Terug naar "Typologie"
Terug naar "Psychologie"

Het werk van Bowlby.

In Bowlby's 'attachment' concept gaat het om een 'goal corrected control system', waarbij de inhoud van de relaties betrekking heeft op de regulering van zekerheden, waarbij de ene geeft en de ander ontvangt (Bretherton, 1985). Centraal staan de 'attachment figure' (b.v. de ouder) en de 'attached individual' (b.v. het kind). De gedragingen (attachment behaviors) are believed to have the biological function of protecting the attached individual from physical and psychological harm (Bowlby, 1973).

Indien de 'attachment figure' op verzoek van de 'attached individual' (kind) ondersteuning en hulp biedt - vooral in moeilijke situaties dan ontwikkelt het kind een 'internal working model', waarin de attachment figure wordt voorgesteld als liefdevol en het kind zichzelf ziet als een persoon, die een dergelijke ondersteuning waard is (Bowlby, 1973).

Andersom ontwikkelt het kind, als de attachment figure het verzoek om ondersteuning in moeilijke situaties afwijst, een 'internal working model' waarin de attachment figure wordt voorgesteld als afwijzend en het zichzelf gaat zien als onwaardig voor hulp en ondersteuning (Bowlby, 1973).

Bowlby (1982) stelt dat 'The mere knowledge that an atachment figure is available and responsive provides a strong and pervasive feeling of security and so encourages the person to value and continue the relationship'. Bedoeld gedrag kan daarom aangeduid worden met de term 'continueringsgedrag'.

 

GERAADPLEEGDE LITERATUUR

Bowlby, J. (1973). Attachment and los, Vol. 2, Separation. New York: Basic.

Bowlby, J. (1982). Attachment and los: retrospect and prospect. In: American journal of orthopsychiatry, Vol. 52, 664-678.

Bretherton, I. (1985). Attachment theory: retrospect and prospect. In: Growing points of attachment theory and research, Part I. Monographs of the society for research in child development, Vol. 59. Bretherton, I. & Waters, E. (Eds). Chicago: The university of Chicago press.