Wat is Cultuur?
Psychologie
Management en Organisatie

Home Page: www.wjsn.nl

De Frankfurter Buchmesse heeft als "Schwerpunkt" Arabische literatuur. De Arabische wereld in haar geheel produceerde in 1996 slechts tweeduizend literaire boeken, zo wees een onderzoeksrapport uit. Maar de voor de hand liggende conclusie dat in het Midden-Oosten literatuur een geringe status geniet behoeft nuancering.
DOOR: Maurits Berger
BRON: VPRO Gids, nr. 41, 2004


Arabieren vinden lezen asociaal

Mijn ervaringen met cultuur, met name de leescultuur, in het Midden-Oosten stroken niet met wat de cijfers daarover zeggen. En de cijfers zijn niet mals. Sla het Arab Human Development Report van 2003 er maar op na. In 1996 werden in de 22 Arabische landen gezamenlijk slechts een kleine tweeduizend literaire boeken gepubliceerd. Als er van een boek meer dan vijfduizend exemplaren verkocht zijn, op een totale Arabische bevolking van 270 miljoen Arabieren, dan is het een bestseller.
Met vertalingen van buitenlandse boeken en literatuur is het nog triester gesteld - in het Report wordt de vergelijking gemaakt dat het totaal aantal boeken dat in de Arabische wereld in de afgelopen tien eeuwen is vertaald gelijk is aan het aantal vertalingen dat Spanje in een jaar publiceert.
Schokkend, dramatisch, hemeltergend. Zijn al die Arabieren dan culturele barbaren? Je zou het bijna denken. En toch... mijn ervaring in het Midden-Oosten is juist dat iedereen daar graag en veel over cultuur spreekt. En niet cultuur van het verheven, esoterische soort, maar heel alledaags. Arabieren raken snel in vervoering als ze spreken over literatuur of poëzie. Ik heb het zelfs ingevoerd als motto toen ik er werkte als journalist: Begin te spreken over politiek, en je eindigt nergens. Begin over cultuur, en weldra zit je in een diep gesprek over politiek.
Het lijkt vooral een kwestie van perspectief te zijn. Het Westen heeft namelijk een schriftcultuur. Dat lijkt een open deur, maar vanuit hedendaags Arabisch perspectief is het een opvallend verschijnsel. Niet alleen is ons dagelijks leven gebaseerd op documenten (vraag maar na bij alle immigranten die hun toevlucht moeten zoeken tot het vervalsen van identiteitsbewijzen om hun bestaan te bewijzen), en communiceren we bij voorkeur via schriftelijke tekens (niet alleen e-mail en interne memo's, ook het veelvoud aan signaal-, verbods-, reclame- en verkeersborden), maar we lezen ons ook nog eens suf (de dagelijkse stapel in de in-box, vakliteratuur, kranten, lekker blaadje in de trein, en een "goed boek").
Wij lezen wat af. Arabieren niet. De conclusie is dan snel getrokken dat het met cultuur in de Arabische wereld slecht is gesteld. Het antwoord van de 28-jarige gynaecologe Ranja uit Caïro is illustratief voor de meeste Arabieren en lijkt dat te bevestigen: 'Ik ben niet zo geïnteresseerd in cultuur. Als ik om drie uur uit mijn werk kom, heb ik het veel te druk met mijn familie en vrienden.' Maar gaan ze dan niet samen naar een voorstelling? Ze lacht verlegen. 'Nou, nee. We zitten samen, kletsen wat, eten, gaan uit. Lezen? Ze schudt het hoofd.
Hoe meer Arabieren ik hierover heb gesproken, hoe meer ik mij realiseer dat het woord "cultuur" verwarring zaait. Een westerling doelt daarmee op concerten, festivals en exposities, op het lezen van een boek of het luisteren naar muziek. Maar dat komt in de Arabische wereld sporadisch voor. Niet omdat Arabieren niet cultureel zijn, maar hun cultuur wordt anders beleefd. Zij hebben een "samenzijn"-cultuur. Sociale omgang en met elkaar spreken is verheven tot een kunstvorm. Bijna alle westerse vormen van genieten van kunst zijn daarentegen een individuele aangelegenheid: het lezen van een boek, het bekijken van een schilderij, het beluisteren van muziek. Vaak is dit omgeven door een gewijde stilte - kletsen tijdens een concert is taboe, lezers stoor je niet, in musea fluister je.
Dat is ook een reden dat er zo weinig wordt gelezen. Lezen is immers asociaal. Niet asociaal in de zin van slecht en afkeurenswaardig, maar letterlijk: niet-sociaal. Het genot van het wegduiken in een verhaal betekent per definitie dat de lezer zich afsluit van zijn omgeving en in zijn eigen wereld gaat zitten. In het Westen is het openslaan van een boek een heel duidelijk sociaal signaal: sorry, ik ben er even niet. Wij gaan ervan uit dat iemand die leest niet gestoord wenst te worden. Afgezien van het toilet is er geen betere vorm van privacy dan tussen de twee kaften van een boek.
Hoe anders is dat in de Arabische wereld. Ik heb het opgegeven om de lange wachttijden op trein- of busstations te doden met het lezen van een boek. Onmiddellijk komen er mensen die allervriendelijkst vragen of alles goed is. Stug blijven doorlezen lijkt hen alleen maar te sterken in de behoefte door de opgetrokken muren van de leeswereld heen te breken. Dat is geen kwade wil. Het is bezorgdheid: och, die arme, zit daar helemaal alleen zonder aanspraak, gaat alles wel goed?
Ooit had de Arabische wereld een rijke traditie aan verhalenvertellers. Bijna ieder koffiehuis had een vaste verteller - dat trok luisteraars aan, en betekende een goede omzet. Vaak werd een oud epos in feuilletonvorm verteld. Paul Mattar, een Libanees die zo nu en dan in zijn kleine theater in Beiroet bijeenkomsten van verhalenvertellers organiseert, herinnerde zich nog hoe hij in de jaren '6o een stokoude verteller in Zuid-Libanon had gehoord die het Arabische heldenepos van Antar voordroeg. 'Het café was verdeeld in voor- en tegenstanders van de held. De kunst van het vertellen was dat beide kampen afwisselend de gelegenheid kregen om te juichen.'
Tegenwoordig is deze traditie vervangen door de televisie. Maar ook hier kruipt het bloed waar het niet gaan kan. De razend populaire soapseries, musalsals, zijn kwalitatief vaak van hoog niveau. Dat geldt voor het verhaal en het acteertalent, maar vooral voor de onderwerpen die tussen de regels door - de censuur kijkt immers mee - aan de orde komen. Ook hier geldt dat men politiek bedrijft via cultuur.
Een enkeling, zoals de Egyptisch Sherine Al Ansari, probeert de oude traditie van verhalen vertellen nieuw leven in te blazen. En met succes. Haar voorstellingen, waarin zij met simpele attributen - een lap stof, een stok, een kist - de verhalen van Duizend-en-één nacht vertelt, worden enthousiast ontvangen. Met name wanneer ze optreedt in een volkswijk leeft het publiek intens mee: 'Nee! Verschrikkelijk, die arme vrouw!' 'Wat, een boef! "Allah! Het toch wat!'
De eenvoudige Egyptenaren die komen kijken mogen met open mond zitten luisteren, de welgestelden zijn niet altijd zo te spreken over haar voorstellingen. 'Mijn simpele aanpak vinden ze maar niets' vertelde Sherine meewarig. 'Waarom op blote voeten? vragen ze. Waarom geen lichteffecten en geluidsversterking?' Sherine schudde het hoofd. 'Hun grootste probleem is dat ik voor buitenlanders het beeld zou bevestigen dat wij Egyptenaren niet modern zijn.'
Het is opvallend dat Arabieren, gevraagd naar hun cultuur, nooit zullen refereren aan verhalen of poëzie, terwijl dat de essentiële vorm van Arabische cultuur is. De reden is dat 'cultuur' nog altijd wordt gezien in de westerse zin van het woord, namelijk als hoogstaand en verheven' en omgeven door gepaste eerbied. Dat is nu juist wat er niet gebeurt met poëzie en verhalen. Die moeten gedeeld worden met anderen, moeten voorgedragen en gezongen worden, thuis bij de familie of tijdens een uitje met de vrienden. En dat gaat gepaard met gelach en commentaar, met grappen en lawaai. Op opnames van de diva Umm Kalthoum, die gedichten van meer dan vijftienhonderd jaar oud zingt, hoor je hoe het publiek luidkeels reageert op een mooie dichtregel, of op de snik in de stem van de zangeres wanneer zij het gebroken hart van de held bezingt.

Ik ken weinig Arabieren die lezen, en nog minder die schrijven. Maar ik moet de Arabier nog tegenkomen die niet tientallen gedichten en liederen uit het hoofd kent, of die niet zelf weleens een gedicht heeft gemaakt. Iedereen, man of vrouw, uit de sloppenwijken of van de rijke aristocratie, belezen of onbelezen, alfabeet of niet, heeft weleens een liefdesgedicht gemaakt. Sommigen schrijven het op, de meesten declameren het in hun sjilla, de vriendenkring, en vaak zullen ze er met de trommel, de tabla, een muzikale versie van maken.
Zou dat ook de reden zijn dat de functie van boeken in de Arabische wereld is teruggebracht tot die van informatieoverdrager? Ik vermoed van wel. De meeste boeken zijn zware kost: geschiedenis, filosofie, wetenschappen. Niet het soort verhaal dat je op je nachtkastje legt. Dit zijn boeken die je niet leest, maar die dienen als studiemateriaal. Nu gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat deze literatuur nog stamt uit de jaren '6o, toen zelfbenoemde 'intellectuelen' zwaar rokend in cafeetjes elkaar met Hegel, Marx en Engels om de oren sloegen.
Deze socialistische literatuur is inmiddels vervangen door islamitische. Moslimgeleerden publiceren van alles over de juiste levenswandel van de moderne moslim. Maar de meeste boeken zijn herdrukken van theologische standaardwerken uit vervlogen tijden. Niet bepaald het soort lectuur met een cultureel-artistieke ambitie of met een ontspannend oogmerk. De enige uitzondering hierop is het kinderboek. Dit relatief onbekende verschijnsel in de Arabische wereld is een dankbare manier om de religie en geschiedenis van de islam al op jonge leeftijd verhalenderwijs over te brengen.
Dat het boek niet al te lichtvoetig mag zijn, gold tot voor kort zelfs voor vertaalde westerse literatuur. Het waren altijd de zwaargewichten die werden vertaald: Voltaire, Proust, Goethe, Balzac. Zonder meer verheven literatuur, maar niet de meest toegankelijke introductie tot de Europese literaire wereld. Inmiddels heeft de - overigens zeer beperkte - Arabische vertaalmarkt de Zuid-Amerikaanse literatuur ontdekt, en Márquez en Allende blijken enorm aan te slaan bij de jeugd. 'Dat herkennen wij tenminste,' zei een middelbareschoolleerlinge uit Damascus tijdens de jaarlijkse boekenbeurs. 'Het zijn mooie verhalen, en die familiedrama's zijn net als bij ons.' Maar ze legde het boek van Vargas Llosa sip weer terug in het rek - vijf euro was te duur.
De gebrekkige leescultuur in de Arabische wereld is niet alleen te wijten aan een andere beleving van cultuur en literatuur. Veel Arabieren kunnen niet lezen en mogen niet lezen. Laten we de cijfers er maar weer eens bij halen. Meer dan eenderde van de Arabische volwassenen is ongeletterd (een kwart van de mannen, de helft van de vrouwen). En voor diegenen die wel kunnen lezen zijn de Arabische overheden zo vriendelijk de boeken te censureren. De striktheid van de censuur wisselt per land, maar de toegang tot het enorme Arabische lezerspubliek - Arabieren spreken verschillende dialecten maar lezen allemaal dezelfde taal wordt gefragmenteerd doordat een uitgever de toestemming van tweeëntwintig censors nodig heeft als hij een boek in één keer op de Arabische markt zou willen uitbrengen. En wanneer een uitgever die moeite zou nemen, is het nog maar de vraag wat er van het boek is overgebleven nadat er tweeëntwintig rode pennen doorheen zijn gegaan... Nee, dan is het beter om de verhalen en gedichten maar in het hoofd te bewaren. Daar kan niemand aankomen, het is goedkoper, en je hebt er meer plezier van.

Dit artikel is een bewerking van "Lezen is asociaal. De leescultuur in het Midden-Oosten" dat in juni 2004 verscheen in het tijdschrift Armada

De auteur is arabist en jurist, auteur van "Islam onder mijn huid" en "Islam is een sinaasappel", en is thans verbonden aan instituut Clingendael