I. INLEIDING IN DE ALGEMENE NATUURWETENSCHAPPEN

1.1. WAAROM ANW?

INDEX
HOME PAGE

In de loop van de vorige eeuw zijn de producten van het natuurwetenschappelijk denken een steeds grotere rol in onze samenleving gaan spelen. Honderd jaar geleden had men nog nooit van televisie gehoord, laat staan van computers. Van muziek kon je alleen ‘life’ genieten maar dan moest je wel zachtjes doen want de microfoon was nog niet uitgevonden. Je kleren waren gemaakt van ruwe plantaardige of dierlijk vezels die je met de hand moest wassen en je eten was al even ‘natuurlijk’: in de sla zaten nog slakken en rauw vlees had nog een bruine kleur. Niemand klaagde want men wist niet beter.
Dat er toch zo veel in zo’n betrekkelijk korte tijd veranderd is, danken we aan enkelingen, wetenschappers en technici, die door hun speciale manier van denken en werken, door hun creativiteit en doorzettingsvermogen, onze samenleving met de vruchten van hun arbeid hebben verrijkt.
Toch vindt niet iedereen de vruchten van het natuurwetenschappelijk denken een verrijking. Verregaande industrialisatie en intensivering van de landbouw hebben welvaart gebracht aan velen maar de talloze bewoners in de derde wereld hebben nauwelijks van kunnen profiteren. Bovendien wordt door deze ontwikkeling het wereldwijde milieu ernstig bedreigd en leidt onvrede vaak tot conflicten die worden beslecht met steeds geavanceerder wapentuig. Natuurwetenschappelijk producten dienen niet altijd vrede en vooruitgang.
Behalve nieuwe producten hebben de natuurwetenschappen ook nieuwe denkbeelden opgeleverd. Opvattingen over het ontstaan van mens, leven en heelal, maar ook ideeën over gezondheid, leergedrag en verwantschap zijn door de natuurwetenschappen sterk beïnvloed. De almacht van God en de schepping van de wereld is in het denken van veel mensen vervangen door de quantummechanica en de evolutietheorie.
Juist omdat de producten en ideeën van het natuurwetenschappelijk denken een enorme impact op onze samenleving hebben, is het interessant om na te gaan hoe dit proces – in al zijn aspecten – in zijn werk gaat. Daarmee houden zowel natuur- als maatschappijwetenschappers zich bezig, als ook filosofen en schrijvers.

Ook wetenschappers maken deel uit van onze samenleving en zijn dus het product van onze cultuur. Zij staan niet op zichzelf maar maken deel uit van een eeuwenoude traditie van wetenschappelijk denken. Dat wetenschappelijk denken is in de loop van de tijd wel veranderd maar er moet ook iets aan ten grondslag hebben gelegen om uiteindelijk zo invloedrijk te worden.

En dat niet alleen. Met name de natuurwetenschappen hebben niet alleen een grote invloed op ons dagelijks bestaan, ze roepen bij velen ook argwaan en angst op. Veel natuurwetenschappelijk experimenten kosten exorbitant veel geld (deeltjesversnellers) of dierenleed (geneeskunde) en het nut wordt vaak in twijfel getrokken.

Wat je honderd jaar geleden op het gymnasium moest leren bij natuurkunde, scheikunde en biologie, namelijk Newton, Lavoisier en Linneus, dat leer je nu nog steeds. Maar er is wel wat bij gekomen! En slechts enkelen van jullie raken zo geboeid door Heisenberg’s onzekerheidsprincipe, door Paul Crutzen’s ozonvretende maffia-families of door Dawkins’ zelfzuchtige genen dat ze natuurkunde, scheidkunde of biologie gaan studeren. De meeste studenten kiezen voor economie of rechten. En juist zij zullen straks posities bekleden waarin belangrijke maatschappelijke beslissingen moeten worden genomen. Niet zelden moet je je dan laten adviseren door iemand die verstand heeft van natuurwetenschappen. En maar al te vaak wordt zo iemand niet begrepen. En dus, omdat slechts weinigen iets begrijpen van de natuurwetenschappen is het goed als meer mensen iets weten over natuurwetenschappen.

Opdracht:
Formuleer voor jezelf drie redenen waarom het nuttig zou kunnen zijn dat je iets leert over natuurwetenschappen.


Paragraaf 2