3.4 HORROR VACUI

INDEX
HOME PAGE

In de fysica van Oudheid en Middeleeuwen was er een vijfde hemels element. In het bovenmaanse moet een vijfde element aanwezig zijn, omdat een vacuŁm niet kan bestaan. De natuur heeft een horror vacui, een schrik voor het luchtledige.

In het practicumlokaal staan enkele glazen cilinders gevuld met substanties van verschillende dichtheid: vaste stof, stroop, water, lucht.
Tijdens dit experiment ga je bepalen hoe groot de valduur is van een glazen knikker door elk van de substanties: Laat in elk van de cilinders een knikker vallen en meet hoe snel deze beneden is. Je zult waarnemen dat dit bij de vaste substantie oneindig lang duurt, bij stroop sneller gaat, bij water nog sneller en bij lucht zeer snel.
Door extrapolatie kun je concluderen dat, hoe dunner de substantie, hoe sneller iets valt. Dus in een oneindig dun medium zal iets oneindig snel vallen. Oneindig snel vallen betekent dat iets op dezelfde tijd onderaan en bovenaan in de cilinder is, hetgeen duidelijk absurd is. Dus een vacuŁm is absurd en onbestaanbaar.

"De belemmering van de beweging van een voorwerp is evenredig met de dichtheid van het medium. Dus als het ene medium gemakkelijker doorkliefd wordt dan het andere, dan is de tijd die nodig is om een bepaalde afstand daarin af te leggen, naar evenredigheid geringer. Bijvoorbeeld als de media water en lucht zijn, dan zal de verhouding van de doorkliefbaarheid en ijlheid van de lucht tot die van het water de verhouding aangeven van de snelheid van de beweging in lucht tot die in water.
Als lucht dus tweemaal zo gemakkelijk doorkliefd wordt als water, dan zal de beweging daar doorheen tweemaal zo snel zijn en de tijd, nodig om een bepaalde afstand af te leggen, half zo groot in lucht als in water zijn. Volgens dit algemene beginsel zal dus de snelheid steeds groter zijn naar mate het medium minder substantialiteit of kleinere weerstand en betere doorkliefbaarheid bezit
. Maar de niet-bestaande substantialiteit van het ledig kan geen enkele verhouding hebben tot de substantialiteit van enig stoffelijke substantie, even min als nul een verhouding kan hebben tot een getal. Als de beweging door het dunste medium een gegeven afstand in een gegeven tijd doorloopt, is de beweging in het ledig buiten alle verhouding. Aristoteles (Physica IV, 8)


Opdracht:
Vat deze tekst in enkele zinnen in begrijpelijk Nederlands samen.

Opdracht:
Voer het onderzoek (practicum) uit, noteer je waarnemingen, verwerk ze in een grafiek en trek je conclusies.

Opdracht: Leg uit in hoeverre het verhaal van Aristoteles door jullie experiment wordt ontkracht en in hoeverre het door jullie proef wordt ondersteund.


Paragraaf 5