel vrienden, uiteindelijk ben je altijd alleen.’ Ook al ben ik het niet helemaal met deze uitspraak eens, deze wordt toch ondersteund door dit verhaal.

    Een motief voor het achterhalen van de waarheid en het bewijzen van iemands onschuld is het voortdurend op zoek zijn naar bewijsmateriaal, door zowel Osewoudt als de politie.

    Titel: volgens de Griekse mythologie was Damokles een hoveling van Dionysios de Oude, tiran van Syracuse, die de vorst om zijn macht en rijkdom benijdde. Deze omringde hem toen met alle weelde van de heerser, maar met een zwaard aan een paardenhaar boven zijn hoofd, als teken van de voortdurende gevaren die aan de macht kleven (‘het zwaard van Damokles’). (bron: Summa encyplodie).

    Het zwaard van Damokles staat voor aldoor dreigend gevaar te midden van geluk of voorspoed. Ik de roman is dat zwaard de foto die moet aantonen dat Dorbeck bestaat. Maar het gevaar is dat die foto mislukt. De foto wordt ontwikkeld in een donkere kamer. Een donkere kamer staat ook voor onzekerheid, dreiging en isolement.

    Ik vind dit een knap gezochte titel voor het verhaal. Er bestaat ook een verband tussen de titel en de thema’s.

    D. Plaats in de literatuurgeschiedenis

    Informatie over de schrijver van het internet geselecteerd:

    Willem Frederik Hermans werd op 21 sept. 1921 in Amsterdam in een onderwijzersgezin geboren. Zijn ouders waren heel autoritair, zijn oma tyranniek en met zijn drie jaar oudere zus kon hij het ook niet goed vinden. De verhouding met zijn zus is een belangrijk thema in zijn werk, met name in "Ik heb altijd gelijk".

    Tijdens zijn jeugd was hij eenzaam, hij had alleen zijn teddybeer als vriend.

    Hij studeerde eerst sociografie en na een jaar werd dat fysische geografie. De exacte wetenschap heeft veel invloed op hem, wat blijkt uit zijn exacte en zakelijke beschrijving van details. Tijdens de Tweede wereldoorlog, die een belangrijke invloed had op zijn levensvisie, moest hij zijn studie onderbreken (hij weigerde de loyaliteits verklaring te tekenen) en begon hij te schrijven. Na de oorlog werd dat steeds meer.

    Zijn wereldbeeld is samen te vatten als de onkenbaarheid van de waarheid. De realiteit is te ingewikkeld en chaotisch. Mensen zien verbanden tussen gebeurtenissen die er helemaal niet zijn. Het misverstand is ook een belangrijk motief. Zijn belangrijkste thema is verwarring en chaos.

    De hoofdpersonen in zijn boeken zijn waarheidszoekers, die de waarheid echter nooit zullen vinden. Ze stuiten op misverstanden of trekken verkeerde conclusies. Ook vinden ze geen zekerheid omtrent hun eigen identiteit. Een andere thema in zijn boeken is dat de personen in zijn boeken op zoek zijn naar hun vader. De ouders zijn autoritair en de zoon zet zich tegen ze af, maar wil met name zijn vader toch een plezier doen. De hoofdpersonen proberen zichzelf te bevestigen door iets bijzonders te doen. Veel door Hermans gebruikte stijlmiddelen zijn ironie, de herhaling en het groteske. Hij beschrijft de tijden waarin weinig gebeurt vrij kort, terwijl hij als er veel gebeurt dat uitgebreid beschrijft.

    ‘De donkere kamer van Damokles’ is dus zeer typerend voor deze schrijver. De motieven die hij heeft gebruikt komen in vrijwel al zijn boeken voor en ook de (traumatische) ervaringen uit zijn jeugd dragen hier aan bij.

    Dit boek is 13 jaar na de oorlog (1958) geschreven. Voor zo’n grote gebeurtenis is dat een korte periode. De tijd waarin het verhaal is geschreven is dus ook van invloed. De hele wereld leefde nog in de nasleep van de oorlog. Bovendien heeft Hermans zelf de oorlog ook intensief meegemaakt.

  3. Beoordeling

Ik vond dit een goed boek. Ik heb het spannend gevonden, maar ook ontroerend en diepzinnig en ik heb echt een enorm medelijden voor Ossewoudt gevoeld. De spanning kwam vooral naar boven tijdens momenten van illegaal verzetswerk, de kans om betrapt te worden en de angst voor de Duitsers. Het was voor mij erg ontroerend om te kijken naar het leven van Ossewoudt. Die man heeft zo weinig geluk gehad, alles wat iets met hem te maken had ging fout, dood, of mislukte. Het zielige was ook nog dat hij dat zelf inzag. Het boek is niet zo heel erg diepzinnig, maar er zitten af en toe toch wel filosofische gedachtengangen of gebeurtenissen in waar je even over na moet/kan denken. Toen Ossewoudt was opgepakt was het wel even ingewikkeld, omdat er aan alles wat er was gebeurd ineens een keerzijde zat. Aan het eind van het boek word er van Ossewoudt gedacht dat hij een beetje gek was, net als zijn moeder. Hoewel je je dat als lezer nauwlijks kan voorstellen, omdat alles zo realistisch is geweest, wijst toch bijna alles erop dat het wel zo is. Omdat in het boek verder niet duidelijk wordt gemaakt wat nou precies de oorzaak van zijn gedrag is en of hij nou wel of niet schuldig is, is het een vrij open einde, waarbij jezelf kan invullen hoe alles nou precies gelopen is. Gek genoeg heb ik nog steeds het idee dat alles wat Ossewoudt heeft gedaan wel echt was, omdat ik dat het hele boek door heb gedacht. Het is echter zeer onwaarschijnlijk.

Het thema van oorlog werkt bij mij altijd goed, omdat ik dat spannend en interessant vind. Hoewel veel boeken dit thema hebben vind ik daar toch altijd veel afwisseling in. Zo’n soort boek over de oorlog als dit, waarin o.a. een ‘verzetsheld’ wordt verdacht van landverraad, heb ik nog nooit gelezen. De andere thema’s spraken mij ook wel aan.

Het taalgebruik was niet te moeilijk. Ik vind het altijd wel mooi als dingen nauwkeurig worden beschreven, dan krijg je een goed beeld, dus dat beviel mij ook wel. De titel vind ik echt heel erg origineel en diepzinnig. Ik vind het echt getuigen van een grote inteligentie als je zo’n titel, die ook nog goed bij het thema past, bij een boek weet te verzinnen.

Ik vond dit dus een goed boek en ik heb het met plezier gelezen. Ik zou het dus ook andere aanraden om te lezen.

Irene de Vries, 5a

20 november 2000