|
Terug naar Vakkenhoek: Nederlands Home Page: www.wjsn.nl |
|
BEATRIJS
P. C. Boutens
BRON: Literama, K.J. Van der Kerk en H.A. Poolland, Uitgeverij Van Walraven, Vaassen
Ook in onze tijd heeft het Beatrijs-motief de schrijvers aangetrokken. In 1908 verscheen van
P.C. Boutens het strofische gedicht Beatrijs, in 1918 van Felix Rutten het drama
Beatrijs, en in 1924 van Herman Teirlinck het drama Ik dien.
Het gedicht van Boutens is opgebouwd uit vierregelige strofen. Het vertelt van zuster
Beatrijs,
Ze is kosteres in het klooster. De andere nonnen zijn zeer ijverig in het vasten en ze bidden
om een sprankje licht in "heur donkre dal van smart". Voor Beatrijs is het leven echter zo
vreugdevol, dat het haar is, alsof, "heur leven zelf bewoog in de straten van Gods lichte
stad".
Op een vroege ochtend in mei trekt ze het klooster uit en buiten het dorp ontmoet ze een
ridder. Ze ziet hem aan, maar
Van schrik keert ze naar het klooster terug en hervat haar werk, nu echter zonder vreugde. Geen van de andere zusters bemerkt evenwel haar smart. Wel echter Onze Lieve-Vrouw,
Op een avond begeeft ze zich weer buiten het klooster; ze verneemt een kreet van een ziel in
nood. Ze gaat terug naar Maria en zegt haar, dat ze nu zeker weet, dat ze weg moet. Aan de
voet van het beeld legt ze haar sleutelbos, rozenkrans en pij. Uit haar cel haalt ze de
sprei, die ze als mantel omslaat. Ze neemt afscheid van Maria en trekt weg, "naar 't hart
dat om haar leed".
Zodra Beatrijs verdwenen is, begint het Maria-beeld te leven. Ze zet het Kindje van haar arm,
trekt Beatrijs' pij aan en verricht het eenvoudige werk van de non. 's Morgens bemerken de
nonnen wel, dat het Mariabeeld verdwenen is, maar dat Maria de taak vervult van Beatrijs, weet
niemand.
Vele jaren blijft Beatrijs weg, maar dan weet ze, dat haar werelds werk verricht is. Het is
haar alsof Maria haar naar haar oude cel terugroept. Ze slaat de sprei om en trekt naar het
klooster. De poort gaat bij de eerste klop open, in de hal staat weer het Mariabeeld, omgeven
door een wonder licht. Maria belooft haar te zullen zwijgen. Voor het beeld liggen de pij
en de sleutels. De teruggekeerde slaat de witte pij om, neemt de sleutelbos en sluit de
poort. Ze bidt een uur lang voor het beeld van Maria, daarna keert ze terug naar haar cel.
's Morgens heerst er grote vreugde in het klooster: het Maria-beeld is weergekeerd. Geen van
de zusters weet echter, wat er is geschied. Beatrijs verricht haar eenvoudige werk weer even
blij als vroeger; het leven is haar een vreugde.
Na jaren sterft zuster Beatrijs. Korte tijd na haar begrafenis komt er een grijze pelgrim in
het klooster, die vraagt of hij begraven mag worden naast Beatrijs.
Hij vertelt zijn verhaal aan de zusters, "en toen verstonden zij". Boutens heeft deze legende
zeer sober verhaald in een typisch gestileerd Nederlands. De M.E.-se legende is geschreven
vanuit een katholiek levensbesef. Dit is bij Boutens niet het geval. Hij is van huis uit
calvinist en in zijn werk leren we hem kennen als iemand, die platonisch denkt.
Opmerking:
Gebruik is gemaakt van de eenenveertigste druk, verschenen bij C.A.J. van Dishoeck te Bussum,
1951.
Opdracht:
Ga na welke verschillen er bestaan tussen de M.E.-se Beatrijs en die van Boutens.
Vraag: Hoe luidt de opdracht bij het gedicht ?