Terug

Werken met Excel

Ga naar Start en daarna naar Excel, nadat je deze korte uitleg hebt gelezen (eerst printen ?).

Je krijgt een scherm te zien dat bestaat uit vakjes oftewel blokjes. Elk blokje hoort bij een zogenaamde rij. De vakjes of blokjes op de bovenste horizontale rij horen bij "RIJ 1". De vakjes op de horizontale rij daaronder staan op "RIJ 2", enzovoorts.

Elk vakje hoort ook bij een zogenaamde kolom (niet horizontaal, maar verticaal). Onder de hoofdletter A staat de linker kolom. Dat is "KOLOM A". Rechts daarvan bevindt zich "KOLOM B" enzovoorts.

Het blokje links boven aan noemen we blokje A1. Rechts daarnaast staat blokje B1. Onder A1 staat blokje A2 enzovoorts.

Netals Word, Kladblok en Paint heeft Excel ook een werkbalk. Op deze balk staan zaken als "Bestand", "Bewerken", "Beeld", "Invoegen", "Opmaak", "Extra" e.d..

Maar wat kun je nu doen met een programma als Excel ? Een paar antwoorden: je kunt eerst gegevens invoeren en daarna kun je met die gegevens berekeningen uitvoeren. Je kunt gegevens op een bepaalde manier opslaan. Je kunt met behulp van de gegevens grafieken maken. Je kunt ervoor zorgen dat als je ergens iets verandert, dat dan ook de uitkomsten van berekeningen mee veranderen. Dit verhaal is vast niet helemaal duidelijk. Daarom gaan we het gewoon doen.

Kies eerst een Opdracht. Kies voor Opdracht 1 met "kolommen en rijen toevoegen en sorteren", voor Opdracht 2 met "opmaak en lay-out" of voor Opdracht 3 met "rekenen in Excel (Deel 1)".

Terug