3.5 ANALYSE VAN EEN ONDERZOEK

INDEX
HOME PAGE

Vlinders vinden hun partners in het ultraviolet
Vlinders vertonen niet alleen fraaie vleugelpatronen, maar als men ze onder ultraviolet licht bekijkt, tekent zich nog een tweede, voor mensenogen onzichtbaar patroon af.
Britse zoŲlogen beginnen deze wonderlijke iriserende kleurpatronen te doorgronden. Clair Brunton en Michael Majerus van de Universiteit van Cambridge keken naar de UVpatronen van Europese Coliasvlinders en die van Gobepteryx-vlinders en constateerden tot hun verrassing, dat de patronen tussen individuen net zo verschillend zijn als die tussen beide soorten.
Blijkbaar dienen de patronen niet zozeer om soortgenoten te herkennen, maar veeleer om ze uit elkaar te houden.
Aan de hand van het UV-patroon kan een vlinder de kwaliteit van een eventuele partner of concurrent beoordelen.
Het kleurpatroon ontstaat door subtiele richeltjes op de vleugelschubben, die het UV-licht onder verschillende hoeken weerkaatsen, hetgeen tot bonte patronen leidt.
Brunton en Majerus bestudeerden deze patronen met een UV-gevoelige camera en ontdekten dat er grote verschillen bestaan tussen het UV-patroon en het gewone kleurpatroon op eenzelfde vleugel.
Dat doet vermoeden dat beide patronen los van elkaar staan. De verschillen in UV- patroon bleken nog veel duidelijker toen men ze met een spectrometer bekeek. Aangezien vooral de mannetjes uitgesproken UV-patronen vertonen, vermoedt men dat deze ofwel dienen om vrouwtjes aan te trekken, ofwel om de status van het mannetje te onderstrepen.
De vrouwtjesvlinders vermijden paringen met mannetjes die net met een ander vlinder-vrouwtje hebben gepaard omdat zij in de tweede ronde nog maar 40 procent van de normale hoeveelheid sperma produceren, terwijl de vrouwtjes uit dit sperma juist veel voedingsstoffen halen.
Als het mannetje al een paar weken oud is, en waarschijnlijk al gepaard heeft, wordt zijn UV-patroon duidelijk zwakker.
Ook speelt mee dat grotere mannetjes, die meer sperma produceren, grotere UV-patronen bezitten. Al met al kan het vlindervrouwtje uit het UV-patroon van een mannetje dat haar benadert haar conclusies trekken.
Het ligt in de bedoeling van de onderzoekers om deze theorie experimenteel te testen door van sommige 'verse' mannetjes de UV-schubben af te schrapen en die vervolgens bij hun even verse rivalen extra op te plakken om te zien of dat van invloed is op de paringsfrequentie.
(Proceedings of the Royal Society 8, vol. 260, p.199)


Insecten zien niet alleen de wereld anders, ze zien ook elkaar heel anders. Vlinders vinden elkaar via geuren en kunnen (vermoedelijk) aan de vleugels een potentiŽle partner herkennen. Het natuurwetenschappelijk denken, het natuurwetenschappelijk onderzoeksproces, zou zo kunnen beginnen dat de onderzoeker iets ziet, iets opmerkt of leest dat hem (of haar) verwondert.
Vlinders fladderen om elkaar heen en soms paren ze, en soms ook niet. Hoe herkennen ze elkaar (als mannetje en vrouwtje van merk X) en hoe weten ze dat ze niet met een kat in de zak te maken hebben maar met een potente jonge vlinderman / mooie vruchtbare vlindervrouw?
Een volgende stap is dat de onderzoeker een theorie ontwikkelt over hoe bij vlinders de partnerkeuze tot stand komt. Dan gaat hij proeven en experimenten bedenken en uitvoeren om zijn theorie te testen. Bij het doen van proeven en experimenten worden ook waarnemingen verricht.

Opdracht:
- Geef puntsgewijs de waarnemingen aan die in het artikel worden vermeld.
- Welke veronderstellingen (mogelijke verklaringen) worden in het artikel genoemd?
- In hoeverre zijn de genoemde veronderstellingen bewezen?
- Hoe wil men de veronderstellingen / ideeŽn toetsen?
- Hoe vindt een vlinder een mogelijke partner?


Hoofdstuk 4