Terug naar Vakkenhoek: Nederlands
Home Page: www.wjsn.nl


Marga Minco, met onder meer:


Het Bittere Kruid , Marga Minco, 31e druk 1985

Opmerkingen over het boek, die direct opvallen:
Het boek is ingedeeld in 23 hele kleine getitelde hoofdstukken. Er komen geen plaatjes in voor. Voor de rest zijn er geen dingen die direct opvallen. De kaft is heel simpel maar het heeft wel iets vind ik. Een beetje zoals bij een titelrol in een ouderwetse film.

Inleiding:
Ik vond het een erg leuk boek om te lezen. Daarom vond ik het ook niet zo moeilijk om er een scriptie over te schrijven. Hier heb ik wat meer keuzeopdrachten gebruikt dan de bedoeling was maar dat was om genoeg tekst bij elkaar te krijgen.

Lijst van geraadpleegde werken:
In het boek zelf zit achter in een lijst met begrippen die uitgelegd worden die heb ik tijdens het lezen van het boek weleens gebruikt. Ik heb daar een aantal Joodse begrippen op gezocht die achter in het boek stonden uitgelegd, bijvoorbeeld: almemmor, tefille, en bensjen.

Voor het maken van de scriptie heb ik een gedeelte uit een boek van de schoolbibliotheek gehaald. Van het boek ‘De Boekenlijst’ heb ik wat informatie gebruikt van de bladzijden 54 t/m 57.

Titelverklaring:
Het heet het Bittere Kruid omdat ze de avond dat ze wegmoeten bittere kruiden eten. Dat is ontleend aan Exodus 12:8. Een van de voorschriften van het Joodse Paasfeest is dat er onder andere bittere kruiden gegeten werden. De bittere kruiden herinneren aan de bitterheid van de slavernij in Egypte.

Ondertitel: een kleine kroniek
Motto: Er rijdt door mijn hoofd een trein
vol joden, ik leg het verleden
als een wissel om…
Bert Voeten

Opdracht: Aan de nagedachtenis van mijn ouders
Dave en Lotte
Bettie en Hans

Genre:
Het boek is een oorlogsverhaal. Want het speelt zich af in de oorlog. Bovendien speelt de oorlog een belangrijke rol.
Het verhaal speelt zich voornamelijk af: in Breda maar dat is alleen heel in het begin. Later in haar huis in Amersfoort omdat ze daar niet uit mocht. Ook nog even in Utrecht in het paviljoen waar ze moest kuren, en later in Amsterdam. Ze zit ook nog bij een gezin ondergedoken op het platteland in Heemstede. De epiloog op het eind van het boek speelt zich af in Zeist.

De Tijd:
Het boek is volledig chronologisch omdat het boek begint in het begin van de 2e wereldoorlog en het eindigt een aantal jaren na de oorlog. Tussendoor gaat de tijd niet terug. Op het eind van het verhaal maak de tijd wel een sprong maar die gaat verder in de toekomst.

De vertelde tijd: ongeveer 5 jaar. Het verhaal begint als de bezettingsgroepen binnentreden en het eindigt enige tijd na de bevrijding.

Welke tijd?: Het verhaal speelt zich rond de tijd van de 2e wereldoorlog af. Dus ongeveer tussen 1940 en 1945. In het boek zijn daar ook vele kenmerken van. Bijvoorbeeld: Dat ze gele sterren moesten dragen omdat ze joods waren en er wordt af en toe gepraat over de Duitsers en er wordt bij hun thuis een inval gedaan waarbij haar ouders naar een concentratiekamp worden afgevoerd.

Handeling:
Toen de 2e wereldoorlog uit brak woonden Marga Minco en haar familie in Breda. In het eerste jaar van de oorlog werd Marga ziek en ze moest kuren in het paviljoen van een Utrechts ziekenhuis. Ze had namelijk een lichte vorm van t.b.c. (tuberculose). In die tijd waren haar ouders naar Amersfoort verhuisd. Haar vader en haar broer, Dave, moesten zich laten keuren voor een werkkamp zoals alle andere joodse mannen. Ze werden beide afgekeurd. Vader vanwege huiduitslag en Dave vanwege een middel waardoor hij ziek werd. Enige tijd later moesten haar ouders het huis uit en naar Amsterdam verhuizen omdat ze boven de 50 waren. Marga, Lotte en haar broer moeten zich melden. Ze zouden wat van de wereld te zien krijgen. Marga mocht thuis blijven omdat ze nog een beetje ziek was van de tuberculose en haar broer, Dave, mag ook thuis blijven omdat de dokter het onverantwoord vindt om hem te laten gaan vanwege zijn ‘ziekte’. Ook de vrouw van Dave, Lotte, mag blijven om Dave en Marga te verzorgen. Dave en Marga mogen het huis dus ook niet verlaten. Na een hele tijd van binnen zitten wil Marga weer eens de deur uit en ze besluit haar ouders een weekend op te zoeken in Amsterdam. Als Marga bij haar ouders is wordt er een inval gedaan door de Duitsers. Marga weet dat nooit meer terug kan keren als ze meegenomen wordt. Ze ziet een kans om te ontsnappen en het lukt. Ze gaat terug naar haar broer en z’n vrouw. Eenmaal aangekomen vertelt Dave dat het te gevaarlijk is om daar te blijven en ze gaan naar een ‘een adresje’ in Utrecht. Hoewel ze weten dat het voor Joden illegaal is om met de trein te gaan wagen ze het erop en gaan ieder afzonderlijk naar Utrecht om het niet te laten opvallen. Lotte wordt gepakt bij controle en Dave meldt zich vrijwillig aan omdat hij haar 30niet allen wil laten gaan. Als Marga bij het adres in Utrecht aankomt blijkt dat er geen plaats meer is. Ze gaat terug naar Amsterdam. Daar regelt Wout, een vriend van Marga, een nieuw adres in een weiland. Ze reist van adres naar adres en verblijft bij sommige een tijdje tot de oorlog afgelopen is.

Epiloog (slotwoord)
Na de oorlog gaat nog een aantal keer op bezoek bij haar doodzieke oom in Zeist. Dat is samen met haar de enige overlevende van de familie. Dat komt omdat hij getrouwd was met een niet-joodse vrouw. Hoewel hij bericht heeft gehad van het Rode Kruis dat iedereen dood is blijft hij volhouden dat het een vergissing is. Daarom staat hij ook altijd bij alle trams te wachten in de hoop dat hij zijn broer of een ander familielid tegen kwam. Enige tijd later overlijdt hij.

Thema:
Niet meer jezelf kunnen zijn als de samenleving je buitensluit.

Verklaring: Marga kon niet meer zichzelf zijn doordat ze vroeger gepest werd door de buurtkinderen, maar die kon ze nog wel negeren. Later werd ze genoodzaakt zich met hele serieuze problemen bezig te houden die niet bij haar leeftijd passen. Ze moest onderduiken, steeds verhuizen en een valse naam gebruiken, enz. Dat zijn allemaal dingen waardoor ze niet zichzelf kon zijn.

De motieven zijn dan ook verhuizen, reizen, discriminatie en onderduiken.

Verklaring: Marga (en haar familie) moest steeds verhuizen om veiligheidsredenen of omdat er later geen plek was in onderduikplaatsen. Ze moest ook veel reizen om bij haar ouders of een onderduikadres te komen. Marga moest vooral op het eind onderduiken omdat ze bij een arrestatie van haar ouders en zichzelf voor de Duitsers gevlucht was.

Discriminatie vind ik ook een belangrijk motief in dit boek, want in de tweede wereldoorlog werden Joden erg gediscrimineerd vanwege hun geloof maar in dit geval ook door buurtkinderen.

Keuzeopdrachten:
Mening 1: Ik vind ‘Het Bittere Kruid’ een mooi boek omdat ik nog nooit een boek over de tweede wereldoorlog gelezen heb die vanuit de ogen van een joods gezin geschreven is. Ik vind het een makkelijk, leerzaam en leuk boek. Er waren stukjes bij die ik wel moeilijk te volgen vond. Omdat Marga steeds moest verhuizen, begreep ik soms niet helemaal waar ze op dat moment zat. Ik vind het ook indrukwekkend wat Marga allemaal mee heeft gemaakt en dat ze dat ook nog op zo’n mooie manier op papier kan zetten. Soms werden er wel wat ouderwetse woorden gebruikt, die je tegenwoordig bijna niet meer hoort. Dat zal wel komen omdat de eerste druk van het boek in het jaar 1957 geschreven is. Er kwamen ook best spannende stukken in voor bijvoorbeeld toen de Duitsers een huiszoeking kwamen doen bij de ouders van Marga in Amsterdam, en dat Marga toen vluchtte. Ook vond ik het best spannend toen Marga illegaal met de trein naar Utrecht ging. Wat Dave deed om niet naar het werkkamp te hoeven vind ik erg intrigerend. Dat hij een drankje in nam waar hij erg ziek van werd, zodat hij een negatieve doktersverklaring kreeg. Wat ik ook niet helemaal snapte is dat vader een keer thuis komt met een pakje met allemaal jodensterren erin. Marga, Bettie en Lotte vinden het dan leuk om die sterren op hun jassen te naaien. Ze vinden het niet erg om ermee rond te lopen. Ik zelf zou alleen met zo’n ster gaan lopen als het verplicht was, maar ik zou er zeker niet blij mee zijn. Ik vind het ook heel sociaal dat Dave zijn vrouw, Lotte, niet in de steek laat als ze wordt opgepakt bij een controle op het station. Dave meldt zich dan vrijwillig.

Mening 2: Ik vind het boek ‘De Val’ een apart boek omdat het over een onderwerp gaat wat je heel spannend of intrigerend kan vertellen. Maar Marga Minco vertelt het zo gedetailleerd dat het bijna saai wordt. Ik vond het een best wel moeilijk boek om te volgen. Niet qua taalgebruik maar door de flash-backs en de vele namen die erin voorkomen. De stukjes over de monteur vond ik wel leuk om te lezen. Maar die over het verzorgingstehuis vond ik een beetje te saai.

Ik kan me ook helemaal indenken wat voor schuldgevoel Hein Kessels heeft want naar zijn zeggen was de Gestapo hem gevolgd en wisten ze daarom dat de familie Borgstein plannen had om te vluchten. Ook kan ik me indenken wat voor schuldgevoel de monteurs hadden. Ik vind het ook wel knap als je zoveel kan schrijven over een dag uit het leven van iemand. Het motto van dit boek past er ook precies bij want je kan inderdaad niet begrijpen wat er gebeurt in een oorlog als je het zelf niet meegemaakt hebt. Het lijkt me ook een hele moeilijke periode die je door moet maken als je hele gezin meegenomen is door de Gestapo en je allen maar kan vermoeden wat er met hen gebeurd is. Door dit soort dingen kan ik wel respect op brengen voor mensen die dit soort dingen meegemaakt hebben.

Het boek is compleet autobiografisch omdat het verhaal haar eigen leven beschrijving is. Ze heeft haar eigen levensverhaal op papier gezet. Ze heeft zelfs de namen hetzelfde gelaten zoals ze in het echt zijn. Ze heeft, denk ik, wel een aantal dingen weggelaten en toegevoegd. Omdat het boek autobiografisch is, is het ook zo’n succes geworden. Er zijn maar weinig mensen die precies weten hoe het er aan toeging in de tweede wereldoorlog en dat ook uit de eerste hand hebben. Ook zijn er heel veel mensen die heel geïnteresseerd zijn in die visie op de tweede wereldoorlog. Ik vind het ook knap dat Marga het emotioneel gezien aankan om dit soort dingen op papier te zetten en het ook in de boekwinkels wil laten verschijnen. Het viel me ook op dat toen ik de keuzeopdracht ‘Enkele gegeven over de schrijver’ aan het schrijven was, dat die zo’n beetje hetzelfde waren als de handeling (korte inhoud) van het boek. Toen ik begon te lezen in het boek wist ik helemaal niet dat het een autobiografisch boek was. Als je het boek leest dan klinkt het verhaal je nog niet eens zo raar in de oren maar als je je dan bedenkt dat het waar gebeurd is, is het eigenlijk absurd dat er dit soort dingen gebeurd zijn. Ik kan er ook geen idee van schetsen hoe het er daar aan toeging ( in de oorlog en in zo’n concentratiekamp).

Wat ik me ook afvraag is hoe Marga aan al die informatie is gekomen over haar familie en over hoe het er vroeger aan toe gegaan is. Ze was dan wel 20 toen de oorlog begon, maar dan vind ik het nog knap hoe ze alles zo gedetailleerd kan beschrijven.

Een paar gevoelige omstandigheden:
Onderdrukking: Onderdrukking is natuurlijk een omstandigheid die een grote rol speelde in het leven van de familie Minco. Omdat ze van joodse afkomst waren mochten ze een heleboel dingen niet die andere mensen wel mochten. Ze mochten bijvoorbeeld geen gebruik maken van het openbaar vervoer. Vader en moeder Minco moesten verplicht naar Amsterdam verhuizen omdat ze boven de vijftig waren. Dave en zijn vader hadden eigenlijk naar een werkkamp gemoeten als ze door de keuring gekomen waren. En ze moesten net als alle andere joden met een gele jodenster op hun jas lopen.

Verdriet: Marga had veel verdriet toen haar familie werd opgepakt en helemaal aan het eind van de oorlog toen ze de brieven van het Rode Kruis kreeg met daarin de mededeling dat niemand van haar familie het had overleefd (van degene die waren opgepakt).

Dood: De dood is dus ook een gevoelige omstandigheid die vooral in het eind van het boek een belangrijke rol speelt in het leven van Marga. In de epiloog, die zich na de oorlog afspeelt, krijgt ze hier nog een keer mee te maken omdat haar oom namelijk dood gaat.

Angst: Marga heeft ook veel last van gehad van angst op momenten toen bijvoorbeeld die inval werd gedaan en ze op de vlucht sloeg. Of toen ze illegaal met de trein ging.

Eenzaamheid: Marga was vaak alleen omdat haar ouders naar Amsterdam moesten verhuizen. Ze had ook weinig mensen waar ze mee kon praten en die ze kon vertrouwen. De enige waar ze mee kon praten waren Dave, Lotte en haar ouders. Toen ze moest onderduiken bij die onderduikgezinnen was ze heel erg eenzaam omdat ze daar helemaal niemand had. Ze had ook weinig vrienden waar ze mee omging. De enige was eigenlijk Wout, maar die zag ze ook nauwelijks.

Machteloosheid: Marga voelde zich machteloos omdat haar familie zo bij haar vandaan gerukt werd. Ze kon er niets tegen doen en ze wist niet wat er met hen zou gebeuren. Wat was bovendien het nut ervan?

Liefde: Liefde is iets wat in dit boek niet echt naar voren komt maar het is er uiteraard wel. Bettie de zus van Marga was getrouwd met Hans. En Dave was getrouwd met Lotte. Die zullen wel van elkaar gehouden hebben. Ook is er altijd wel liefde binnen de familie. Maar dit zijn allemaal dingen dit niet beschreven worden in het boek.

Vreugde: Vreugde was er in het begin van het boek toen vader Minco en Dave zich moesten melden en de dokter ze niet geschikt vond voor een werkkamp. Voor de rest komt er niet echt vreugde voor in het boek omdat er ook niet zulke leuke dingen gebeuren.

Het boek is verfilmd: Het bittere kruid. Een verfilming van de autobiografische kroniek van Marga Minco.

Het aangrijpende oorlogsverhaal over het leven van joods meisje, Marga, begint vlak voor de Duitse bezettingstroepen het land binnen treden.

Marga woont nog bij haar ouders op het moment dat de tweede wereldoorlog uitbreekt, maar door de verplichte verhuizing van haar ouders naar het Amsterdamse ‘Judenviertel’ blijft zij alleen over met haar broer Dave, en zijn vrouw Lotte. Want Marga’s oudere zus is in het begin van de oorlog al opgepakt samen met haar man. Dankzij een slimme truck van Dave weten ze aan een werkkamp en een melding te ontkomen. Marga wil na enige tijd haar ouders toch wel eens opzoeken en gaat illegaal met de trein naar Amsterdam. Tijdens haar verblijf daar wordt er een inval gedaan. De ouders van Marga worden opgepakt en meegenomen maar Marga ziet haar kans om de benen te nemen. Als ze weer bij haar broer in Amersfoort aangekomen is begrijpen ze dat het voor hen niet langer veilig is om daar nog te blijven, en vertrekken apart naar Utrecht. Bij controle op het station wordt Lotte betrapt en opgepakt. Als Dave dit hoort kan hij zij vrouw niet in de steek laten en meldt zich vrijwillig. Marga staat er nu alleen voor. Ze moet voor zichzelf zien te zorgen met de grote vraag in haar hoofd; zullen ze ooit nog terug keren?


Interview met de schrijfster:
Een interview met Marga:
+Waarom vonden jullie het niet erg om een gele jodenster op je jas te dragen, zie je het niet als een vorm van discriminatie?

* We vonden het niet erg omdat er een gezellige sfeer hing toen we de sterren op aan het naaien waren. Iedereen waar we mee omgingen moest er ook een dragen, dus daarom voelden we ons niet echt buitengesloten. Het is natuurlijk wel een ernstige vorm van discriminatie.

+ Wat dacht je van het idee van je broer, Dave, dat hij het drankje in zou nemen?

* Ik was wel nieuwsgierig wat zou zijn. Mijn broer had me namelijk niet verteld wat het precies voor effect zou hebben. Ik hoopte alleen wel dat het niet verkeerd zou uitpakken, en dat hij wist wat hij deed. Ik was wel blij dat het werkte.

+ Wat vond je van het idee van je moeder op een familiefoto te maken?

* Ik had er niet zo’n zin in want ik ben nou niet echt fotogeniek. Ook kreeg ik er een beetje de zenuwen van omdat het bedoeld was voor als er iets erg zou gebeuren. Dan hadden we in ieder geval nog een foto van elkaar.

+ Wat vond je van de brief met daarin de mededeling dat je je moest melden samen met Lotte en Dave?

* In het begin leek het me erg leuk want Dave en ik waren er van overtuigd dat we iets van de wereld te zien zouden krijgen. Later hoorde we van een kennis dat we niet zouden terug keren als we er heen zouden gaan. Maar doordat we van de dokter het advies kregen om thuis te blijven zijn we er aan ontkomen.

+ Heb je geen spijt of een schuldgevoel gehad dat je bent gevlucht toen je ouders werden opgepakt?

* Spijt heb ik nooit gehad want daardoor heb ik de tweede wereldoorlog onder andere overleefd. Maar ik heb wel lang een soort schuldgevoel gehad. Het was niet netjes dat ik ze zomaar in de steek gelaten heb. Ik heb jammer genoeg ook geen afscheid kunnen nemen.

+ Vond je het niet vervelend dat je een totaal nieuw persoon moest zijn? Je moest je haar blonderen, je wenkbrauwen epileren en je kreeg een ander persoonsbewijs met een valse naam.

* Ik voelde me er erg onzeker door. Zeker als ik op straat liep en een agent, dan dacht ik dat hij recht op me af zou komen. Ook leek het of elke voorbijganger ons nakeek en wist wie we waren.


De Val Marga Minco
1e druk Mei 1983, Uitgeverij Bert Bakker

Het boek is ingedeeld in 16 kleine hoofdstukken die geen naam hebben. Er komen ook geen plaatjes in voor. De omslag is heel simpel en ook niet erg mooi. Op de achterkant staat geen korte samenvatting. De eerste letter van het hoofdstuk is een grote letter. Dat zijn wel de dingen die meteen opvallen.

Titelverklaring:
Het boek heeft als titel ‘DE VAL’ omdat Frieda vroeger in de 2e wereldoorlog met haar familie zou vluchten naar Zwitserland. Ze zouden dan gebracht worden met een auto (tegen betaling), maar dat bleek uitgelekt te zijn. Iedereen werd afgevoerd naar een concentratiekamp behalve Frieda. Oftewel het was in de ogen van Frieda een val.

Het tweede punt is natuurlijk de val die Frieda in de put maakt, en wat uiteindelijk haar dood werd. Het is niet helemaal duidelijk op welke val de titel slaat, maar beide gevallen zijn mogelijk.

Ondertitel: geen
Motto: ‘I imagine, sometimes, that if a film could be made of one’s life, every other frame would be death. It goes so fast we’re not aware of it. Destruction and resurrection in alternate beats of being, but speed makes it seem continuous. But you see, kid, with ordinary consciousness you can’t even begin to know what’s happening. ’SAUL BELLOW (THE DEAN’S DECEMBER)

Opdracht: geen
Genre:

Het boek is een naoorlogse drama roman. Omdat er een aantal ernstige gebeurtenissen in voorkomt die terug verwijzen naar de oorlog (niet allemaal), en de gevoelens die dat nu nog opwekt.

Het verhaal speelt zich voornamelijk af:
Het verhaal speelt zich af op vele verschillende plaatsen maar de belangrijkste is denk ik wel het bejaardentehuis. Daar naast zijn er nog andere plaatsen die genoemd worden zoals; café ‘De Salamander’, het Volkswagen busje, de cabine en de begraafplaats.

De tijd:
Het verhaal is niet chronologisch want er zijn als het ware twee verhalen die door elkaar lopen. Het verhaal van het verzorgingstehuis en het van twee monteurs. Het ene hoofdstuk gaat het voornamelijk over de monteurs en het andere hoofdstuk gaat het voornamelijk over het tehuis. Tussen het verhaal door is er ook nog een flash-back die over Frieda gaat tijdens een vlucht poging naar Zwitserland in de tweede wereldoorlog.

De vertelde tijd:
De vertelde tijd is een dag. De laatste/ verjaardag van Frieda Borgstein. Dit kan je lezen in het boek want op bladzijde 20/21 staat dat Frieda haar verjaardag nu wel wil vieren en als ze op het eind van het boek gebak gaat halen voor haar verjaardag valt ze in de put en overlijdt. Hier eindig het verhaal ook mee.

Welke tijd?
Het verhaal speelt zich (op de flash-back na) rond deze tijd af. Misschien een aantal jaren terug maar dat is niet precies vast te stellen. In een uittreksel had ik gelezen dat het zich afspeelt in de jaren ’80. Dit kan je zien aan een aantal begrippen die in het boek voorkomen zoals: Volkswagenbus, TL-buizen, tv-masten en snackbar.

Handeling:
Twee monteurs van de gemeente, Verstrijen en Baltus, drinken koffie op die donderdagmorgen voor ze naar hun werk gaan. Op diezelfde morgen wordt Frieda Borgstein in het bejaardentehuis wakker gemaakt. Vandaag zal ze haar verjaardag voorbereiden die morgen gevierd zal worden. Verstrijen en Baltus beginnen tegenover het bejaardentehuis met hun klus in een put van een stadsverwarming.

Het bejaardentehuis krijgt Zweeds bezoek, die geïnteresseerd zijn in de bejaardenzorg in Nederland. De directrice en hoofd van de huishouding zijn al volop bezig met de organisatie.

Frieda Borgstein heeft in de oorlog iets vreselijks meegemaakt. Door verraad zijn haar man en twee kinderen weggevoerd. Doordat Frieda nog even een vest ging halen hadden de Duitsers haar niet gezien en dus ook niet opgepakt. Frieda heeft helemaal geen vrienden. Alleen Ben Abels, die in een concentratiekamp heeft gezeten, mag ze.

Ze heeft nooit haar verjaardag gevierd maar morgen wil ze het voor het eerst in veertig jaar gaan vieren. Omdat ze 85 wordt wil ze iedereen op gebak trakteren. Ze wil dan ook wat dingen voorbereiden. Het wordt haar afgeraden vanwege het slechte weer maar ze gaat toch.

Baltus en Verstrijen zijn op dat moment bezig met een verwarmingsput. De putdeksel ligt er al af. Baltus gaat even naar het toilet en verstrijen stond net even niet op te letten toen mevrouw Borgstein de put in viel. Waarschijnlijk had ze zich op de ruimte verkeken en dacht ze dat ze er wel langs kon, of haar ogen waren gaan tranen van de harde wind.

Verstrijen heeft het meteen door en probeert haar nog uit het kokende water te halen, maar het lukt hem niet. De brandweer haalt haar er uiteindelijk uit.

Op de dag van het ongeluk ontmoet Ben Abels Hein Kessels. De dag voor de begrafenis heeft Ben een gesprek met Hein.

Hein zou in 1942 de familie Borgstein naar Zwitserland brengen. ’s Avonds zou hij hen opkomen halen. Toen hij bij het huis aankwam, arriveerde er ook een auto van de SD. Meneer Borgstein en de twee kinderen werden in de auto gegooid en meegenomen. Frieda namen ze niet mee omdat zij nog boven was. Hein heeft niets verraden. Door dat hij het amateuristisch heeft aangepakt is er waarschijnlijk iets fout gegaan.

Hein heeft nooit het lef gehad om naar Frieda toe te gaan en het uit te leggen. Frieda heeft daarom nooit geweten hoe het zat.

Thema:
Toeval is overleven maar toeval is ook de dood.
Door toeval werd Frieda niet meegenomen in de auto die later naar de Duitsers reed, omdat zij een vest voor haar dochter, Olga ging halen.

Later als ze bejaard is wordt het toeval (noodlot) haar dood, doordat ze in een openstaande put viel. Het toeval daaraan is dat er net op dat moment niemand bij stond en dat Frieda niet gebracht werd door de directrice van het verzorgingstehuis.

Motieven:
Frieda vindt het onbegrijpelijk dat zij het wel als enige heeft overleefd en dat haar man en kinderen er door verraad nu niet meer zijn. Ook is schuldgevoel een motief waar Frieda zich veel last van heeft gehad. Waarom is zij dat vest gaan halen en heeft zij daardoor haar familie als het ware in de steek gelaten? En waarom heeft zij sowieso in gestemd met het plan om naar Zwitserland te vluchten?

Keuzeopdrachten:
Ik weet niet precies wat de belangrijkste gebeurtenis is. Dus daarom beschrijf ik de volgens mij twee belangrijkste gebeurtenissen.

Frieda en haar man en kinderen hadden het plan om naar Zwitserland vluchten. Die afspraak hadden ze met ene Hein gemaakt. Het kostte dan wel zes duizend gulden maar dan zou wel alles goed geregeld zijn. Hein die wist alles van de vluchtroute. Ook had hij valse papieren bij zich. Als ze in Zwitserland zouden aankomen zouden ze eerst in een opvangcentrum terechtkomen. Hein kwam twee uur voor het vertrek nog even langs om de laatste dingen door te geven en te zeggen dat ze niet te veel mee mochten nemen. Op het laatste moment ging Frieda nog even snel een vest halen voor Olga. Toen ze boven was hoorde ze harde stemmen en kort daarop het dichtslaan van de buiten deur. Ze rende naar beneden en toen ze naar buiten keek zag ze nog net een grijze auto de bocht omgaan waar haar familie in zat.

Ik vind dit zelf een belangrijke gebeurtenis omdat het boek voor het grootste gedeelte om Frieda heen is geschreven; zij is de belangrijkste persoon in het boek. Deze rampzalige gebeurtenis is een groot deel van het leven van Frieda gaan bepalen. Als Frieda dat vest niet was gaan halen was zij ook mee genomen in die auto en had ze het dus waarschijnlijk ook niet overleefd.

Beschrijving van de 2e belangrijke gebeurtenis:

Frieda ging op een koude dag wanneer het hard waaide naar de winkel om gebak te halen voor de andere mensen in het bejaardentehuis. Het was namelijk haar verjaardag. Door de harde wind waren haar ogen gaan tranen en zag ze alles als een waas. Ze zag de dampende verwarmingsput wel, maar ze dacht dat ze er makkelijk langs kon. Een van die twee dingen was waarschijnlijk de oorzaak dat Frieda in de put viel.

Één van de twee monteurs was net even weg en hoorde de zwakke kreet van Frieda. Hij begreep onmiddellijk dat het iets met de open put te maken had. Hij klom de put in en probeerde Frieda eruit te halen. Door de kokendhete stoom moest hij opgeven.

Frieda overleefde het ongeluk niet en de monteur hield er tweedegraads brandwonden aan over.

Ik vind dit ook een belangrijke gebeurtenis omdat de belangrijkste persoon in het boek om het leven komt. En deze gebeurtenis verwijst terug op de titel.

Overeenkomsten en verschillen tussen de boeken:
Over het algemeen zijn er weinig overeenkomsten tussen de boeken. Daarom heb ik ook een aantal verschillen genoemd. De grootste overeenkomsten tussen de boeken is dat ‘Het Bittere Kruid’ heel veel met de tweede wereld oorlog te maken heeft en zich daar ook afspeelt en dat er in ‘De Val’ ook een hele duidelijke achtergrond van de tweede wereldoorlog zit. Het verschil daarentegen is dat ‘Het Bittere Kruid’ zich in de tweede wereldoorlog afspeelt en in ‘De Val’ alleen de flash-back en de rest niet. Ik vond ‘De Val’ alleen wel een stuk moeilijker te volgen dan ‘Het Bittere Kruid’ maar dat kwam denk ik door de flash-back en dat het verhaal in ieder hoofdstuk weer van een andere hoek werd beschreven. De verzorging van de boeken zijn best goed met elkaar te vergelijken omdat ze allebei een hele eenvoudige kaft hebben zonder plaatje of ander (overbodige) dingen. Nog een groot verschil tussen de boeken is dat ‘Het Bittere Kruid’ wel een opdracht en een ondertitel heeft en ‘De Val’ niet. Bovendien heeft ‘Het Bittere Kruid’ wel getitelde hoofdstukken en ‘De Val’ niet. Nog een verschil is dat ‘Het Bittere Kruid’ in principe niet fictioneel is en ‘De Val’ is denk voor een groot deel fictioneel. Nog een opvallend verschil is dat de boeken allebei met de tweede wereldoorlog te maken hebben maar dat ze zich allebei in een geheel andere tijd afspelen. ‘De Val’ gaat over een vrouw die de tweede wereldoorlog heeft meegemaakt en wat voor invloed dat op haar leven heeft gehad, en ‘Het Bittere Kruid’ gaat over een meisje die alles op dat moment meemaakt in de tweede wereldoorlog.


Gegevens over de schrijfster:
Marga Minco werd op 31 maart 1920 in Ginniken (vlak bij Breda) geboren. Eigenlijk heet ze Sara, maar op haar vervalst persoonsbewijs stond Margaretha. Daarna noemde iedereen haar Marga. De achternaam was eigenlijk Menco, maar een ambtenaar verwisselde (perongeluk) de klinker. Haar vader die streng joods orthodox is opgevoed vind dat ook in zijn gezin iedereen zich aan de joodse wetten en rituele gebruiken moet houden. Hierdoor zijn de kinderen vaak een uitzondering ten opzichte van leeftijdgenoten, bijvoorbeeld dat zij ’s zaterdags (de sabbat) binnen moeten blijven. Rond 1925 verhuizen ze naar Breda, waar de vader een belangrijke rol in de joodse gemeenschap gaat spelen. Op de vrije woensdagmiddagen gaat Marga naar het joodse schooltje achter de synagoge. Ze heeft niet echt een bijzondere band met het geloof. Na de basisschool gaat ze naar de Bredase Nutsschool voor meisjes, waar ze begint te schrijven. Haar talent wordt ontdekt en ze krijgt een baantje als leerling-journalist bij ‘De Bredase Courant’, waar zij af en toe ook korte schetsjes publiceert. In 1938 bezoekt zij een amateur-toneelvoorstelling en ontmoet daar haar latere echtgenoot Bert Voeten, die dan bij het ‘Dagblad voor Noord-Brabant’ werkt. Later wordt Marga onder druk van de plaatselijke NSB-leider ontslagen. Marga wordt naar familie in Assen gestuurd. In 1940 beland zij via Delft in Amsterdam. Vlak daarna wordt ze ziek. Ze blijkt een lichte vorm van tuberculose te hebben en wordt opgenomen in het ziekenhuis in Utrecht. Daarna vertrekt ze naar Amersfoort om er in een sanatorium (herstellingsoord) aan te sterken. In september 1941 gaat ze weer naar haar ouders, die verplicht naar Amsterdam zijn verhuist. Daar volgt ze tekenlessen aan de Joodse kunstnijverheids-school en geeft zelf les aan de joodse basisschool. Tijdens de een van de eerste grote razzia’s in de lente van 1942 werden haar zus Bettie en haar man opgepakt. In april 1943 worden ook haar ouders opgepakt. Via Westerbork belanden ze in het vernietigingskamp Sobibor, waarvan ze niet meer terug komen. Marga duikt onder in Amsterdam bij haar broer Dave. In het najaar van 1944 woont ze samen met een aantal studenten en kunstenaars als; Lucebert en Karel Appel in een pand. Ze deelt een kamer met Bert Voeten. In december 1944 wordt hun dochter Bettie geboren.

Als de oorlog afgelopen is blijkt zij samen met een broer van haar vader de enige overlevende te zijn. Dat kan ze moeilijk verwerken, en daarom verblijft ze in februari en maart 1947 in Zuid-Frankrijk. In december 1949 verhuist ze samen met haar men en dochter naar het Witsenhuis aan het Amsterdamse Oosterpark. Daar wonen ze tot 1970. In 1956 wordt hun tweede dochter Jessica geboren. Sinds 1970 wonen ze in de Tweede Oosterparkstraat in Amsterdam.

Marga Minco publiceerde tussen 1950 en 1954 korte humoristische verhalen in het maandblad Mandril. In 1957 verscheen haar ‘kleine kroniek’ Het Bittere Kruid. In 1959 publiceerde ze tien verhalen: De Andere kant.

De roman Een Leeg Huis verscheen in 1965. In het jaar 1982 werden de Verzamelde Verhalen uitgegeven. Marga schreef daarnaast ook nog enkele jeugdboeken en TV-spelen. De aanleiding voor ‘De Val’ was een krantenartikel waarin stond dat een oude vrouw in een stadsverwarmingsput gevallen. Die vrouw was de moeder van Marga’s overleden schoonzuster, Lotte.


Reclame-advertentie
Het boek ‘De Val’ van de bekende schrijfster Marga Minco is echt een topper. Ik wil jullie dus allemaal ten zeerste aanraden het boek te lezen. Geen fictionele space verhalen of een cowboyboek. Nee een geheel in deze tijd passend boek.

In het kort: Het gaat over een vrouw die in de tweede wereldoorlog haar man en twee kinderen heeft verloren. Ze zit nu in een bejaardentehuis en als zij op haar vijfentachtigste verjaardag gebak wil gaan kopen komt ze wel op een hele onaangename manier aan haar eind.

Waarom nou juist dit boek? Goede vraag maar het antwoord is makkelijk. Het is een heel realistisch verhaal er zit zelfs een kern van waarheid in. Het boek is zowel voor jongens als voor meisjes interessant want voor de jongens zit er een achtergrond van de tweede wereldoorlog in. Gevoelens spelen ook een grote rol, wat voor de meisjes ook interessant is. Het boek wordt vanuit verschillende perspectieven geschreven waardoor het boek leuk blijft om te lezen. Het verhaal krijgt iedere keer weer een andere wending.

Is het boek wel wat voor mij? Als je de jeugdliteratuur achter je wilt laten liggen, en je de kinderboeken een beetje zat bent, kies dat voor dit boek. Er komen van allerlei gevoelens en emoties bij kijken. Het taalgebruik is niet moeilijk. De bouw van het boek is wel wat moeilijk te volgen maar het is te doen. Dus als jij denkt "Het lijkt mij wel wat" sprint dat nu naar de schoolbibliotheek of de plaatselijke bibliotheek bij jou in de buurt en leen hem vandaag nog. Als je twijfelt ‘There’s only one way to find out’ en dat is gewoon om hem te lezen en je zal zien dat je het een topper vindt.

Personen:
De hoofdpersoon is natuurlijk Frieda Borgstein. De dag dat het verhaal zich afspeelt is een dag voor haar vijfentachtigste verjaardag. Een gezin heeft ze niet meer. Haar man en twee kinderen zijn in de tweede wereldoorlog opgepakt en afgevoerd naar een concentratiekamp. Vroeger is ze boekhoudster geweest. Getallen imponeren haar ook erg. Zse is daarom ook altijd op tijd.Ze woonde de laatste tijd van haar leven in een bejaardentehuis. Ze heeft daar weinig mensen waar ze goed mee kan opschieten. De enige is eigenlijk Ben Abels. Hij heeft in de tweede wereldoorlog in een concentratiekamp gezeten. In de tweede wereldoorlog zou Hein Kessels de familie Borgstein naar Zwitserland brengen. Maar in plaats van dat Hein kwam, kwam de SD. Frieda kon dus niet goed met hem opschieten. Ze dacht dat hij haar erin had geluisd. Ik kan niet goed zeggen of ik Frieda sympathiek vind of niet. Dat komt omdat Frieda zich erg van andere mensen afhoudt en ook geen extreme meningen vormt. Ze heeft natuurlijk gelijk dat ze boos is op Kessels want in haar ogen was het een val. Ben Abels lijkt mij wel een sympathieke man omdat hij Frieda erg heeft gesteund met haar grote verlies. Hij stond natuurlijk het dichtste bij haar. Dus kon hij haar ook het beste helpen. Abels is volgens mij ook de gene die om haar geeft en die meteen naar buiten spoedt als er ontdekt wordt dat er iets met Frieda aan de hand is.

Ik kan mezelf niet echt terugvinden in een persoon uit het boek en dat komt ook omdat het mensen zijn uit een compleet andere generatie die er hele andere ideeën en opvattingen op na houden dan ik. En zij zijn ook met hele andere dingen bezig dan waar ik me mee bezig hou. De enige waar ik me een beetje mee kan vergelijken is Frieda want die heeft enorme schuldgevoelens en ik weet zeker dat als ik hetzelfde mee zou maken dat ik ook enorme schuldgevoelens zou hebben.

Recensie:
Volgens de schrijver van de recensie is alles in het boek gebaseerd op het toeval. Er zijn allemaal kleine dingetjes met hele grote gevolgen. Ik had niet gedacht dat er zoveel toevalligheden in stonden als dat de schrijver er genoemd heeft. Ik vind het ook wel opvallend dat het ongeluk, van Frieda die in de put gevallen is, echt gebeurd is. De vrouw die daar in de put gevallen was, was de moeder van Lotte. Oftewel de enige overlevende van de familie. De schrijver zegt dat het hem opvalt dat er in het boek erg weinig over de hoofdpersoon verteld wordt. Daar ben ik het wel mee eens want ik vond het ook best wel moeilijk om informatie over de belangrijkste persoon te geven in de vorige keuzeopdracht en dat kwam voornamelijk omdat in het boek ook gewoon heel weinig informatie en feiten over Frieda gegeven worden.