Terug naar Informatiekunde
Deze tweede module over Excel - is omvangrijk. Hou het simpel: kies eerst een opdracht. Kies voor Opdracht 4 , voor Opdracht 5 of voor Opdracht 7 .

1. Rekenen in Excel, Vervolg

Formules invoeren. Excel bezit een aantal reken-mogelijkheden. Het is mogelijk om de meest gangbare berekeningen uit te voeren: delen, optellen, vermenigvuldigen, etc.. Het maakt niet uit waar de getallen staan, die je wilt optellen of vermenigvuldigen. Je hoeft alleen maar de cellen op te geven, waarin de getallen staan. Met behulp van het voorbeeld hieronder wordt uitgelegd HOE je berekeningen kunt uitvoeren door FORMULES in te typen. EERST het berekenen van optelsommen en verschillen. ONDERAAN volgt delen en vermenigvuldigen.

A B C D E
1 Euro's uit uit uit
2 Naam Tara Henk Anne
3 in Tara 0 1 6
4 in Henk 7 0 9
5 in Anne 2 8 0

In het voorbeeld staan de namen van drie leerlingen, die (van) elkaar geld hebben geleend. In de kolommen staat wat ze nog moeten UITGEVEN (hun uitgaven) en in de rijen staat wat ze nog gaan ONTVANGEN (hun inkomsten). Het overzicht maakt duidelijk, dat Tara nog 7 Euro aan Henk moet betalen en nog 2 aan Anne (KOLOM C). Omdat Tara dat geld nog moet UITgeven staat bovenaan uit
Tara krijgt nog 1 Euro van Henk en 6 van Anne (RIJ 3). Dat zijn voor Tara de INkomsten en daar staat dus niet uit, maar in
Wat de leerlingen ontvangen en wat ze nog moeten uitgeven, kun je per leerling berekenen. De bedoeling is om uiteindelijk het verschil te berekenen: inkomsten - uitgaven. Ga als volgt te werk:

  1. Ga naar cel F3 en type in: =D3+E3, type in cel F4: =C4+E4 en daarna in cel F5: =C5+D5
  2. Ga nu naar cel C6 en type in: =C4+C5, type in cel D6: =D3+D5 en in cel E6: =E3+E4
  3. Verander nu je de drie nullen in de tabel in: "nvt". Alles in rij 6 blijft hetzelfde. Controleer dat!
  4. Verander nu ook de andere getallen, die in kolom C, D en E staan. Doe dat alleen voor rij 3, 4 en 5!
  5. Ga na of de uitkomsten uit kolom F en uit rij 6 "mee veranderen". In dat geval heb je het goed gedaan.
  6. Ga nu naar rij 9. Type in kolom A: Saldo, in kolom B: Tara.
  7. Ga naar rij 10 en 11. Doe daar hetzelfde voor Henk en Anne.
  8. Ga naar cel C9 en type in: =F3-C6 om het verschil tussen INkomsten en UITgaven te berekenen.
  9. Type in cel C10: =F4-D6 en in cel C11: =F5-E6

Controle van het eindresultaat. Zet alle oude getallen weer terug behalve de nullen: in rij 3 komt dus: nvt, 1 en 6; in rij 4 komt: 7, nvt en 9 en in rij 5 komt: 2, 8 en nvt. In rij 9 staat nu het saldo voor Tara en dat is -2. In rij 10 staat een saldo van 7 voor Henk en in rij 11 staat -5 als saldo voor Anne.

2. Rekenen: Delen en Vermenigvuldigen

Formules invoeren, vervolg. Met Excel kun je ook andere berekeningen uitvoeren zoals delen en vermenigvuldigen. Om dit duidelijk te maken wordt een tweede voorbeeld gebruikt, dat hieronder staat.

A B C D E
1 STAD Mannen Vrouwen Inwoners % Vrouwen
2 Amsterdam 360000 375000 ...... ......
3 Den Haag 210000 230000 ...... ......
4 Rotterdam 290000 305000 ...... ......
5 Utrecht 125000 130000 ...... ......

Opdracht 5
Met behulp van het tweede voorbeeld wordt uitgelegd HOE je kunt delen en vermenigvuldigen. Ook hier weer door FORMULES in te typen.
In dit voorbeeld staat hoeveel inwoners er zijn in de vier grote steden - bijvoorbeeld in het jaar 2005. De bedoeling is dat je berekent wat het percentage vrouwen is per stad. Je zou je kunnen afvragen:
in welke stad is het percentage vrouwen het grootst ? Om de vraag te kunnen beantwoorden, moet je het volgende doen.

Je moet eerst kolom D vullen: de optelsom "Mannen" + "Vrouwen". Ga naar cel D2 en type in: =B2+C2. Je krijgt nu het aantal inwoners in 2005 in Amsterdam. Doe hetzelfde voor de andere drie steden.
In de volgende stap moet je twee getallen op elkaar delen. Ga naar cel E2 en type in: =C2/D2 en doe hetzelfde voor de andere steden. Delen doe je dus door het symbool / te gebruiken. De uitkomst die nu in kolom E staat is NIET een percentage. Je moet daarom nog wat doen: vermenigvuldigen. Je moet de uitkomsten uit kolom E vermenigvuldigen met 100 om procenten te krijgen. Ga naar cel F2 en type in: =100*E2 waarmee je vermenigvuldigd hebt.
Als laatste stap moet je het delen en het vermenigvuldigen in EEN formule zetten. Maak eerst de kolommen E en F weer leeg. De uitkomsten moeten nu direct in kolom E komen. Ga naar cel E2 en type in: =100*C2/D2 en daarna ook voor de andere steden. Nu heb je in een keer het percentage vrouwen berekend. Bovendien staat het nu in de juiste kolom (in kolom E). Het antwoord op de vraag: "In welke stad is het percentage vrouwen het grootst ?"
is trouwens Den Haag.

3. Rekenen: Plakken Speciaal

Als je in een cel een uitkomst van een berekening wilt hebben, dan gebruik je een formule. Of je die nu zelf intypt of dat je het doet met het = teken en daarna met het keuze-menu links bovenaan. In die cel staat nu een getal - een uitkomst, maar ook een formule.
Soms wil je alleen maar de uitkomst zelf hebben en die bijvoorbeeld kopieren naar een ander bestand. Als je later het bestand met de berekeningen weg gooit of verandert, dan is je kopie ook weg. Daarom is "Plakken Speciaal" zo handig.
Je berekent op de gewone manier je uitkomsten. Die zet je bijvoorbeeld in de cellen B2 tot en met B11. Van die cellen maak je nu een kopie en die zet je bijvoorbeeld in de cellen C2 tot en met C11. Je gebruikt nu NIET plakken, maar "Plakken Speciaal". Daarna moet je kiezen voor "Waarden".
In de cellen C2 tot en met C11 staat nu precies hetzelfde als in de cellen B2 tot en met B11. Er is een GROOT verschil: alleen de kopie in kolom C kun je verplaatsen naar een ander bestand, omdat hij alleen nog maar getallen (waarden) bevat en dus GEEN formules meer.
CONTROLEER DIT door alles weg te gooien BEHALVE de cellen B2 tot en met B11 EN de cellen C2 tot en met C11. Je ziet nu dat alleen de informatie in de cellen C2 tot en met C11 is blijven staan.
Zodra je kolommen hebt ZONDER formules, dan kun je die zonder gevaar "Transponeren" - draaien over 90 graden. Je verandert dus een kolom in een rij. Je kunt dit oefenen door de informatie uit de cellen C2 tot en met C11 te markeren en te kopieren (zijn ze nu leeg, vul ze dan eerst). Kies daarna voor een lege cel - bijvoorbeeld voor cel A13 - en kies "Plakken Speciaal" en daarna voor "Transponeren". Alle informatie, die eerst in een kolom stond, komt nu in een rij te staan (in de 13e).


Terug