Kassandra’s voorspelling. © (2000) Gertjan Kock

‘Als het Heldermans bedoeling is de lezer dood te vervelen, dan is hij daar met dit boek op wonderbaarlijke wijze in geslaagd. In dat geval zou een arrestatiebevel wegens meervoudige moord geen overbodigheid zijn.’ De woorden van Warman galmen na in Richards hoofd. Gatverdamme! Ongelofelijke zeikerd. Hij slaat zijn glas whisky in één teug achterover. Zelfs dat is niet voldoende om de nare smaak uit zijn mond te verdrijven. Fantoompijn in een lege schedel. Een fijne titel voor een recensie. Als beginnend schrijver heb je het al moeilijk genoeg. Niet met schrijven. Het schrijven is geen probleem. Maar de hele shit er omheen. Vind maar eens een uitgever. Stelletje bescheten boekhouders zonder gevoel voor schoonheid. Uitmelkers van afgekloven succesformules. Oplagecijferonanisten. Alleen de gedachte al aan het uitgeversgebroed is goed voor koude rillingen. Hij voelt een lichte onpasselijkheid opkomen. De sadistische arrogantie achter al die terloopse afwijzingen die hij heeft ontvangen. ‘Past niet in ons fonds.’ ‘Sterke persoonlijke stijl, maar sluit onvoldoende aan bij wat wij in onze auteurs zoeken.’ ‘Neem gerust een volgende keer wederom contact met ons op.’ Dan, na maandenlang zeuren, smeken en bidden de overwinning van de publicatie. De triomf van de erkenning. Eindelijk uitgegeven worden. Visioenen van interviews, signeersessies, televisieoptredens, nominaties. Kan ik straks nog wel over straat zonder lastiggevallen te worden? Het telefoontje van de uitgever: "Let op! Warman gaat je boek in De Volkskrant bespreken. En ik ben bezig je in een televisieprogramma te krijgen. Ga eens onder de zonnebank, dan zie je er straks beter uit op televisie."

En vervolgens deze mokerslag op je vrolijke, nietsvermoedende hoofd. Fantoompijn in een lege schedel. Geen titel die een positieve, opbeurende recensie belooft. Vijf kolommen, weliswaar. Warman neemt de ruimte om dit debuut vakbekwaam te vermorzelen, maar al deze aandacht blijft voelen als verkrachting en marteling. Het doet godverdomme pijn. Maandenlang zwoegen en ploeteren om dan in elkaar geslagen te worden met zinnen als: ‘Te zeggen dat de vertelling op twee gedachten hinkt is te veel eer. Dat zou de indruk wekken dat de schrijver gedachten heeft. Structuur, plot en ontwikkeling van personages ontbreken volledig. Wat wordt gepresenteerd is een vormeloze brij van voorvallen en invallen, kronkels (geen gedachtekronkels, deze veronderstellen immers cerebrale activiteit) van een persoon die hopeloos met zichzelf in de knoei zit, en dat de wereld wil laten weten ook. Hoofdpersoon van het verhaal (laten we de volgorde van woorden bij gebrek aan een passend alternatief maar zo noemen) is een schrijverspersoon dat het erg moeilijk heeft met zijn nieuwe boek. Weer een schrijver die zijn eigen métier uitkiest om zijn overbodigheid aan te tonen! Hoofdstuk na hoofdstuk komt hij niet aan schrijven toe. Zijn vriendin verlaat hem (toch nog iemand met gezond verstand), het ongeluk stapelt zich op met het wassen der oeverloze pagina’s. Na zo’n driehonderd vruchteloze bladzijden ziet de schrijver in het boek er geen gat meer in en verhangt zichzelf. Gelukkig slaagt hij daarin, maar pas na veel onsmakelijk gedoe dat wij uitgebreid krijgen voorgeschoteld. Had de echte schrijver maar een voorbeeld genomen aan zijn zelfbedacht alter ego, dan was ons als lezer veel ellende bespaard gebleven. Wat kunnen wij hieruit leren? …’

Hij houdt op met lezen. Een akelige pijn zeurt in zijn kop. De eerste twee kolommen van de recensie, waarin Warman de tijd neemt zijn eigen voortreffelijkheid en belezenheid breed uit meten en waarin hij een halve boekenkast met niet ter zake doende wereldliteratuur over de lezer uitstort hebben die pijn niet veroorzaakt. Daar is een geoefend recensielezer aan gewend: recenseren is een hogere vorm van zelfbevrediging. Maar na vijftien klappen op zijn kop wil hij niet verder geslagen worden. Hij is schrijver, geen beroepsmasochist. Dan maar niet te weten komen, wat er te leren valt. Met een diepe zucht laat hij de krant op de grond vallen en schenkt zichzelf nog eens in. Wat kunnen wij hieruit leren? Valt er wat te leren, behalve dat er iets niet klopt? Schrijver pleegt zelfmoord. Hij kan het zich niet herinneren. Misschien te veel drank. Kan hij er toch niet zo goed tegen. Het hele verhaal komt hem tamelijk onbekend voor. Misschien komt daar die houten kop vandaan. Dat gevoel dat hij lucht tekort komt…


Vervolg....