Terug naar Educatiehoek
BRON: Samenwijs, jg 14, nr. 3, Rotterdam, november 1993
[ NOTA BENE: Uit (nog) niet gepubliceerd onderzoek op basis van hetzelfde data-materiaal blijkt, dat het "beeld" voor leerlingen met hoog/hoger geschoolde ouders er geheel anders uit ziet. Deze "Tweetalige" leerlingen scoren (significant) hoger dan anderen. ]
Nederlands als tweede taal: moeilijk voor
allochtone en autochtone leerlingen.
W. Jansen Heijtmajer en P. Creemers.
Aan onderwijsachterstanden in combinatie met 'tweetaligheid' wordt de laatste tijd veel aandacht besteed. Met 'tweetaligheid' wordt gedoeld op het verschijnsel dat ouders en leerlingen in de thuissituatie een andere taal, streektaal of dialect gebruiken dan de voertaal in het onderwijs.
Achterstanden van allochtone leerlingen hangen samen met tweetaligheid (Veen & Robijns, 1993; Min. van 0. & W., 1992). Het gaat hierbij zowel om taalachterstanden in de tweede taal (Nederlands) als om de taalvaardigheid van de 'eerste taal' (Narain & Verhoeven, 1993)
Er is en wordt echter weinig aandacht geschonken aan de mogelijkheid dat tweetaligheid ook bij autochtonen tot onderwijsachterstanden leidt. Slechts af en toe treft men publikaties aan over dialecten en streektalen (Bouchard Ryan, 1979; Stijnen & Vallen, 1981; Postma, 1993; Bastianen, 1993; De Jong & Riemersma, 1993). Tweetaligheid onder autochtone leerlingen blijkt ook samen te gaan met onderwijsachterstanden. Indien leerlingen in het basisonderwijs echter het eigen dialect (Stijnen & Vallen, 1981) of de eigen taal (De Jong & Riemersma, 1993) mogen en kunnen gebruiken worden geen of nauwelijks achterstanden meer aangetroffen.
In dit artikel wordt de relatie tussen onderwijsachterstanden en tweetaligheid bekeken. Hierbij gaat het zowel om niet-Nederlandstalige allochtonen als om dialectsprekende en Friestalige autochtonen.
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van data-materiaal uit het cohort-onderzoek 1989 (VOCL'89) van het CBS. De aantallen allochtone en autochtone tweetaligen in de steekproef zijn betrekkelijk klein, zodat alleen aan grote verschillen tussen groepen betekenis mag worden toegekend.
De leerlingen die deel uitmaken van het cohortonderzoek 1989 startten allen in september 1989 in het eerste leerjaar van het voortgezet onderwijs (CBS, 1991). Omdat achterstanden te maken kunnen hebben met de verblijfsduur in Nederland en in het Nederlandse basisonderwijs, maar ook met eerder opgelopen vertraging en het opleidingsniveau van de ouders (zie onder meer CBS, 1991) worden alleen gegevens gebruikt die betrekking hebben op:
Onderscheid allochtonen en autochtonen
De leerlingen worden onderscheiden naar herkomst (geboorteland ouders) en taal (gebruik van Nederlands in de thuissituatie). Aldus wordt een onderscheid gemaakt tussen allochtone en autochtone tweetaligen. Binnen de bedoelde twee groepen worden subgroepen onderscheiden. De onderscheiden groepen van tweetaligen worden vergeleken met een groep leerlingen bestaande uit autochtone Nederlandstaligen. Uiteindelijk resulteren onderstaande hoofdgroepen:
De groepen B en C zijn niet gelijk verdeeld over regio's. Leerlingen uit groep B zijn afkomstig uit 1) Groningen en Drenthe, 2) Friesland, 3) Twente en 4) Limburg en dan met name uit de plattelandsgemeenten. Groep C daarentegen is oververtegenwoordigd in en rond de grote steden (Rijnmond, delen van Noord en Zuid Holland, Utrecht, Noord Brabant West en de grote steden in Twente). Enkele leerlingen uit groep B werden uit het bestand verwijderd. Het gaat om leerlingen met een achternaam, die verwijst naar allochtone herkomst (Turkije en Marokko). Ook binnen hier niet genoemde regio's komen nog enkele niet-Nederlands sprekenden voor. Deze kleine groep werd niet meegenomen bij de berekeningen. De diverse verdelingen over de zogenaamde onderwijsgebieden worden gepresenteerd in bijlage 1.
Operationalisatie
Prestaties tijdens en voorafgaande aan de overgang naar het voortgezet onderwijs worden als volgt geoperationaliseerd:
De prestaties in het voortgezet onderwijs worden uitgedrukt in givonscores (CBS, 1991; zie voor specificaties bijlage 2). De operationalisatie is onderstaande:
Resultaten onderzoek
In de verschillende tabellen worden de gegevens gepresenteerd die uit het onderzoek resulteren.
Tabel 1 heeft betrekking op de resultaten van de autochtone en allochtone tweetaligen ten opzichte van die van autochtone Nederlandstaligen. In de tabel staan de gemiddelde scores voor de diverse variabelen (zie: operationalisatie).
De centrale conclusie is dat de prestaties van alle anderstalige leerlingen in het basisonderwijs achterblijven bij die van de Nederlandstaligen, maar dat deze achterstand in het voortgezet onderwijs door de allochtonen wordt ingelopen.
Tabel 1. Gemiddelden van de variabelen voor de onderscheiden groepen.
--------------------------------------------------------------------------------------- Variabelen Autochtone Autochtone Allochtone w.o. in Ned. Ned. taligen tweetaligen tweetaligen geboren --------------------------------------------------------------------------------------- verblijfsduur in Nederland 12,8 12,8 11,8- 12,7 verblijfsduur in basisonderwijs 6,3 6,3 6,5+ 6,4 score toets taal 10,1 8,6- 9,0- 9,6 score toets rekenen 9,0 7,3- 8,4 9,1 score toets informatie 10,0 8,7- 9,0- 9,4 voltooid niveau na 1 jaar 37,3 36,9 37,2 37,5 voltooid niveau na 2 jaar 42,2 41,4- 42,1 42,7 voltooid niveau. na 3 jaar 46,7 45,5- 46,5 47,2 onderwijspositie. na 4 jaar 52,2 50,8 52,6 53,4 Aantal (N) 1026 145 205 115 ---------------------------------------------------------------------------------------
N.B. Met behulp van '-' en '+' worden de significante verschillen t.o.v. autochtone Nederlandstaligen aangegeven; significantieniveau = 0.01.
Allochtone tweetalige leerlingen
De allochtone leerlingen verbleven significant korter in Nederland dan de anderen. Hun schoolprestaties in het basisonderwijs, te weten de verblijfsduur in het basisonderwijs en de toets-resultaten blijven achter bij die van de autochtone Nederlandstaligen.
De door allochtone tweetaligen (in het voortgezet onderwijs) bereikte niveaus zijn vrijwel gelijk aan die van de autochtone Nederlandstalige leerlingen. Er was met andere woorden in het voortgezet onderwijs geen sprake meer van achterstanden van de allochtone tweetaligen.
Vooral de positie van de in Nederland geboren allochtone tweetaligen is relatief goed. De door hen behaalde scores op de CITO-toetsen zijn vrijwel gelijk aan die van de autochtone Nederlandstalige leerlingen. De niveaus die zij in het voortgezet onderwijs wisten te bereiken liggen zelfs iets boven die van de autochtone Nederlandstalige leerlingen, hoewel het niet gaat om significante verschillen (zie tabel 2).
Tabel 2. Gemiddelden van de door allochtonen behaalde niveaus t.o.v. het niveau dat autochtone Nederlandstaligen na 1 jaar hebben bereikt.
----------------------------------------------------------------------
Variabelen Autochtone Allochtonen In Ned. geboren
Ned.taligen allochtonen
----------------------------------------------------------------------
voltooid niveau na 1 jaar 100* 100 101
voltooid niveau na 2 jaar 113 113 115
voltooid niveau na 3 jaar 125 125 127
onderwijspositie na 4 jaar 140 141 143
Aantal (N) 1026 205 115
----------------------------------------------------------------------
*) Behaald GIVON-niveau = 37,3; t.b.v. vergelijking (in de tijd) op 100 gesteld
Autochtone tweetalige leerlingen
Opvallend zijn vooral de achterblijvende schoolprestaties van de autochtone tweetalige leerlingen. Hun prestaties zijn significant minder dan die van alle andere leerlingen. Dat geldt voor de toetsresultaten en voor bereikte niveaus na twee en na drie jaren. Een nadere differentiatie binnen deze groep geeft tabel 3.
Tabel 3. Gemiddelden van de variabelen voor de autochtone tweetaligen t.o.v. die van autochtone Nederlandstaligen.
--------------------------------------------------------------------------------
Variabelen Neder- Twee- Twee- Twee- Twee-
lands- taligen taligen taligen taligen
taligen Drenthe en Fries- Twente Limburg
Groningen land
--------------------------------------------------------------------------------
Verblijfsduur basisonderwijs 6,3 6,4 6,3 6,2 6,4
score toets taal 10,1 8,0- 8,7 8,3 9,1
score toets rekenen 9,0 6,3- 7,7 6,3- 8,1
score toets informatie 10,0 8,1 8,8 8,1- 9,2
voltooid niveau na 1 jaar 37,3 37,2 37,2 36,8 36,7
voltooid niveau na 2 jaar 42,2 41,7 41,8 41,1 41,1
voltooid niveau na 3 jaar 46,7 46,1 46,0 45,3 45,0
onderwijspositie na 4 jaar 52,2 51,3 51,5 50,3- 50,5
Aantal (N) 1026 28 33 32 52
--------------------------------------------------------------------------------
N.B. Met behulp van de symbolen '-' en '+' worden de significante verschillen tussen de gemiddelden aangegeven ten opzichte van die van de autochtone Nederlandstaligen; significantie-niveau = 0.01
Van de autochtone tweetaligen behaalden de Limburgse leerlingen de beste prestaties in en vlak na het basisonderwijs, gelet op de door hen behaalde toetsresultaten. Zij worden op de voet gevolgd door de leerlingen uit Friesland. De toetsresultaten zijn echter erg laag ten opzichte van de Nederlandstaligen. Zij liggen ook onder het niveau dat de allochtone leerlingen behaalden. Alleen de leerlingen uit Limburg behaalden een iets betere score dan de allochtonen op de toetsen voor taal en informatie-verwerking.
De situatie in het voortgezet onderwijs geeft een vergelijkbaar beeld. De autochtone tweetalige leerlingen behaalden de laagste niveaus zowel ten opzichte van de allochtone tweetalige leerlingen als ten aanzien van de autochtone Nederlandstalige leerlingen.
Tabel 4. Gemiddelden van de door autochtone tweetaligen behaalde niveaus t.o.v. het niveau dat autochtone Nederlandstalige leerlingen na 1 jaar hebben bereikt.
----------------------------------------------------------------------------------------
Variabelen Neder- Twee- Twee- Twee- Twee- Twee-
lands- taligen taligen taligen taligen taligen
taligen Som v.d. Drenthe Fries- Twente Limburg
Regio's Groningen land
----------------------------------------------------------------------------------------
voltooid niveau na 1 jaar 100* 99 100 100 99 98
voltooid niveau na 2 jaar 113 111 112 112 110 110
voltooid niveau na 3 jaar 125 122 124 124 122 121
onderwijs positie na 4 jaar 140 136 137 138 135 136
Aantal (N) 1026 145 28 33 32 52
----------------------------------------------------------------------------------------
*) Behaald GIVON-niveau = 37,3; t.b.v. vergelijking (in de tijd) op 100 gesteld
De achterstand in het voortgezet onderwijs van de autochtone tweetaligen nam in de loop van de tijd iets toe (tabel 4). Dat blijkt niet het geval te zijn bij de allochtone leerlingen (tabel 2).
Denkbaar is dat de achterstanden van de autochtone niet-Nederlandstaligen in werkelijkheid worden veroorzaakt doordat ze in regio's wonen, waar alle leerlingen achterstanden hebben. Dat blijkt echter slechts zeer beperkt het geval. De autochtone tweetalige leerlingen zijn afkomstig uit vier regio's. Tabel 5 geeft een vergelijking tussen de prestaties van autochtone Nederlands-talige en autochtone tweetalige leerlingen uit dezelfde regio's .
De autochtone tweetaligen hadden allen een achterstand, gelet op de bereikte niveaus na 2, 3 en 4 jaren, t.o.v. de autochtone Nederlandstaligen uit dezelfde regio's (deels afkomstig van dezelfde scholen).
Alleen de autochtone tweetalige leerlingen uit Limburg verschillen t.a.v. het niveau na 1 jaar, maar ook t.a.v. de toetsresultaten maar nauwelijks van hun Nederlandstalige medeleerlingen. Voor de leerlingen uit de andere drie regio's geldt dat niet: de autochtone tweetaligen hadden ook hier een achterstand op hun Nederlandstalige medeleerlingen.
Tabel 5. Gemiddelden van de variabelen voor de autochtone Nederlandstalige en tweetalige leerlingen afkomstig uit dezelfde onderwijsgebieden (#)
---------------------------------------------------------------------------- Variabelen voor Totaal Drenthe en Friesland Twente Limburg autochtonen Groningen ---------------------------------------------------------------------------- Autochtone 225 57 39 70 59 Nederlandstaligen *) 100% 25% 17% 31% 26% score toets taal 9,6 9,5 9,6 10,0 9,1 score toets rekenen 8,5 8,0 8,8 9,0 7,9 score informatie 9,7 10,2 9,6 10,2 8,5 niveau na 1 jaar 37,4 37,6 37,9 37,5 36,6 niveau na 2 jaar 42,2 42,3 43,3 42,2 41,5 niveau na 3 jaar 46,7 47,1 47,7 46,9 45,7 positie na 4 jaar 52,3 52,7 53,6 52,5 50,7 Autochtone 145 28 33 32 52 Tweetaligen 100% 19% 23% 22% 36% score toets taal 8,6 8,0 8,7 8,3 9,1 score toets rekenen 7,3 6,3 7,7 6,3 8,1 score toets informatie 8,7 8,1 8,8 8,1 9,2 niveau na 1 jaar 46,9 37,2 37,2 36,8 36,7 niveau na 2 jaar 41,4 41,7 41,8 41,1 41,1 niveau na 3 jaar 45,5 46,1 46,0 45,3 45,0 positie na 4 jaar 50,8 51,3 51,5 50,3 50,5 ----------------------------------------------------------------------------
#) Onderwijsgebied Roermond e.o. is niet in de steekproef vertegenwoordigd. Met de aanduiding 'Limburg' wordt verwezen naar de onderwijsgebieden Limburg-Noord en Zuid-Limburg en voor Drenthe en Groningen naar de onderwijsgebieden Assen-Hoogeveen-Emmen, Oost-Groningen en Groningen.
*) Heeft betrekking op een deel van groep van autochtone Nederlandstalige leerlingen en omvat alleen de vermelde regio's.
Conclusies
In dit artikel komt de vraag aan de orde of en in welke mate tweetaligheid samenhangt met onderwijsachterstanden. De hier gepresenteerde gegevens wijzen erop dat er bij autochtone tweetaligen in Nederland sprake is van een achterstandssituatie in het onderwijs ten opzichte van een vergelijkbare groep autochtone Nederlandstalige leerlingen. Een vergelijkbare groep allochtone tweetalige leerlingen behaalde betere schoolprestaties. Hun prestaties lagen boven die van de autochtone tweetalige leerlingen. De in Nederland geboren allochtone leerlingen deden het na ruim drie jaar voortgezet onderwijs zelfs iets beter dan de autochtone Nederlandstalige leerlingen.
Givon
De Givon (CBS, 1991; Jansen Heijtmajer 1992) is een intervalschaal met behulp waarvan de niveaus horend bij onderwijsposities kunnen worden uitgedrukt in scores, de zogenaamde givon-scores. Voor brugklassen mavo-havo, havo-vwo en dergelijke'werd het gemiddelde aangehouden. In het hieronder afgedrukte overzicht is aangegeven welke coderingen zijn gehanteerd.
Een verschil van 4 "punten" op de GIVON ten opzichte van medeleerlingen betekent voor leerlingen van het ibo/ivbo een voorspong en/of een achterstand van 1 leerjaar. Een verschil van vier punten houdt voor havo-ers een voorsprong/achterstand in t.o.v. medeleerlingen van een half jaar.
De GIVON is ontwikkeld voor de kwantificering van voltooide onderwijsposities en onderwijsniveaus, maar kan ook gebruikt worden voor de kwantificering van ingenomen onderwijsposities. Voor leerlingen die niet het tweede leerjaar van de opleidingen in het voortgezet onderwijs wisten te behalen werd als "bereikt/voltooid niveau" het voltooide (eind)niveau van het basisonderwijs aangehouden, Voor leerlingen die tenminste het tweede leerjaar van de opleidingen in het voortgezet onderwijs wisten te bereiken, werd als "bereikt/voltooid niveau" het voltooide (eind)niveau van het voorafgaande leerjaar aangehouden.
Overzicht: gebruikte givon-coderingen
---------------------------------------------------------------------------- Bereikt niveau, scores per leerjaar leerjaren van de 0 1 2 3 4 Opleidingen: ---------------------------------------------------------------------------- internationale schakelklas 32 36 40 -- -- individueel (lager) beroepsonderwijs 32 36 40 44 48 voortgezet speciaal onderwijs 32 36 40 44 48 lager beroepsonderwijs 32 37 42 47 52 lager algemeen voortgezet onderwijs 32 37 42 47 52 brugklas lbo + mavo& 32 38 43 49 54 middelbaar algemeen voortgezet onderwijs 32 38 44 50 56 basisvorming 32 38 44 50 56 middenschool 32 38 44 50 56 brugklas lbo + mavo + havo 32 38 45 51 57 brugklas mavo + havo 32 39 46 53 60 brugklas lbo + mavo + havo + vwo 32 39 47 54 61 brugklas mavo + havo + vwo 32 40 48 56 64 hoger algemeen voortgezet onderwijs 32 40 48 56 64 brugklas havo + vwo 32 41 50 59 68 voorbereidend wetenschapppelijk onderwijs 32 42 52 62 72 kmbo; middelbaar beroepsonderwijs, korte opleiding 48 55 62 62 -- middelbaar beroepsonderwijs, tussenopleiding 52 58 64 70 -- middelbaar beroepsonderwijs, lange opleiding 56 64 72 80 88 ----------------------------------------------------------------------------
Voltooide (bereikte) niveaus - incl. startniveau (0) - van de opleidingen per leerjaar; kwantificering volgens de givon. Leerjaar = 0; nog geen leerjaar in het v.o. voltooid
Geraadpleegde literatuur
Bijlage
De verdeling van leerlingen over onderwijsgebieden voor groep A, B en C
---------------------------------------------------------------- Onderwijsgebied Totaal A B C1 C2 Totaal 1376 1026 145 81 124 1 Groningen 3% 4% 4% 1% 1% 2 Oost Groningen 1% 0% 6% 0% 0% 3 Friesland 5% 4% 23% 1% 1% 4 Assen-Hoogeveen-Emmen 3% 2% 10% 0% 1% 5 Zwolle-Meppel e.o. 4% 5% 0% 0% 6% 6 Twente 9% 7% 22% 2% 19% 7 Apeldoorn, M-Ijselgebied 2% 3% 0% 1% 2% 8 Zuidelijke Achterhoek 1% 2% 0% 0% 0% 9 Arnhem e.o. 4% 4% 0% 2% 5% 10 Hardewijk-Amersfoort 3% 4% 0% 0% 1% 11 Oostelijk Maas-Waalgebied 2% 2% 0% 1% 2% 12 N-Brabant noord 5% 6% 0% 5% 5% 13 Utrecht e.o. 6% 6% 0% 12% 8% 14 N-Holland noord 1% 1% 0% 1% 3% 15 N-Holland zuid 5% 6% 0% 11% 6% 16 Z-Holland noord 7% 8% 0% 14% 3% 17 Rijnmond groot 8% 7% 0% 15% 24% 18 Dordrecht-Gorinchem 4% 5% 0% 0% 5% 19 Zeeland 2% 3% 0% 0% 1% 20 N-Brabant west 6% 6% 0% 15% 2% 21 Tilburg e.o. 4% 5% 0% 4% 3% 22 N.Brabant zuidoost 5% 6% 0% 6% 1% 23 Limburg noord 1% 0% 5% 2% 2% 25 Zuid Limburg 7% 5% 30% 5% 1% ----------------------------------------------------------------
N.B. Groep A, autochtone Nederlandstaligen
B= Groep B, autochtone tweetaligen
C = Groep C, allochtone tweetaligen uit Marokko (C1) en Turkije (C2)