3. DE WETENSCHAPPELIJKE WAARNEMING

INDEX
HOME PAGE

Alle wetenschap begint met verwondering. De verwondering over natuurlijke fenomenen vormt de basis van de natuurwetenschappen. Men start de empirische cyclus dan ook steeds bij de waarneming.

WAARNEMING / THEORIE, MODEL HYPOTHESE / VOORSPELLING / RESULTAAT

De wijze waarop wordt waargenomen hangt af van de beschikbare zintuigen, hun vermogen en de verwerking van de informatie.
Sommige dieren hebben zintuigen om elektrische velden waar te nemen. Veel vissoorten maken daarvan gebruik om prooien te vinden die zich in modder bevinden (elk organisme heeft een zwak elektrisch veld om zich heen). Veel vogels zijn in staat de trillingsrichting van gepolariseerd licht zien en gebruiken dat bij hun oriŽntatie. Andere diersoorten maken bij hun oriŽntatie gebruik van het aardmagnetisch veld.
Het vermogen of de kwaliteit van een zintuig wordt ruwweg bepaald door twee karakteristieken: de gevoeligheid (drempelwaarde) en het scheidend vermogen. Hoe gevoeliger een zintuig hoe zwakker de prikkel kan zijn om toch nog te worden opgemerkt. Hoe groter het scheidend vermogen hoe meer details met het zintuig kunnen worden onderscheiden.
De informatieverwerking vindt vooral plaats in de hersenen. Voor dieren is deze gericht op overleven. Voor mensen is er veel meer mogelijk maar vaak blijft veel informatie onbenut. (Natuur)wetenschappers onderscheiden zich doordat ze de informatie in de eerste plaats herkennen als waardevol en vervolgens die informatie op zodanige wijze verwerken dat die algemeen geldende antwoorden op vragen oplevert.

Opdracht:
Bestudeer de inleiding van hoofdstuk 3 Dode stof, levende natuur uit je leerboek (blz.53) en maak opdracht 2 en 3.

Opdracht
Maak opdracht 45 van hoofdstuk 3 uit je leerboek


Paragraaf 1