Terug naar Educatiehoek

BRON: Samenwijs, jg 14, nr. 3, Rotterdam, november 1993

[ NOTA BENE: Uit (nog) niet gepubliceerd onderzoek op basis van hetzelfde data-materiaal blijkt, dat het "beeld" voor leerlingen met hoog/hoger geschoolde ouders er geheel anders uit ziet. Deze "Tweetalige" leerlingen scoren (significant) hoger dan anderen. ]

Nederlands als tweede taal: moeilijk voor allochtone en autochtone leerlingen.
W. Jansen Heijtmajer en P. Creemers.

Aan onderwijsachterstanden in combinatie met 'tweetaligheid' wordt de laatste tijd veel aandacht besteed. Met 'tweetaligheid' wordt gedoeld op het verschijnsel dat ouders en leerlingen in de thuissituatie een andere taal, streektaal of dialect gebruiken dan de voertaal in het onderwijs.

Achterstanden van allochtone leerlingen hangen samen met tweetaligheid (Veen & Robijns, 1993; Min. van 0. & W., 1992). Het gaat hierbij zowel om taalachterstanden in de tweede taal (Nederlands) als om de taalvaardigheid van de 'eerste taal' (Narain & Verhoeven, 1993)

Er is en wordt echter weinig aandacht geschonken aan de mogelijkheid dat tweetaligheid ook bij autochtonen tot onderwijsachterstanden leidt. Slechts af en toe treft men publikaties aan over dialecten en streektalen (Bouchard Ryan, 1979; Stijnen & Vallen, 1981; Postma, 1993; Bastianen, 1993; De Jong & Riemersma, 1993). Tweetaligheid onder autochtone leerlingen blijkt ook samen te gaan met onderwijsachterstanden. Indien leerlingen in het basisonderwijs echter het eigen dialect (Stijnen & Vallen, 1981) of de eigen taal (De Jong & Riemersma, 1993) mogen en kunnen gebruiken worden geen of nauwelijks achterstanden meer aangetroffen.

In dit artikel wordt de relatie tussen onderwijsachterstanden en tweetaligheid bekeken. Hierbij gaat het zowel om niet-Nederlandstalige allochtonen als om dialectsprekende en Friestalige autochtonen.

Hiervoor wordt gebruik gemaakt van data-materiaal uit het cohort-onderzoek 1989 (VOCL'89) van het CBS. De aantallen allochtone en autochtone tweetaligen in de steekproef zijn betrekkelijk klein, zodat alleen aan grote verschillen tussen groepen betekenis mag worden toegekend.

De leerlingen die deel uitmaken van het cohortonderzoek 1989 startten allen in september 1989 in het eerste leerjaar van het voortgezet onderwijs (CBS, 1991). Omdat achterstanden te maken kunnen hebben met de verblijfsduur in Nederland en in het Nederlandse basisonderwijs, maar ook met eerder opgelopen vertraging en het opleidingsniveau van de ouders (zie onder meer CBS, 1991) worden alleen gegevens gebruikt die betrekking hebben op:

  1. Leerlingen die in Nederland de basisschool doorliepen
  2. Leerlingen die onvertraagd, dat wil zeggen op zesjarige leeftijd, groep 3 van het basisonderwijs instroomden
  3. Leerlingen die in september 1989 vanuit het basisonderwijs direct doorstroomden in het voortgezet onderwijs
  4. Leerlingen van wie de ouder(s)/verzorger(s) geen diploma hebben behaald na het lager onderwijs.

Onderscheid allochtonen en autochtonen

De leerlingen worden onderscheiden naar herkomst (geboorteland ouders) en taal (gebruik van Nederlands in de thuissituatie). Aldus wordt een onderscheid gemaakt tussen allochtone en autochtone tweetaligen. Binnen de bedoelde twee groepen worden subgroepen onderscheiden. De onderscheiden groepen van tweetaligen worden vergeleken met een groep leerlingen bestaande uit autochtone Nederlandstaligen. Uiteindelijk resulteren onderstaande hoofdgroepen:

De groepen B en C zijn niet gelijk verdeeld over regio's. Leerlingen uit groep B zijn afkomstig uit 1) Groningen en Drenthe, 2) Friesland, 3) Twente en 4) Limburg en dan met name uit de plattelandsgemeenten. Groep C daarentegen is oververtegenwoordigd in en rond de grote steden (Rijnmond, delen van Noord en Zuid Holland, Utrecht, Noord Brabant West en de grote steden in Twente). Enkele leerlingen uit groep B werden uit het bestand verwijderd. Het gaat om leerlingen met een achternaam, die verwijst naar allochtone herkomst (Turkije en Marokko). Ook binnen hier niet genoemde regio's komen nog enkele niet-Nederlands sprekenden voor. Deze kleine groep werd niet meegenomen bij de berekeningen. De diverse verdelingen over de zogenaamde onderwijsgebieden worden gepresenteerd in bijlage 1.

Operationalisatie

Prestaties tijdens en voorafgaande aan de overgang naar het voortgezet onderwijs worden als volgt geoperationaliseerd:

  1. Verblijfsduur in het basisonderwijs in aantal jaren
  2. Toetsresultaten. Daarbij gaat het om het aantal goede antwoorden op de afgenomen toetsen met: 20 items taal, 20 items rekenen en 20 informatie-verwerking. Dit betreft een CITO-toets afgenomen in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs.

De prestaties in het voortgezet onderwijs worden uitgedrukt in givonscores (CBS, 1991; zie voor specificaties bijlage 2). De operationalisatie is onderstaande:

  1. Voltooid niveau na 1 jaar voortgezet onderwijs
  2. Voltooid niveau na 2 jaar voortgezet onderwijs
  3. Voltooid niveau na 3 jaar voortgezet onderwijs
  4. Niveau van de onderwijspositie, die wordt ingenomen na 4 jaar. De gegevens hebben betrekking op het leerjaar waarin de leerlingen zich bevinden. De gehanteerde variabele beschrijft de situatie waarin het desbetreffende leerjaar reeds voltooid ofwel bereikt is. Met deze variabele wordt het voor betrokken leerlingen maximaal haalbare niveau na 4 jaar gegeven.

Resultaten onderzoek

In de verschillende tabellen worden de gegevens gepresenteerd die uit het onderzoek resulteren.

Tabel 1 heeft betrekking op de resultaten van de autochtone en allochtone tweetaligen ten opzichte van die van autochtone Nederlandstaligen. In de tabel staan de gemiddelde scores voor de diverse variabelen (zie: operationalisatie).

De centrale conclusie is dat de prestaties van alle anderstalige leerlingen in het basisonderwijs achterblijven bij die van de Nederlandstaligen, maar dat deze achterstand in het voortgezet onderwijs door de allochtonen wordt ingelopen.

 

Tabel 1. Gemiddelden van de variabelen voor de onderscheiden groepen.

--------------------------------------------------------------------------------------- Variabelen Autochtone Autochtone Allochtone w.o. in Ned. Ned. taligen tweetaligen tweetaligen geboren --------------------------------------------------------------------------------------- verblijfsduur in Nederland 12,8 12,8 11,8- 12,7 verblijfsduur in basisonderwijs 6,3 6,3 6,5+ 6,4 score toets taal 10,1 8,6- 9,0- 9,6 score toets rekenen 9,0 7,3- 8,4 9,1 score toets informatie 10,0 8,7- 9,0- 9,4 voltooid niveau na 1 jaar 37,3 36,9 37,2 37,5 voltooid niveau na 2 jaar 42,2 41,4- 42,1 42,7 voltooid niveau. na 3 jaar 46,7 45,5- 46,5 47,2 onderwijspositie. na 4 jaar 52,2 50,8 52,6 53,4 Aantal (N) 1026 145 205 115 ---------------------------------------------------------------------------------------

N.B. Met behulp van '-' en '+' worden de significante verschillen t.o.v. autochtone Nederlandstaligen aangegeven; significantieniveau = 0.01.

Allochtone tweetalige leerlingen

De allochtone leerlingen verbleven significant korter in Nederland dan de anderen. Hun schoolprestaties in het basisonderwijs, te weten de verblijfsduur in het basisonderwijs en de toets-resultaten blijven achter bij die van de autochtone Nederlandstaligen.

De door allochtone tweetaligen (in het voortgezet onderwijs) bereikte niveaus zijn vrijwel gelijk aan die van de autochtone Nederlandstalige leerlingen. Er was met andere woorden in het voortgezet onderwijs geen sprake meer van achterstanden van de allochtone tweetaligen.

Vooral de positie van de in Nederland geboren allochtone tweetaligen is relatief goed. De door hen behaalde scores op de CITO-toetsen zijn vrijwel gelijk aan die van de autochtone Nederlandstalige leerlingen. De niveaus die zij in het voortgezet onderwijs wisten te bereiken liggen zelfs iets boven die van de autochtone Nederlandstalige leerlingen, hoewel het niet gaat om significante verschillen (zie tabel 2).

Tabel 2. Gemiddelden van de door allochtonen behaalde niveaus t.o.v. het niveau dat autochtone Nederlandstaligen na 1 jaar hebben bereikt.

----------------------------------------------------------------------
Variabelen                 Autochtone    Allochtonen   In Ned. geboren
                           Ned.taligen                 allochtonen
----------------------------------------------------------------------
voltooid niveau na 1 jaar      100*          100            101
voltooid niveau na 2 jaar      113           113            115
voltooid niveau na 3 jaar      125           125            127
onderwijspositie na 4 jaar     140           141            143

Aantal (N)                    1026           205            115
----------------------------------------------------------------------

*) Behaald GIVON-niveau = 37,3; t.b.v. vergelijking (in de tijd) op 100 gesteld

Autochtone tweetalige leerlingen

Opvallend zijn vooral de achterblijvende schoolprestaties van de autochtone tweetalige leerlingen. Hun prestaties zijn significant minder dan die van alle andere leerlingen. Dat geldt voor de toetsresultaten en voor bereikte niveaus na twee en na drie jaren. Een nadere differentiatie binnen deze groep geeft tabel 3.

Tabel 3. Gemiddelden van de variabelen voor de autochtone tweetaligen t.o.v. die van autochtone Nederlandstaligen.

--------------------------------------------------------------------------------
Variabelen                    Neder-     Twee-       Twee-     Twee-    Twee-
                              lands-     taligen     taligen   taligen  taligen
                              taligen    Drenthe en  Fries-    Twente   Limburg
                                         Groningen   land
--------------------------------------------------------------------------------

Verblijfsduur basisonderwijs     6,3        6,4       6,3       6,2       6,4
score toets taal                10,1        8,0-      8,7       8,3       9,1
score toets rekenen              9,0        6,3-      7,7       6,3-      8,1
score toets informatie          10,0        8,1       8,8       8,1-      9,2
voltooid niveau na 1 jaar       37,3       37,2      37,2      36,8      36,7
voltooid niveau na 2 jaar       42,2       41,7      41,8      41,1      41,1
voltooid niveau na 3 jaar       46,7       46,1      46,0      45,3      45,0
onderwijspositie na 4 jaar      52,2       51,3      51,5      50,3-     50,5

Aantal (N)                      1026         28        33        32        52
--------------------------------------------------------------------------------

N.B. Met behulp van de symbolen '-' en '+' worden de significante verschillen tussen de gemiddelden aangegeven ten opzichte van die van de autochtone Nederlandstaligen; significantie-niveau = 0.01

 

Van de autochtone tweetaligen behaalden de Limburgse leerlingen de beste prestaties in en vlak na het basisonderwijs, gelet op de door hen behaalde toetsresultaten. Zij worden op de voet gevolgd door de leerlingen uit Friesland. De toetsresultaten zijn echter erg laag ten opzichte van de Nederlandstaligen. Zij liggen ook onder het niveau dat de allochtone leerlingen behaalden. Alleen de leerlingen uit Limburg behaalden een iets betere score dan de allochtonen op de toetsen voor taal en informatie-verwerking.

De situatie in het voortgezet onderwijs geeft een vergelijkbaar beeld. De autochtone tweetalige leerlingen behaalden de laagste niveaus zowel ten opzichte van de allochtone tweetalige leerlingen als ten aanzien van de autochtone Nederlandstalige leerlingen.

Tabel 4. Gemiddelden van de door autochtone tweetaligen behaalde niveaus t.o.v. het niveau dat autochtone Nederlandstalige leerlingen na 1 jaar hebben bereikt.

----------------------------------------------------------------------------------------

Variabelen                    Neder-     Twee-       Twee-     Twee-    Twee-    Twee-
                              lands-     taligen     taligen   taligen  taligen  taligen
                              taligen    Som v.d.    Drenthe   Fries-   Twente   Limburg
                                         Regio's     Groningen land
---------------------------------------------------------------------------------------- 
voltooid niveau na 1 jaar      100*         99         100      100       99       98
voltooid niveau na 2 jaar      113         111         112      112      110      110
voltooid niveau na 3 jaar      125         122         124      124      122      121
onderwijs positie na 4 jaar    140         136         137      138      135      136

Aantal (N)                    1026         145          28       33       32       52
----------------------------------------------------------------------------------------

*) Behaald GIVON-niveau = 37,3; t.b.v. vergelijking (in de tijd) op 100 gesteld

De achterstand in het voortgezet onderwijs van de autochtone tweetaligen nam in de loop van de tijd iets toe (tabel 4). Dat blijkt niet het geval te zijn bij de allochtone leerlingen (tabel 2).

Denkbaar is dat de achterstanden van de autochtone niet-Nederlandstaligen in werkelijkheid worden veroorzaakt doordat ze in regio's wonen, waar alle leerlingen achterstanden hebben. Dat blijkt echter slechts zeer beperkt het geval. De autochtone tweetalige leerlingen zijn afkomstig uit vier regio's. Tabel 5 geeft een vergelijking tussen de prestaties van autochtone Nederlands-talige en autochtone tweetalige leerlingen uit dezelfde regio's .

De autochtone tweetaligen hadden allen een achterstand, gelet op de bereikte niveaus na 2, 3 en 4 jaren, t.o.v. de autochtone Nederlandstaligen uit dezelfde regio's (deels afkomstig van dezelfde scholen).

Alleen de autochtone tweetalige leerlingen uit Limburg verschillen t.a.v. het niveau na 1 jaar, maar ook t.a.v. de toetsresultaten maar nauwelijks van hun Nederlandstalige medeleerlingen. Voor de leerlingen uit de andere drie regio's geldt dat niet: de autochtone tweetaligen hadden ook hier een achterstand op hun Nederlandstalige medeleerlingen.

Tabel 5. Gemiddelden van de variabelen voor de autochtone Nederlandstalige en tweetalige leerlingen afkomstig uit dezelfde onderwijsgebieden (#)

----------------------------------------------------------------------------
Variabelen voor              Totaal  Drenthe en   Friesland  Twente  Limburg
autochtonen                          Groningen
----------------------------------------------------------------------------
Autochtone                     225      57           39        70       59
Nederlandstaligen *)          100%     25%          17%       31%      26%

score toets taal               9,6      9,5         9,6      10,0      9,1
score toets rekenen            8,5      8,0         8,8       9,0      7,9
score informatie               9,7     10,2         9,6      10,2      8,5
niveau na 1 jaar              37,4     37,6        37,9      37,5     36,6
niveau na 2 jaar              42,2     42,3        43,3      42,2     41,5
niveau na 3 jaar              46,7     47,1        47,7      46,9     45,7
positie na 4 jaar             52,3     52,7        53,6      52,5     50,7

Autochtone                     145       28          33        32       52
Tweetaligen                   100%      19%         23%       22%      36%

score toets taal               8,6      8,0         8,7       8,3      9,1
score toets rekenen            7,3      6,3         7,7       6,3      8,1
score toets informatie         8,7      8,1         8,8       8,1      9,2
niveau na 1 jaar              46,9     37,2        37,2      36,8     36,7
niveau na 2 jaar              41,4     41,7        41,8      41,1     41,1
niveau na 3 jaar              45,5     46,1        46,0      45,3     45,0
positie na 4 jaar             50,8     51,3        51,5      50,3     50,5
----------------------------------------------------------------------------

#) Onderwijsgebied Roermond e.o. is niet in de steekproef vertegenwoordigd. Met de aanduiding 'Limburg' wordt verwezen naar de onderwijsgebieden Limburg-Noord en Zuid-Limburg en voor Drenthe en Groningen naar de onderwijsgebieden Assen-Hoogeveen-Emmen, Oost-Groningen en Groningen.

*) Heeft betrekking op een deel van groep van autochtone Nederlandstalige leerlingen en omvat alleen de vermelde regio's.

Conclusies

In dit artikel komt de vraag aan de orde of en in welke mate tweetaligheid samenhangt met onderwijsachterstanden. De hier gepresenteerde gegevens wijzen erop dat er bij autochtone tweetaligen in Nederland sprake is van een achterstandssituatie in het onderwijs ten opzichte van een vergelijkbare groep autochtone Nederlandstalige leerlingen. Een vergelijkbare groep allochtone tweetalige leerlingen behaalde betere schoolprestaties. Hun prestaties lagen boven die van de autochtone tweetalige leerlingen. De in Nederland geboren allochtone leerlingen deden het na ruim drie jaar voortgezet onderwijs zelfs iets beter dan de autochtone Nederlandstalige leerlingen.

Givon

De Givon (CBS, 1991; Jansen Heijtmajer 1992) is een intervalschaal met behulp waarvan de niveaus horend bij onderwijsposities kunnen worden uitgedrukt in scores, de zogenaamde givon-scores. Voor brugklassen mavo-havo, havo-vwo en dergelijke'werd het gemiddelde aangehouden. In het hieronder afgedrukte overzicht is aangegeven welke coderingen zijn gehanteerd.

Een verschil van 4 "punten" op de GIVON ten opzichte van medeleerlingen betekent voor leerlingen van het ibo/ivbo een voorspong en/of een achterstand van 1 leerjaar. Een verschil van vier punten houdt voor havo-ers een voorsprong/achterstand in t.o.v. medeleerlingen van een half jaar.

De GIVON is ontwikkeld voor de kwantificering van voltooide onderwijsposities en onderwijsniveaus, maar kan ook gebruikt worden voor de kwantificering van ingenomen onderwijsposities. Voor leerlingen die niet het tweede leerjaar van de opleidingen in het voortgezet onderwijs wisten te behalen werd als "bereikt/voltooid niveau" het voltooide (eind)niveau van het basisonderwijs aangehouden, Voor leerlingen die tenminste het tweede leerjaar van de opleidingen in het voortgezet onderwijs wisten te bereiken, werd als "bereikt/voltooid niveau" het voltooide (eind)niveau van het voorafgaande leerjaar aangehouden.

Overzicht: gebruikte givon-coderingen


----------------------------------------------------------------------------
Bereikt niveau, scores per leerjaar
leerjaren van de                                       0    1    2    3    4
Opleidingen:
----------------------------------------------------------------------------
internationale schakelklas                            32   36   40   --   --
individueel (lager) beroepsonderwijs                  32   36   40   44   48
voortgezet speciaal onderwijs                         32   36   40   44   48
lager beroepsonderwijs                                32   37   42   47   52
lager algemeen voortgezet onderwijs                   32   37   42   47   52
brugklas lbo + mavo&                                  32   38   43   49   54
middelbaar algemeen voortgezet onderwijs              32   38   44   50   56
basisvorming                                          32   38   44   50   56
middenschool                                          32   38   44   50   56
brugklas lbo + mavo + havo                            32   38   45   51   57
brugklas mavo + havo                                  32   39   46   53   60
brugklas lbo + mavo + havo + vwo                      32   39   47   54   61
brugklas mavo + havo + vwo                            32   40   48   56   64
hoger algemeen voortgezet onderwijs                   32   40   48   56   64
brugklas havo + vwo                                   32   41   50   59   68
voorbereidend wetenschapppelijk onderwijs             32   42   52   62   72
kmbo; middelbaar beroepsonderwijs, korte opleiding    48   55   62   62   --
middelbaar beroepsonderwijs, tussenopleiding          52   58   64   70   --
middelbaar beroepsonderwijs, lange opleiding          56   64   72   80   88
----------------------------------------------------------------------------

Voltooide (bereikte) niveaus - incl. startniveau (0) - van de opleidingen per leerjaar; kwantificering volgens de givon. Leerjaar = 0; nog geen leerjaar in het v.o. voltooid

Geraadpleegde literatuur

  • Aarts, R., Ruiter, J.J. de & Verhoeven, L (1993). Eigentaal-vaardigheid als verborgen voorspeller van schoolsucces. Vervolgadvies zou niet alleen op eindtoets basisonderwijs gebaseerd moeten zijn. Didaktief, mei 1993, pag. 14-15

  • Bastianen, K. (1 993). Het dialect pikken de kids op straat wel op. De Volkskrant, 31-7-1993

  • Bouchard Ryan,E. (1979). Why do low-prestige language vatieties penist? Giles & St. Clair (eds). Language and social psychology. Oxford

  • CBS (1991). Schoolloopbaan en achtergrond van leerlingen. Deel 1. Cohort 1989. Instroom. Den Haag: Staatsuitgeverij

  • CBS (1994). Sociaal-economische maandstatistiek, januari 1994. Achterstand van 'tweetaligen' in het onderwijs ; vooral Nederlandse tweetalige leerlingen raken in het voortgezet onderwijs verder achterop.

  • Het Financiele Dagblad (1992). Onderwijsmigranten traag uit startblokken, 28-11-1992, pag. 5

  • Hooyer, R. (1993). IQ-test nadelig voor buitenlandse kinderen. "Je zet kinderen op een zijspoor". De Gooi- en Eemlander, 3-8-1993, pag. 2

  • CBS (1991). De GIVON, de getrapte indeling naar voltooid onderwijsniveau. BPA-nr. H5072-91-S3. Heerlen

  • Jansen Heijtmajer, W. (1992). De GIVON , de getrapte indeling naar voltooid onderwijsniveau. Tijdschrift voor onderwijsresearch, pag. 217-237

  • Jong, S. de & Riemersma, A. (1993). Friestalig onderwijs schaadt Nederlands niet. Leeuwarder Courant, pag. 15, 28-9-1993

  • Meijer, R. (1992). Allemaal een achterstand. Commissie Van Kemenade negeert specifieke achtergronden allochtone leerlingen. Elsevier, 7-11-1992, pag. 30

  • Ministerie van 0. & W. (1992). Commissie Allochtone Leerlingen in het Onderwijs (1992). Ceders in de tuin. Naar een nieuwe opzet van het onderwijsbeleid voor allochtone leerlingen, Deel 1

  • Narain, G. & Verhoeven, L. (1993). Tweetaligheid ontwikkelt zich per etnische groep verschillend. De taalvaardigheid van Turkse, Antilliaanse en Marokkaanse kleuters. Didaktief, nr. 6, pag. 21-23

  • Postma, N. (1993). Fries behoedt kind soms voor speciaal onderwijs. Leeuwarder Courant, 6-7-1993

  • Stijnen, S. & Vallen, T. (1981). Dialect als onderwijsprobleem. Staatsuitgeverij. Den Haag

  • Veen, A. & Robijns, M. (1993). Molukse leerlingen blijven vaker zitten. Derde en vierde generatie kampen ook met taalachterstand. Didaktief, mei 1993, pag. 28-29

 

Bijlage

De verdeling van leerlingen over onderwijsgebieden voor groep A, B en C


----------------------------------------------------------------
Onderwijsgebied              Totaal      A      B     C1     C2
Totaal                         1376   1026    145     81    124

1 Groningen                      3%     4%     4%     1%     1%
2 Oost Groningen                 1%     0%     6%     0%     0%
3 Friesland                      5%     4%    23%     1%     1%
4 Assen-Hoogeveen-Emmen          3%     2%    10%     0%     1%
5 Zwolle-Meppel e.o.             4%     5%     0%     0%     6%
6 Twente                         9%     7%    22%     2%    19%
7 Apeldoorn, M-Ijselgebied       2%     3%     0%     1%     2%
8 Zuidelijke Achterhoek          1%     2%     0%     0%     0%
9 Arnhem e.o.                    4%     4%     0%     2%     5%
10 Hardewijk-Amersfoort          3%     4%     0%     0%     1%
11 Oostelijk Maas-Waalgebied     2%     2%     0%     1%     2%
12 N-Brabant noord               5%     6%     0%     5%     5%
13 Utrecht e.o.                  6%     6%     0%    12%     8%
14 N-Holland noord               1%     1%     0%     1%     3%
15 N-Holland zuid                5%     6%     0%    11%     6%
16 Z-Holland noord               7%     8%     0%    14%     3%
17 Rijnmond groot                8%     7%     0%    15%    24%
18 Dordrecht-Gorinchem           4%     5%     0%     0%     5%
19 Zeeland                       2%     3%     0%     0%     1%
20 N-Brabant west                6%     6%     0%    15%     2%
21 Tilburg e.o.                  4%     5%     0%     4%     3%
22 N.Brabant zuidoost            5%     6%     0%     6%     1%
23 Limburg noord                 1%     0%     5%     2%     2%
25 Zuid Limburg                  7%     5%    30%     5%     1%
----------------------------------------------------------------

N.B. Groep A, autochtone Nederlandstaligen
B= Groep B, autochtone tweetaligen
C = Groep C, allochtone tweetaligen uit Marokko (C1) en Turkije (C2)


Terug naar Educatiehoek