Terug naar Informatiekunde
Deze module - Eerste Module Excel - is omvangrijk. Hou het simpel: kies eerst een opdracht. Kies voor Opdracht 1 , voor Opdracht 2 of voor Opdracht 3 .

A B C
1 Marie Burggraaf 6,4
2 Joris Nobel 8,6
3 Anne Aartsma 4,6
4 Johan Klomp 7,5
5 Willem Lof 5,8
6 Karin Schoonhoven 8,7
7 Astrid Konings 7,6
8 Kees Houtwerk 4,7
9 Ans Bloksteen 6,2
10 Robert Endegeest 7,9

De belangrijkste punten van Excel
Excel gebruikt een aanduiding van hokjes of cellen zoals dat ook wordt toegepast op een schaakbord. De cel linksboven is cel A1 (Marie), de cel daaronder is A2 (Joris), etc.. Elke cel en wat er in staat, hoort dus bij een kolom (verticaal) en bij een rij (horizontaal).
Hiernaast staan gegevens van 10 leerlingen, die je eerst even moet invoeren. Aan de hand van deze gegevens worden enkele belangrijke mogelijkheden van Excel uitgelegd. De voornamen van de 10 leerlingen staan links in de eerste verticale kolom - kolom A. De middelse kolom - kolom B - bevat de achternamen. De derde kolom - kolom C - bevat de rapportcijfers. Het is mogelijk dat sommige achternamen niet in kolom B passen. Kolom B is iets te smal. Als dat zo is, dan moet je kolom B breder maken. Ga tussen de rode B en C staan. Je ziet nu dat de "muis" (eigenlijk de zgn. cursor) verandert in het volgende symbool: . Nu kun je de "muis" naar rechts verplaatsen en kolom B breder maken.

N.B. De gegevens van de leerlingen staan niet in kolommen maar in rijen. Marie staan in de bovenste rij - rij 1, die van Joris in de rij daaronder - rij 2, etc.. De rode letters en cijfers hoef je trouwens NIET in te voeren. Ze staan standaard in Excel.
Helemaal bovenaan staan een aantal knoppen: een knop "Bestand", een knop "Bewerken", etc.. Ook de aanduidingen in het
rood, dus de A, B, C plus 1, 2, 3, etc.. kun je gebruiken als "knoppen". We beginnen met het instellen van de Datum en de Tijd plus 5 belangrijke onderdelen. Zie verder hieronder.


Datum en Tijd Instellen - belangrijk tijdens het maken van toetsen !
Je hebt hiervoor vier verschillende toetsen nodig: CTRL, SHIFT plus de toets met + en de toets met ;
Zet je cursor in een CEL, waar je de datum wilt hebben. Druk nu op "CTRL + ;" en de datum die in je computer staat, komt in die cel te staan. Zet daarna je cursor in een CEL, waar je de tijd wilt hebben. Druk nu op "CTRL + SHIFT ;" en het tijdstip dat op dat moment op de klok van jouw computer staat, komt in die cel te staan.

1. Kolommen en rijen toevoegen

Voeg een kolom toe. Deze nieuwe lege kolom moet links van kolom A komen. Druk hiervoor op de rode knop A en daarna op de knop "Invoegen" en kies voor "kolommen". Hiermee heb je een kolom toegevoegd. De oude kolom A is nu kolom B geworden, de oude kolom B is nu kolom C en de oude kolom C is nu kolom D geworden. Zet nu in de lege kolom A een "v" (voor vrouw) voor de leerlingen Marie, Anne, Karin, Astrid en Ans. Zet voor andere leerlingen een "m" (voor man).

Een rij toevoegen werkt op dezelfde manier en komt later aan de orde. Druk hiervoor op een van de rode knoppen 1, 2, 3, etc.. (de rij-knoppen dus) en daarna op de knop "Invoegen" en kies voor "rijen". Hiermee heb je een rij toegevoegd.

2. Sorteren

Sorteren op basis van kolom A. Markeer nu alles wat je hebt ingevoerd: vanaf cel A1 tot en met cel D10. Kies daarna voor de knop "Data" en daarna voor "sorteren". Let er nu op dat er gesorteerd wordt op basis van kolom A ! Als dat zo is, dan druk je op OK. Nu staan alle jongens bij elkaar en dat geldt ook voor de meisjes. Het is nu mogelijk om voor jongens en voor meisjes afzonderlijk b.v. het gemiddelde cijfer te berekenen. Zie verder onder "Rekenen".

Sorteren kan gevaarlijk zijn. Stel je hebt kolom A gemarkeerd met de bedoeling om de meisjes en de jongens afzonderlijk te bekijken. Vervolgens klik je op "Data" en daarna op "sorteren" (op basis van kolom A). Je krijgt een waarschuwing, maar als je die laat voor wat die is, dan krijg je de mannen boven en de vrouwen onder. De mannen zijn nu: Marie, Joris, Anne, Johan en Willem. De rest van de leerlingen worden nu beschouwd als vrouwen.

Veranderingen ongedaan maken als dit je overkomt, kan gelukkig wel. Je moet het dan wel direct doen en niet eerst wat anders gaan doen. Zie je je fout op tijd, klik dan op de knop "Bewerken" en kies voor "Ongedaan maken".

Sorteren op basis van kolom E. Markeer nu alles uit de bovenste vijf rijen - alleen de jongens dus. Sorteer ze op basis van hun rapportcijfers. Voeg nu twee rijen toe tussen de jongens en de meisjes. Sorteer nu ook de meisjes op grond van hun rapportcijfers.

3. Opmaak: de lay-out

Breedte en hoogte aanpassen. Soms past de tekst NIET in een kolom, omdat de kolom te smal is. Dit punt werd bovenaan ook al genoemd. In andere gevallen is de kolom te breed. Vooral als je er veel hebt, dan is het handig om ze smaller te maken. Je kunt twee manieren gebruiken.

  1. Ga bovenin tussen twee kolommen staan: in het voorbeeld tussen de rode B en C. Je ziet nu dat de "muis" (eigenlijk de zgn. cursor) verandert in het volgende symbool: . Nu kun je de "muis" naar rechts verplaatsen en kolom B breder maken.
  2. ( dit werkt ook voor rijen. Ook die kun je breder of smaller maken )
  3. Voor een mooie lay-out moet je het anders aanpakken. Daarvoor moet je precies de gewenste breedte opgeven. Ga ergens in kolom A staan met je cursor en kies de knop "Opmaak". Kies daarna voor "kolommen" en "breedte". Geef een getal op. Voor kolom A kun je bijvoorbeeld 3 invullen. Voor een mooie lay-out gebruik je dan voor alle smalle kolommen hetzelfde getal - b.v. 3. Voor bredere kolommen gebruik je dan ook steeds hetzelfde - maar wel een groter - getal.

Een titel bovenin maken. Voeg bovenaan twee lege rijen toe. Ga nu naar de nieuwe, lege cel A1. Markeer die cel plus de cellen B1, C1, D1, E1 en F1. Klik op de knop "Opmaak", dan voor "Cel eigenschappen", "Uitlijning" en kies daarna voor "Cellen Samenvoegen" (door daar een vinkje te plaatsen). De zes cellen A1 tot en met F1 vormen nu samen een lange, brede cel. Zet daarin de tekst: Excel, eerste module. Zet deze tekst vetgedrukt in het midden van de brede cel.

Maak randen. Markeer enkele cellen, die belangrijk zijn (die moeten opvallen). Kies voor "Opmaak", voor "Cel Eigenschappen" en daarna voor "Rand". Zorg voor een buitenrand (omtrek) en voor een binnenrand. Als je zuinig bent op je printer en op je inkt, dan moet je dit niet doen.

4. Rekenen in het kort

Rekenen: kort overzicht. Vier getallen optellen? Stel de getallen staan in de derde rij. Ze staan bijvoorbeeld in kolom A tot en met D. Ga ga dan naar de lege cel in de derde rij in kolom E. In die lege cel zet je de uitkomst van de optelling. Type het = teken in. Boven de rode A komt nu een knop te voorschijn met een pijl ernaast. Op de knop staat iets als "Gemiddelde" of "Som" e.d.. Kies nu voor de "Som" als je wilt optellen.
Vier getallen optellen die onder elkaar staan - in dezelfde kolom dus. Ga onder de kolom staan - in de lege cel. Type in die cel weer het = teken in (dit gaat netzo als het voorbeeld met rijen !).

5. Rekenen en een Totaal-overzicht

Rekenen in Excel. Ga naar de cel onder de rapportcijfers van de jongens - naar cel D6 dus. Type het = teken in. Boven de rode A komt nu een knop te voorschijn met een pijl ernaast. Op de knop staat iets als "Gemiddelde" of "Som" e.d.. We willen het gemiddelde cijfer voor de jongens berekenen. Door op de pijl te drukken krijg je de keuze-mogelijkheden te zien. Kies voor "Gemiddelde". ALS dat al op de knop stond, dan is het nog simpeler: druk op die knop. In beide gevallen krijg je een voorstel te zien. Het juiste voorstel heeft betrekking op de cellen D1, D2, D3, D4 en D5. Druk op OK als het voorstel goed is. De lege cel D6 wordt nu gevuld met een uitkomst namelijk met het gemiddelde rapportcijfer van de jongens. Voer een controle uit: verander tijdelijk een cijfer van een van de jongens. Kijk of het gemiddelde "mee verandert". Als dat gebeurt dan heb je het goed gedaan. Verander het cijfer weer in het oorspronkelijke cijfer.
Doe nu hetzelfde voor de meisjes. Zorg dat de uitkomst voor de meisjes in cel D13 terecht komt.

Rekenformules kopieren. Voeg achter elke leerling een tweede cijfer toe (in kolom E). Ga daarna naar kolom F. Voer daar voor de bovenste leerling een berekening uit, waarmee in kolom F het gemiddelde van de twee cijfers komt te staan. Kijk eerst of de uitkomst klopt. Als dat zo is, dan kun je de formule - die Excel heeft gebruikt - kopieren. Ga opnieuw naar de cel toe, waar het berekende antwoord voor de bovenste leerling staat. De cel ziet er uit als en het kleine vierkantje rechts onder heb je nodig voor het kopieren. Zet je cursor erop en beweeg die daarna naar beneden voor de andere leerlingen. Voer daarna een controle uit voor een van de leerlingen - NIET voor de bovenste. Verander hiervoor de cijfers van die leerling. Als het gemiddelde in kolom F "mee verandert", dan is het kopieren gelukt.

Overzicht met resultaten maken. Ga naar cel C15. Type het volgende in: Gemiddelde Jongens. Ga nu naar de cel D15. Type het = teken in. Kijk nu niet naar het menu met keuze-mogelijkheden, maar type de cel in, waar de uitkomst voor de jongens staat. Je typt m.a.w. in: =D6 en hiermee krijg je in cel D15 altijd het eindresultaat te zien - ook nadat je meer leerlingen hebt toegevoegd (wat we nog gaan doen). Doe een rij lager hetzelfde voor de meisjes. De vier cellen, die nu een soort samenvatting bevatten, kun je extra benadrukken. Markeer de vier cellen, kies voor "Opmaak", voor "Cel Eigenschappen" en daarna voor "Rand". Zorg voor een buitenrand (omtrek) en voor een binnenrand.


Terug